Nieuw kankermedicijn: drie maanden langer leven

Geneeskunde

Er kwamen in tien jaar 53 nieuwe kankermedicijnen bij. Gemiddeld bieden ze de patiënt 3,4 extra levensmaanden

De kankermedicijnen die tussen 2003 en 2013 nieuw op de markt kwamen geven een kankerpatiënt gemiddeld 3,4 extra levensmaanden. Het gaat om 53 medicijnen. Daar zijn er bij die gemiddeld niets toevoegen aan de levensduur, zoals gebeurde bij nieuwe middelen tegen een vorm van schildklierkanker. De nieuwe medicijnen bij borstkanker lijken het best te werken: die verlengen de overleving gemiddeld 8,5 maanden.

Dat schrijven onderzoekers van Harvard University en de London School of Economics and Political Science in een gisteren uitgekomen artikel in JAMA Oncology. Eerder deze maand was er soortgelijk nieuws over deze moderne, vaak peperdure kankermedicijnen. De helft van de 36 kankermedicijnen die tussen 2008 en 2012 op de markt kwam geeft helemaal geen levensverlenging, schreven toen Amerikaanse onderzoekers in het zusterblad JAMA Internal Medicine, maar de registratie-autoriteiten halen die middelen niet van de markt.

Voor veel mensen zal al het een schok zijn dat die nieuwe kankermedicijnen niet op hun genezend effect worden beoordeeld, maar slechts op een paar maanden langer leven. Kanker wordt vooral genezen door opereren en bestralen – bij sommige bloedkankers en een paar typen zeldzame kanker geven medicijnen wel een goede genezingskans.

De levensverlenging die een kankermedicijn biedt blijft vaak onzeker. De (snelle) markttoelating gebeurt vaak niet op grond van overlevingscijfers, maar bijvoorbeeld op basis van de tijd dat de kanker niet terugkeert. Dat beeld schetst de wetenschappelijke literatuur over het schildklierkankermiddel cabozantinib (zie inzet).

De auteurs van het nieuwe onderzoek zijn duidelijk geen harde critici van de dure kankermedicijnen. Ze schrijven dat 43 procent van de 53 onderzochte middelen gemiddeld meer dan 3 maanden levensverlenging geeft. „In het algemeen lijkt innovatie in de kankermedicijnmarkt echt van belang te zijn voor de patiënten en de maatschappij”, schrijven ze.

Maar de onderzoekers zien ook problemen. De vraag is bijvoorbeeld of het effect van die medicijnen in de gewone dokterspraktijk net zo groot is als in de onderzoeken waarop de beoordelaars zich baseren. En de Britse, Franse en Australische beoordelaars die in dit onderzoek zijn vergeleken hadden vaak heel verschillende oordelen.