Een weekend op pad met een veelbelovende familie van veldrijders

Veldrijden

Rond de jaarwisseling is het traditioneel druk voor de veldrijders. Een peloton campers trekt kriskras door België. NRC reed mee in de camper van een beloftevolle veldrijfamilie.

Niels Derveaux rijdt zich warm naast de camper van zijn familie. Neef Dylan kijkt toe. Foto's Merlin Daleman

De West-Vlaamse deelgemeente Otegem ligt op de eerste donderdagochtend van de kerstvakantie onder een dempende deken van de dichtste mist. Alleen in huize Derveaux brandt op dit uur licht boven de ontbijttafel. Een gezin maakt zich klaar voor een ijsdag in de modder van Loenhout, niet ver onder Breda.

Moeder Veerle vult de woonkeuken met haar hartelijke lach, ontlokt door een collie die een cockerspaniël voortdurend onder de voet loopt. Oudste dochter Annelies (22) schept orde met puntige vermaningen. Ze draagt een coltrui, want ze weet dat het langs de kant straks koud zal zijn. Vader Danny, kraanmachinist van beroep, schenkt rustig koffie uit een rode thermoskan, terwijl het jongste gezinslid Hanne (15) met tegenzin op een boterham kauwt. Van de dertien veldritten die haar broer reed ging ze misschien drie keer mee. Ze heeft meer met mode dan met veldrijden.

De jongeman om wie het draait in dit gezin doet zich blijmoedig tegoed aan een overvolle kom met speltvlokken in sojamelk, opgeleukt met suikervrije jam. Veldrijder Niels Derveaux (19) mijdt zoetigheid sinds hij een aantal jaar geleden van trainer wisselde en zich wilde wagen aan een carrière in de topsport. De coach had hem gevraagd wat hij zoal at. Broodjes choco? Dat was geen voedsel voor een atleet. Van de ene op de andere dag zwoor Niels luxe af. Als het gezin na een middag in de modder langs het frietkot rijdt, zet hij zich onvermurwbaar achter het driepitskookstelletje in de familiecamper om zijn prakje op te warmen: vaak pasta met broccoli en zalm, zonder saus. „Eet toch één frietje”, zei Annelies laatst. Niels haalde zijn schouders op. Met een triomfantelijk knikje: „Ik heb momenteel een vetpercentage van 6,9 procent.” Het is hem aan te zien als hij zich verkleedt: je kunt de pezen over zijn schouderbladen zien kronkelen.

De droom van Niels Derveaux is prof worden. Tot oktober probeerde hij dat op een mountainbike. Ondanks zijn vierde plek op het EK van 2015 kreeg hij geen aanbieding van een ploeg. Een wielrennende schoonzoon van de familie had Niels aangeraden het eens op een crossfiets te proberen. Daar zit het geld. „Een keuze voor de cross is een keuze voor mijn toekomst”, zegt hij aan het kleine tafeltje van de Fiat Ducato.

Dat bleek een accurate voorspelling: na een handvol top-15-klasseringen in het veld werd Niels onlangs ingelijfd door een semi-profploeg. Per 1 januari 2017 wordt hij gesponsord door het Tarteletto Cycling Team. Levert hem ook een stipendium van de nationale wielerbond op. Zo snel kan het gaan in België, waar de beste veldrijders tonnen per jaar opstrijken. En ook de laag daaronder kan rondkomen.

Azencross van Loenhout

De Azencross van Loenhout wordt voor Niels de derde van vier wedstrijden in iets meer dan een week. De periode tussen kerst en nieuwjaar is voor veldrijders de drukste van het jaar, en voor de vaandeldragers van de sport de lucratiefste. Mathieu van der Poel en Wout van Aert verdienen per race circa 8.000 euro door alleen al aan de start te verschijnen. Voor Niels is dat toekomstmuziek: zijn nieuwe ploeg probeert hem voor 100 euro op de startlijsten te krijgen.

Ergens tussen Gent en Antwerpen kruipt vader Danny achterin de camper even in bed. Doet Niels normaal ook, maar nu is hij druk bezig op zijn mobieltje. Hij checkt de sociale media-pagina’s van zijn concurrenten. Hanne heeft zich met muziek in haar oren afgezonderd. Annelies corrigeert de honden.

