Cultuur

Interview

Interview

Foto iStock

Met big data kun je branden en misdaad voorkomen

Smart Cities

Jorrit de Jong, een Harvard-docent uit Nederland, gaat vanaf deze week steden leren hoe ze meer uit big data kunnen halen.

Wat als stadsbesturen nog veel meer dan nu gegevens over burgers zouden verzamelen, combineren en analyseren? Dan zouden ze veel beter criminaliteit kunnen aanpakken, problemen met geluidsoverlast kunnen oplossen, diensten aan hulpbehoevende mensen kunnen bieden en zelfs brand kunnen voorkomen, denkt Jorrit de Jong, directeur van het Bloomberg Harvard City Leadership Initiative, dat in januari van start gaat aan Harvard University.

Brandweerkorpsen zouden veel beter kunnen voorspellen waar kans is op brand, zegt hij.

„Op basis van data van eerdere inspecties, karakteristieken van panden waar de meeste branden in een stad voorkomen bijvoorbeeld, of wat dacht je van informatie over het soort bedrading en het soort bewoner?”

Technologiebedrijven zijn volgens De Jong allang in staat om op basis van die gegevens een betrouwbaar algoritme te ontwikkelen dat gemeentebesturen kan helpen om brand gerichter te voorspellen en te voorkomen. „Er kán allang heel veel, maar er gebéurt nog te weinig.”

De Jong wil daar als directeur van het Bloomberg Harvard City Leadership Inititative verandering inbrengen. Zijn programma is mogelijk gemaakt door een gift van 32 miljoen dollar van Bloomberg Philanthropies, de liefdadigheidsinstelling van de voormalige burgemeester van New York, Michael Bloomberg. De Nederlander gaat burgemeesters over de hele wereld helpen met innovatie. Gebruik van big data, technologie en samenwerking met burgers en bedrijven staan daarin centraal.

Vertrouwen kan juist toenemen

„Neem zoiets als participatory budgeting: de bevolking online betrekken bij invullen van delen van de overheidsbegrotingen.” Overheidsuitgaven crowdsourcen dus: volgens De Jong zou dit soort toepassingen stadsbesturen veel dichter bij burgers kunnen brengen, juist in een tijd waarin burgers steeds minder vertrouwen hebben in hun bestuurders. Burgers zouden dan zelf meer invloed kunnen uitoefenen op overheidsbestedingen. Maar dan moeten stadsbesturen de data en technologie wel op de juiste manier gebruiken.

Juist aan Harvard wordt ook veel onderzoek gedaan naar de risico’s van bijvoorbeeld (racistische) vooroordelen die via big data opgenomen worden in beleid. Neem een algoritme dat de kans op brand inschat: als er vaker brand is in huizen met mensen met een bepaalde etniciteit, mag een computersysteem dan wel zomaar extra brandcontroles uit laten voeren bij die specifieke groepen? Al het Harvard-onderzoek naar dit soort moeilijke vragen wordt gratis voor iedereen toegankelijk.

Potentiële problemen rond privacy zijn ook altijd een heet hangijzer als het gaat over big data. „Dat klopt”, zegt De Jong. „Maar dat is precies waar we burgemeesters beter wegwijs in willen maken. Voor sommige data-analyses zal je gegevens nodig hebben van elektriciteitsbedrijven, sociale diensten of bijvoorbeeld scholen.”

De Jong en zijn ongeveer 10 medewerkers willen de burgemeesters beter uitrusten zodat ze al die belangen goed af kunnen wegen. „Maar ook zodat ze de middelen hebben om aan bewoners duidelijk te maken dat er een zwaarwegend belang is om toch data uit te wisselen, en tegelijkertijd de zorgen over privacy of ethische vragen rondom big data goed te adresseren.”

De Jong gaat de miljoenen van Harvard en Bloomberg gebruiken voor een nieuw programma waarbij burgemeesters bijeenkomen in New York om ervaringen uit te wisselen en bijgeschoold te worden over nieuwe technologieën, en slimmere manieren om die te gebruiken.

Tussendoor moeten er virtuele bijeenkomsten komen via een soort IMAX-theater op Harvard. „Skype maar dan honderd keer beter.” Het is de bedoeling dat de gemeentebesturen doorlopend tips en inzichten uitwisselen.

„We willen 75 procent van alle Amerikaanse steden boven de 100.000 inwoners betrekken bij ons initiatief”, zegt hij. Er komen ook samenwerkingen met in totaal 80 internationale steden, die nog geselecteerd moeten worden. „Het zou mooi zijn als daar een Nederlandse stad bij zit”, zegt hij. Al is daarover nog niets besloten.

Weinig tijd en beperkte middelen

Burgemeesters hebben volgens De Jong vaak weinig tijd en gelegenheid om zich van de nieuwste technologieën en organisatiemodellen op de hoogte te stellen.

„Het is al een ongelooflijk moeilijke baan: veel onzekerheid, een complexe organisatie. Het oog van het grote publiek en de media kijken altijd mee, er zijn altijd tegenstanders en strijd. En in veel steden hebben burgemeesters ook nog eens zeer beperkte middelen.”

Nu zijn de precieze gevolgen van big data nog erg moeilijk te overzien voor lokale bestuurders, waardoor er nog veel mis kan gaan en de technologie niet optimaal wordt benut, volgens De Jong. „Maar met die kennisachterstand kom je als burgemeester niet meer weg”.