Recensie

Rapper Kate Tempest slaagt met spannend romandebuut

De proloog begint heftig, als een actiefilm. Drie mensen in een auto die halsoverkop Londen uitrijden, met een koffer vol geld. Niet hun geld, waarschijnlijk, waarom zouden ze anders zo’n haast hebben, waarom zouden ze anders zo nerveus zijn? De rest van deze roman, vertaald door Roos van de Wardt en Astrid Huisman, onthult hoe het zover is gekomen. Kate Tempest (1985) heeft in Groot-Brittannië haar sporen verdiend als rapper en dichter; haar poëzie werd in 2012 bekroond met de Ted Hughes Award. De stenen die de huizen bouwen is haar romandebuut. En de gedrevenheid van haar poëzie kenmerkt haar proza.

Twee meisjes staan centraal, danseres Becky en de jongensachtige Harry. Becky verdient bij als ‘masseuse’, Harry dealt. Ze vallen voor elkaar, Becky krijgt een vriendje, er gaat iets mis met een drugsdeal. Tussen alle verwikkelingen door besteedt Tempest verrassend veel aandacht aan de familie (ouders, grootouders) van haar personages. Bij dergelijke uitweidingen dreigt het verhaal behoorlijk in te zakken.

Ook Tempests taalgebruik zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen. Een uitgesproken naam ‘hangt als een afgeschoten vogel in de lucht, kan elk moment naar beneden vallen, ploft dan ineens zachtjes in hun schoot en blijft daar warm en bloedend liggen’. Dat doet Tempest vaker: emoties en woorden opvoeren als concrete voorwerpen of gebeurtenissen. Dat werkt meeslepend, maar tegelijkertijd bewandelt de schrijver een smal koord tussen potsierlijkheid en effectiviteit.

Zo lijkt De stenen die de huizen bouwen een onevenwichtige roman te zijn geworden, voorbestemd om als dappere mislukking de boeken in te gaan. Maar toch weet het boek zich aan dat lot te onttrekken.

Ten eerste door de ernst waarmee Tempest haar verhaal vertelt. Het beeld dat ze geeft van het Londen waarin haar personages hun weg zoeken, is niet satirisch of ironisch. Tempest beschrijft de wereld van haar personages omdat ze ons wil laten weten hoe die leven en waarmee ze te kampen hebben. Dan begrijp je waarom ze zo uitgebreid ingaat op de voorgeschiedenis van die personages: ze wil laten zien hoe ze zo zijn geworden. Daarom gaat ze in op het geworstel en falen van vorige generaties: geen enkel leven ontstaat in een vacuüm.

Het andere element dat De stenen die de huizen bouwen tot een geslaagde roman maakt, is de spanning. Gaandeweg ga je denken dat de proloog een lokkertje was voor een groepsportret van mensen die onder moeilijke omstandigheden een domein voor zichzelf proberen op te eisen, maar in het laatste deel werkt Tempest de opgeroepen spanning panoramisch uit. Een mislukte drugsdeal stuwt het verhaal voort tot aan een surprise party die door zo’n beetje alle hoofd- en bijrolspelers wordt bezocht. En daar, begrijpt de lezer met groeiende onrust, komen alle verhaallijnen op heftige wijze samen.