Komt Facebook in 2017 tot inkeer?

Media

In 2016, jaar van censuurblunders en nepnieuws, besefte Facebook tot de mainstreammedia te behoren. Hoe gaat het verder in 2017?

Illustratie Anne van Wieren

„Luister, Mark, dit is ernstig.” Het afgelopen jaar was turbulent voor Facebook, en deze korte zin – geschreven door de Noorse Aftenposten-hoofdredacteur Espen Egil Hansen in een open brief aan Mark Zuckerberg – zou het motto kunnen zijn voor de vele relletjes die het sociale netwerk in 2016 teisterden.

Nepnieuws, censuur, racisme, terreurpropaganda – het zijn zaken die gevestigde media gewend zijn te vermijden, maar op Facebook kregen ze in 2016 alle ruimte. Het bedrijf liet toe dat nepnieuws de Amerikaanse verkiezingen beïnvloedde, censureerde historische foto’s, bood onderdak aan racistische pagina’s en werd gebruikt door terreurorganisaties om leden te rekruteren. Om met Hansen te spreken: „Dit is ernstig.” Er zit enige verbijstering in die woorden dat Facebook zoiets – Hansen klom in de pen vanwege de verwijdering van een iconische Vietnamfoto omdat er naakt op te zien was – kon laten gebeuren.

De affaires zouden elk ander bedrijf de das omdoen, maar Facebook had er financieel gezien weinig last van. Het concern verraste investeerders elk kwartaal met torenhoge advertentie-inkomsten en maakte de eerste drie kwartalen bijna 6 miljard dollar winst, een forse verbetering ten opzichte van de 3,7 miljard over dezelfde periode in 2015.

De zin staat ook symbool voor hoe Facebook reageert op zo’n rel. Hansen schudt Zuckerberg als het ware door elkaar: luister, Mark! Dagenlang verdedigden Facebookmedewerkers de keuze om de foto van een meisje dat naakt wegrent na een napalmaanval te verwijderen. Een internationale rel en zelfs de Noorse premier moesten eraan te pas komen om het bedrijf tot inkeer te brengen.

Het was niet de enige censuurblunder. Zo verwijderden moderatoren een video over borstkanker en werden in Nederland cartoons van Ruben Oppenheimer gecensureerd. Telkens werd de keuze eerst verdedigd en kwam het bedrijf later tot inkeer, vaak pas als de zaak veel media-aandacht kreeg.

Nepnieuws

Ook het nepnieuwsprobleem werd aanvankelijk in alle toonaarden ontkend. Zuckerberg vond het een „best bizar idee” dat „nepnieuws op Facebook (…) de verkiezingen hebben beïnvloed”. Pas toen hij er echt niet meer omheen kon – Buzzfeed onthulde dat verhalen als „Clinton verkocht wapens aan IS” in de aanloop naar de verkiezingen vaker werden gedeeld dan de twintig best presterende berichten van journalistieke media – kondigde hij maatregelen aan.

In achtergebleven regio’s in de VS komt veel nieuws van Facebook: Hoe de lokale krant verdween uit Trump-land

De clash tussen Hansen en Zuckerberg zegt ook iets over de verhouding tussen de gevestigde en nieuwe media. Hansen zou niet zo lang geleden tot de ‘poortwachters’ worden gerekend: redacteuren van grote nieuwsorganisaties die eeuwenlang konden bepalen wat nieuws was en welke ideeën toelaatbaar waren in het publieke debat, en welke te radicaal.

Die tijden zijn voorbij. Internet maakte de verspreiding van nieuws niet alleen democratischer, het leverde ook nieuwe poortwachters op, zoals Facebook en Google. En deze nieuwe poortwachters zijn veel machtiger dan elke afzonderlijke nieuwsorganisatie ooit is geweest. Ruim de helft van de drie miljard internetgebruikers zit maandelijks op Facebook, Google heeft tweederde van de zoekmarkt in handen. En de crux is dat Facebook en Google bij hun nieuwsselectie (wat raden ze hun gebruikers aan) geen journalistieke principes hanteren (klopt het, is het belangrijk?), maar populariteit als maatstaf nemen (wordt het gedeeld en aangeklikt). In het geval van Facebook gelden daarnaast ook nog redelijk puriteinse normen (in principe geen naakt en geweld) voor wat op het netwerk wordt toegestaan.

Monopolie

Er zijn al activisten die zeggen dat het „monopolie” van Facebook desnoods door de rechter gebroken moet worden. „Als bedrijven zo groot worden zijn ze een gevaar voor de democratie, maar ook een gevaar voor het kapitalisme. Ze trekken investeringen en winst weg bij kleinere bedrijven en belazeren concurrenten”, aldus de schrijver Robert McChesney onlangs tegen The Guardian.

Zal Facebook leren van de relletjes? Het zou best kunnen dat het bedrijf onder druk van de publieke opinie meer verantwoordelijkheid gaat nemen voor het materiaal dat gebruikers met elkaar delen. Het zette al stappen in die richting. Het bedrijf gaat factcheckers vragen of berichten kloppen en geeft nepnieuws het label ‘betwist door derden’. Het weert sites die nepnieuws publiceren van zijn advertentieplatform, waarmee de financiële prikkel om nepnieuws te verspreiden wordt weggenomen. Na relletjes over censuur stelde het vaak de huisregels bij of draaide de beslissing terug. En er kwam een initiatief van Facebook, Microsoft, Twitter en YouTube om terroristische propaganda op de platforms tegen te gaan.

Veel nepnieuws wordt gemaakt in Macedonië: NRC ging langs bij enkele makers.

Facebook kan natuurlijk ook verplicht worden tot ander gedrag. Na druk van Europese privacyorganisaties stopte het bedrijf in november met het omstreden gebruik van persoonlijke gegevens van WhatsApp-gebruikers. In Duitsland is wetgeving in de maak die het bedrijf verplicht nepnieuws te verwijderen.

Een andere aanwijzing voor een koersverandering kwam twee weken geleden. In een video omschreef Zuckerberg Facebook tot ieders verbazing als „mediabedrijf”.

Hij heeft altijd volgehouden een techbedrijf te runnen, dat niet verantwoordelijk is voor wat op het platform wordt gepubliceerd. „Facebook is een nieuw soort platform”, zei Zuckerberg in het videogesprek met Facebook-topvrouw Sheryl Sandberg. „Het is geen traditioneel techbedrijf. En het is geen traditioneel mediabedrijf. Weet je, we bouwen technologie en voelen ons verantwoordelijk voor hoe die wordt gebruikt.” 2017 moet uitwijzen of Zuckerberg woord houdt.