Toch nog een tikje voor Sven Kramer op de 10 kilometer

Schaatsen

Jorrit Bergsma versloeg zijn rivaal Sven Kramer. Is Bergsma nu weer de koning op de 10 km? „Het begint er weer op te lijken.”

Jorrit Bergsma doet niet aan psychologische oorlogsvoering, zegt hij met een strak gezicht, nadat hij kort daarvoor met een even zo strak gezicht had gezegd dat hij vindt dat hij beter is op de tien kilometer dan Sven Kramer. Punt. Het zelfvertrouwen is in Thialf duidelijk terug, nu hij zijn rivaal op een belangrijk moment weer eens versloeg.

Bergsma zorgde er vrijdag op de slotdag voor dat Kramer niet de absolute koning van de NK afstanden werd met drie titels.

Ergens toch best verrassend, als je keek naar de dagen ervoor. Naar hoe Kramer onder zware omstandigheden in Heerenveen zo dominant vier seconden sneller was op de vijf kilometer dan Bergsma, die zich naar de finish leek te harken.

Dromen

Of naar de prachtige manier waarop hij zijn winnende 1.500 meter reed. Als een echte stayer, beide handen weer op zijn rug, met een verval van ronde tot ronde waar de specialisten alleen maar van kunnen dromen. In Heerenveen heerste de 30-jarige Kramer de afgelopen dagen zoals in zijn jongere jaren.

Totdat hij alsnog een tik kreeg van Bergsma: 12.52,34 tegen 12.53,59. Als Bergsma een goede dag heeft, in normale doen is, zegt hij na de race, dan is hij het aan zijn stand verplicht sneller te zijn. Zelfs na dat matige vorige seizoen, waar de olympisch kampioen van Sotsji onder meer van Kramer verloor op de WK afstanden in Kolomna, had hij geen moment getwijfeld dat de tien kilometer nog zijn afstand is. Zelfs na die mislukte vijf kilometer eerder deze week geen vraagtekens. „Ik was misschien nog iets te gespannen.” Klaar.

Natuurlijk baalt Kramer ervan dat hij vrijdag niet ook die derde afstand won, na de 5.000 (woensdag) en 1.500 meter op donderdag. Maar hij heeft het alsnog over een „supergoede week”.

Dieper gaan

Misschien dat hij wat dieper had kunnen gaan, misschien dat hij wat meer, zoals hij het zelf omschrijft, „met het mes op de keel” had moeten schaatsen. Het heeft geen zin het daar naderhand aan te wijten. „Dan doe je af aan de prestatie van Jorrit.”

Kramer was ook niet eens zo ontevreden over zijn eigen race. Hij had hem wel wat harder kunnen „aanvallen”. Wat meer moeten versnellen per ronde gedurende de race. Of nou ja, in ieder geval wat minder langzaam. „Jorrit pakte op een gegeven moment steeds een tiende op me.”

Of deze overwinning voor Bergsma nou een „mentale opkikker” was, wordt Kramer gevraagd. Die glimlacht. „Die had hij nodig, ja.”

Het is te vroeg om te zeggen dat de tien kilometer nu weer van Bergsma is. Vindt ook Bergsma zelf. „Maar het begint er in ieder geval weer op te lijken.”

    • Frank Huiskamp