Recensie

Ingenieus plot blijkt een wat matte leeservaring

Met Woesten (2013), een roman gesitueerd rondom de Eerste Wereldoorlog, viel de destijds debuterende Kris Van Steenberge (1963) met zijn neus in de spreekwoordelijke boter: hij won er De Bronzen Uil én de Debuutprijs 2014 mee, terwijl het boekhandelspanel van De Wereld Draait Door de lezer richting kassa sommeerde door het als boek van de maand in de lucht te houden.

Hoge verwachtingen dus bij opvolger Blindelings, een roman die naast een fijne stijl kan bogen op een ingenieus plot: op de openingspagina zit er iemand met een doorgeladen pistool iemand op te wachten. De volgende 280 pagina’s blijft de kogel in de kamer en lezen we hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Het is één grote reconstructie, verteld door in te zoomen op vier levens: een moeder, een vader, een zoon (die het pistool in handen heeft) en diens, nou ja, vriendin kun je het niet noemen, maar het komt in de buurt.

Blindelings drijft op een paar thema’s, waarvan sociale mobiliteit en bemoedering de voornaamste zijn. Vader Karel, een man uit de heffe des volks, liep aan tegen Abigaïl, een vrouw van wat chiquere komaf. Niet lang nadat ze zich heeft laten bezwangeren door Karel gaat het stel uit elkaar en voedt zij zoon Jonas op.

Abigaïl heeft grote plannen met het mannetje, dat ze met veel te veel sturing de kant op duwt die haar het meest aanstaat. Jonas is de verwende prins, terwijl Karel, die geen kind wilde, wegkwijnt in een routineus bestaan als docent.

Van Steenberge laat zinnen vallen die tot nadenken stemmen, zoals wanneer hij zegt dat ‘in een lift de tijd kan verstillen’. En hij kent zijn Freud, zoals blijkt uit de scène waarin de duistere kant van Jonas pas in werking treedt als hij zijn bedpartner met zijn moeders favoriete nachtcrème heeft ingesmeerd.

Toch levert Blindelings, waar zo honderd pagina’s of meer uit wegbezuinigd hadden kunnen worden, een wat matte leeservaring op. Van Steenberges mensbeeld is helder (mensen richten elkaar te gronde, en toch blijft de ander lonken), maar hij heeft zijn personages te weinig in handen gegeven om ze ook echt iets te laten verliezen.