Cultuur

Interview

Interview

‘Ga luisteren en laat je betoveren’

Hoornist Rob van de Laar (29) krijgt donderdag de Nederlandse Muziekprijs, de belangrijkste staatsonderscheiding binnen de klassieke muziek. „Een samenleving met muziek is gewoon veel fijner.”

Het begon bij de accordeon. „Niet zo sexy”, lacht hoornist Rob van de Laar. Maar als hij eerlijk is: zijn muzikale wortels liggen echt daar, bij de muziekschool van het Brabantse Helmond, bij Ronald van Overbruggen. „Hij was de leukste leraar, daarom koos ik de accordeon. Ronald doceerde met passie en een glimlach, hij maakte muziek leuk.”

Je zou ook kunnen zeggen: het had raar moeten lopen was Rob van de Laar géén beroepsmusicus geworden. Zijn moeder is kinderkoordirigent. Vader organist, broer beroepstrompettist. Toen de accordeon hem niet meer boeide, ging Rob met zijn vader en broer mee naar de fanfare – en koos de hoorn. Google je zijn naam, stuit je óók meteen op fanfare de Vooruitgang, die Van de Laar feliciteert met de Nederlandse Muziekprijs: „Rob en familie, van harte – de fanfare is trots op je!”

Je jeugd was één en al muziek. Ooit iets anders overwogen?

„Ik was zo’n stoer jongetje: mountainbiker, keeper in het lokale voetbalelftal. Ik had eigenlijk gehoopt bij Helmond Sport te eindigen. Aan filosofie en geschiedenis heb ik ook gedacht. En ik sluit niet uit dat ik dat alsnog doe, ooit.”

Maar het werd hoorn.

„Mijn broer speelde trompet in het Jeugd Orkest Nederland. Die concerten, zijn stoere verhalen, dat wilde ik ook. In het JON is de vonk ook op mij overgeslagen. Met Helma van den Brink, fagottiste in het Concertgebouworkest, maak ik er nog weleens grappen over: na het JON wordt alles minder. Je bent puber, de hormonen razen door je lijf, je bent met Kerst zonder ouders onder vrienden – het is het Eldorado als je jong bent en van muziek houdt. En wat dat betreft had ik een stevige basis. Ik ging met mijn ouders mee naar het Brabants Orkest, van de hoornisten die daarin speelden had ik les en het symfonische repertoire vond ik geweldig. Rond mijn veertiende wist ik het wel: ik wilde hoornist worden.”

En voilà, op je negentiende had je een baan in het Residentie Orkest. Beetje rare jeugd, toch?

„Elke muziekprofessional heeft een rare jeugd, net als elke topsporter. Discipline heeft een prijs. Maar het is dubbel. Op school was ik lui. Na vijf jaar vwo heb ik examen havo gedaan. Als je die passie voor muziek eenmaal hebt ontdekt en merkt dat je wat kunt op je instrument, groeit je zelfvertrouwen en wil je graag heel hard werken om nóg beter te worden. Daar lag mijn focus.”

Hoe was het om zo jong in een beroepsorkest spelen?

„Ik was de gelukkigste man op aarde: mijn levensdoel was bereikt. Maar dat is natuurlijk wel raar, op je negentiende. Na drie jaar wilde ik toch méér: solohoornist worden. Dat is mijn karakter, denk ik nu; ik voel me alleen goed als ik op de toppen van mijn kunnen presteer. Toen heb ik auditie gedaan als solohoornist bij het Concertgebouworkest. Die baan kreeg ik niet, maar ik mocht wel af en toe invallen. Dat verbreedde mijn horizon. Nu ben ik solohoornist bij het Mozarteum Orchester in Salzburg.”

Ik voel me alleen goed als ik op de top van mijn kunnen presteer.

Over ambitie: voor een klassiek musicus is de Muziekprijs het hoogst haalbare. Hoe kijk jij aan tegen de prijs?

„Ja, dat is ook zoiets. Ik vind het fantastisch, maar ik voel een sterke morele verplichting die titel eer aan te doen. Toen ik één was, won hoornist Jacob Slagter de Muziekprijs. Dat betekent dat in theorie de volgende winnaar net geboren is. Wat kan ik bijdragen om diegene te enthousiasmeren, een volgende generatie aan te raken? Dat is de opdracht die ik me stel.”

