De man die The Beatles weggaf (voor niks)

Allan Williams (1930-2016) was de eerste manager van The Beatles, maar stopte na hun optredens in Hamburg. „Opeens was ik de boel zat.”

Allan Williams, oktober 2016. Foto AP

De pechvogel van de eeuw, werd Allan Williams wel eens genoemd. Hij was de eerste manager van The Beatles – en de man die het beginnende groepje na twee jaar gratis overdroeg aan een andere manager, vlak vóór hun eerste hit. De titel van zijn memoires zegt alles: hij was The man who gave The Beatles away. Hij stierf vrijdag, op 86-jarige leeftijd.

Eind jaren vijftig runde Allan Williams in zijn woonplaats Liverpool het danshol Jacaranda, waar de nog onbekende Beatles regelmatig optraden. In 1960 wist hij bij een club in Hamburg een contract voor het groepje te bemachtigen. Hij reed zelf het busje waarmee ze naar Duitsland reisden – met de boot naar Hoek van Holland en verder via Arnhem, waar John Lennon in een muziekwinkel een mondharmonica jatte.

Een interview met Allan Williams over de begindagen van de Beatles. Lees verder na de video

Ruzie

In Hamburg groeiden The Beatles uit tot een hechte, ruige rockgroep. Maar tegelijk bezorgden ze Williams heel wat kopzorg met hun drank, drugs en kwajongensgedrag. En toen ze in 1962 terug waren in Liverpool, kregen ze ruzie over een door henzelf afgesloten contract waarvan ze Williams niet diens managerspercentage wilden afdragen. „Opeens was ik de boel zat”, zei hij. „En toen Brian Epstein naar voren kwam en vroeg of hij de belangen van The Beatles mocht behartigen – toen heb ik gezegd: alsjeblieft, je mag ze hebben. Een half jaar later hadden ze hun eerste hit.”

Wie in de eerste helft van de jaren zestig niet in het voetspoor van The Beatles van Liverpool naar Londen verhuisde, miste de boot. En de grootste bootmisser van allemaal was Allan Williams. „Ik heb natuurlijk vreselijk de pest in gehad”, zei hij. Hij handelde in interieurs uit in onbruik geraakte kerken, vertelde sterke verhalen op conventies van Beatle-fans en organiseerde toeristische rondleidingen door Liverpool. Verder deed hij zijn best niet rancuneus te zijn: „Ik weet niet meer of ik echt gelukkig zou zijn geweest als ik hun manager was gebleven. Wat moet je in vredesnaam doen met zo veel geld?”

Intussen stond hij in de horeca van Liverpool bekend als de man die op zaterdagavond gewoonlijk dronken op de vloer van zijn stamcafé lag te slapen.