Het gezin Derveaux is vandaag in zijn element. Een dag met de camper op pad naar de wedstrijden van Niels is een familie-uitje. Jarenlang reden ze kriskras door Europa met een auto en een caravan, en dan vooral in de zomermaanden, tijdens het mountainbikeseizoen. Gingen ze op vrijdag onderweg naar Oostenrijk, waar het een uurtje fietsen was en op zondagmiddag weer terug naar Vlaanderen. Niels reed bij de junioren, Danny bij de masters. En ook Annelies kon er wat van: ze werd twee keer Belgisch kampioene, maar koos voor haar studie en is nu kleuterjuf. „Dit is ons leven”, roept vader Danny. Veerle: „Als we een weekend thuis zitten, weten we niet wat we moeten.”

Toen Niels in oktober aankondigde te zullen stoppen met mountainbiken riepen de dochters: „Joah, en wat gaan we dan nu doen?” Veldrijden dus. Niet langer roadtrippend in de zomer, maar juist in de kille Vlaamse wintermaanden. Met benevelde supporters langs de kant – daaraan moet de familie wennen. Net als aan de rest van het cross-circus. Veerle: „Thuis gaat almaar de telefoon. Journalisten, mensen die vragen om Niels zijn wielershirtjes.”

In de Palbomsstraat van Loenhout staat het voor negenen al vol met campers als die van de familie Derveaux. Ter hoogte van huisnummer 37 staat neef Dylan op Niels te wachten. Hij draagt een gele pet met de naam van diens nieuwe ploeg. Dylan is Niels’ grootste fan. En vooralsnog de enige.

Buiten komt oom Claude aangelopen. Hij is de mecanicien en trekt twee identieke crossfietsen uit de manshoge kofferbak. Binnen staat Niels achter zijn pannen: hij kookt een ruime portie pasta gaar en knipt er even later ham door. Verzadigd begint hij een rituele dans met zijn wielerkledij. Hij test replica’s van dure sportbrilletjes met verschillende glazen en stoeit met handschoentjes net zo lang tot het gevoel goed is.

Na een rondje verkennen geeft Niels zijn fiets aan oom Claude, die ijverig begint te stoeien met een te slappe hogedrukspuit. De rest van het gezin houdt zich warm met koffie en soep. In de camper smeert Niels zijn benen in met een balsem die zijn spieren uren doet gloeien.

Zijn nieuwe ploegleider, die de komende jaren grote dingen verwacht van Niels, stapt de camper in voor een paar tips. „Houd je je rondetijden bij? Nee? Wel doen hoor. Dan kan je volgend jaar vergelijken of je al in de buurt van de profs komt.” Niels vertelt niet dat hij bij het verkennen in de tweede bocht onderuit schoof.

Voorportaal van de profs

De beloftecategorie waarin Niels uitkomt is het voorportaal van de profs. Het zijn de jaren om verwachtingen in te lossen. Maar Loenhout wordt niet de cross van Niels Derveaux, hoe hard zijn vader en oom in de materiaalpost en zijn zussen en moeder langs de kant ook schreeuwen. Ver achter winnaar en regerend wereldkampioen Eli Iserbyt finisht hij als 32ste, „stikkapot”. Het ging bij de start mis toen zijn ketting eraf vloog, maar hij vocht zich terug. Daaraan kon moeder Veerle zien dat het goed ging met haar zoon. Ze wendde haar gezicht wel af toen Niels met fiets en al over houten obstakels wipte. „Ik zie dat niet graag.”

Pure stuurmanskunst, maar hij heeft nog niet het vermogen om een uur lang met hoge snelheid door de blubber te raggen. Veerle, met naast haar Hanne die haar verkleumde tenen probeert op te warmen: „Dit is voor Niels een leerjaar. We verwachten nog niets.”

Terug in de camper zit Niels dertig minuten op de rollerbank om zijn benen los te fietsen. Punctuele jongen, zegt Veerle: „Als hij honderd kilometer moet fietsen en thuis staat de teller op 99, dan rijdt hij heen en weer tot hij honderd heeft gedaan”. Niels: „Als je bij de bakker komt met 99 cent voor een brood van 1 euro, dan krijg je het toch ook niet mee?”

Na het lostrappen stapt Niels onder een warme douche, een luxe die sommige eliterenners niet hebben. Als hij opgefrist een tweetal plakken van zijn zelf gebakken speltbrood afsnijdt, zegt hij dat hij een voldaan gevoel heeft.

Zijn zusje Hanne is naast hem in slaap gevallen. Vader Danny neemt de terugweg voor zijn rekening. Het klokje is rondgegaan als we in het donker huize Derveaux bereiken. Binnen neemt Danny een flesje Kwaremont-bier. Er komen paprikachips op tafel. Niels kijkt er niet naar. Over drie dagen begint alles opnieuw.