Je woont nu in Oostenrijk – land van Mozart en Bruckner. Groot cultuurverschil?

„Heel groot. Het Mozarteumorchester is een orkest waar voortbestaan en financiën niet ter discussie staan. En als ik met mijn hoorn de bus in stap, gaan mensen met me in gesprek over muziek. Men is trots, je voelt de traditie die terugvoert op Mozart. In Den Haag werd een collega van me in de tram juist uitgescholden vanwege zijn cellokist: elitair, linkse hobby!

„Nog een vergelijking: de Salzburger Festspiele hebben een budget van 62 miljoen euro, terwijl in Nederland orkesten om een tiende daarvan worden opgeheven. Oké, het Gelders Orkest en het Residentie Orkest bestaan nog, maar mijn collega’s daar hebben heel erg geleden onder de onzekerheid en de bezuinigingen. Ik vind het ongelooflijk dat mensen überhaupt bereid zijn na te denken over een juiste noot als hun inkomen net is gehalveerd en ze zich zorgen moeten maken over hun hypotheek. Nederland is niet trots op zijn orkesten en musici.”

Hoe keren we dat tij?

„Door te beseffen dat het een probleem is dat er op de pabo geen muziekles wordt gegeven. En dat muziekscholen sluiten. Je hoeft de muziekgeschiedenis niet te kennen om van Bach te genieten, maar als mensen zelfs niet meer leren dat muziek iets kan vertellen wat je met spraak niet kunt zeggen, wordt het heel erg lastig te communiceren wat het bestaansrecht is van een orkest. Ik zeg niet dat je die boodschap erin moet stampen. Maar een samenleving die een muzische is, is wel een rijkere en een fijnere. Het gaat erom van kunst te genieten.”

Maar mensen genieten van muziek. Alleen niet altijd van klassieke.

„En juist daarom moet je je daar als overheid voor inspannen. Klassieke muziek kan bij uitstek de ziel raken. Hier in Salzburg werd gisteren na een concert met Haydn en Beethoven door de hele zaal Es ist ein Ros entsprungen gezongen, door het orkest begeleid. Magisch, was het. Dat gun ik iedereen. Ga naar een concert, beleef dat samen. Ik ben niet tegen experimentele concertvormen met cocktails en dj’s, maar uiteindelijk geloof ik heel erg in de kracht van dat rituele: het samen geconcentreerd beleven van geweldige, live gespeelde muziek. Even geen telefoon en Twitter, maar rust, contemplatie en een boodschap die dieper gaat dan 140 tekens. Luisteren in plaats van roepen.”

Wat kun jij er persoonlijk aan bijdragen dat te bereiken?

„Een gepassioneerd verhaal vertellen. Ga luisteren en laat je betoveren. Echt: muziek doet goed.”

De Nederlandse Muziekprijs is een opleidingsprijs. Hoe besteedde jij het geld?

„Verder studeren is goed, maar een extra studietijd in Wenen werd voor mij gelukkig al mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Dus was de beslissing makkelijk: met het budget wilde ik iets nieuws creëren. Dat werden een cd en een film over Brahms.” [zie inzet]

En verder?

„Ik kreeg een coach, orkestmanager Richard Wigley. Hij stimuleerde me niet te twijfelen over mijn ideeën, maar in actie te komen.”

Waar zie je je jezelf over 25 jaar?

„Ik zou het leuk vinden alles wat ik zelf heb geleerd over te dragen. Coachen, lesgeven. Ik heb al twee leerlingen, die zijn paar jaar jonger dan ik. Ik herken hun onzekerheden. Dat je vanuit je eigen ervaringen iets zinnigs kan zeggen dat echt helpt – dat is heel bevredigend.”

Rob van de Laar soleert bij Philharmonie zuidnederland op 3, 4, 5,6,7 en 8/1. Op 4/1 krijgt hij de Muziekprijs uitgereikt.

Eerdere winnaars van de Nederlandse Muziekprijs

Remy van Kesteren, harp (2016)
Liza Ferschtman, viool (2006)
Hannes Minnaar, piano (2016)
Janine Jansen, viool (2003)
Quirine Viersen, cello (1994)
Pieter Wispelwey, cello (1992)
Jard van Nes, mezzosopraan (1984)