Column

Een minder charmant geval van hypocrisie

Column Floor Rusman Het is natuurlijk geweldig dat (bijna) alle partijen in de Kamer het eens zijn over het belang van homorechten. Maar dat ze doen alsof dit altijd al zo was, is een minder charmante vorm van hypocrisie.

‘Ik ben gek op hypocrisie en inconsistentie”, zei iemand laatst tegen me. „Wie het oneens is met zijn eerdere zelf, durft tenminste van mening te veranderen.”

Daar valt iets voor te zeggen, maar het wordt irritant wanneer mensen doen alsof ze het nieuwe standpunt altijd al hadden.

Helaas lijden velen aan dit type geheugenverlies. Dat is mooi te zien in het debat over de Nederlandse identiteit dat in de komende verkiezingscampagne weer een grote rol zal spelen.

Een van de ‘typisch Nederlandse waarden’ die door bijna alle politici worden genoemd zijn de homorechten. Je kunt die inderdaad typisch Nederlands noemen, want Nederland loopt op dit gebied voorop. Maar wie doet alsof die homorechten van oudsher bij Nederland horen, neemt het niet zo nauw met de werkelijkheid. Het homohuwelijk stamt uit 2001. Toen het werd behandeld in de Tweede Kamer, stemden CDA, SGP en de voorlopers van de ChristenUnie tegen. In 1996, toen D66 en PvdA een motie indienden die de regering verzocht de wet te maken, stemde zelfs de helft van de VVD-fractie tegen, inclusief partijleider Frits Bolkestein.

Dat niet iedereen zich altijd al bekommerde om homorechten wordt nog duidelijker met een onderzoekje naar de verkiezingsprogramma’s sinds de Tweede Wereldoorlog. Homorechten worden voor het eerst genoemd in 1971 (door PvdA en D66); in de jaren tachtig volgen CDA en VVD. Die twee partijen laten zich er na 1989 niet meer over uit. De VVD noemt het onderwerp even in 2006, maar pas in 2010 duikt het onderwerp in alle programma’s weer op; dit keer ook bij de ChristenUnie, die er in 2002 nog voor pleitte het homohuwelijk terug te draaien.

Dat homorechten in 2010 door bijna iedereen expliciet in het programma worden opgenomen – vaak in verband met de Nederlandse identiteit – is wellicht geen toeval. Het zijn de eerste verkiezingen sinds Wilders’ onverwachte succes in 2006; in de tussentijd had hij het verband gelegd tussen islamisering en bedreiging van homo’s, onder andere in zijn film Fitna (2008). Van een achtergestelde bevolkingsgroep zijn homo’s in korte tijd getransformeerd in een symbool voor onze Nederlandse waarden. „Onze geschiedenis is er één van [...] vrije meningsuiting, vrije godsdienstkeuze en gelijke rechten voor homo’s en hetero’s”, aldus het nieuwste VVD-programma. Daarom moeten vluchtelingen van VVD-minister Edith Schippers direct een filmpje te zien krijgen met typisch Nederlandse taferelen zoals de Gaypride.

Het is natuurlijk geweldig dat (bijna) iedereen het eens is over het belang van homorechten. Maar doen alsof dit altijd al zo was, is een minder charmante vorm van hypocrisie.

Floor Rusman vervangt Tom-Jan Meeus.

Correctie: in een eerdere versie stond dat VVD en CDA in respectievelijk 2006 en 2010 voor het eerst homorechten aanstipten in hun verkiezingsprogramma’s. Dit gebeurde echter in de jaren tachtig al.