Column

Naar de Kuip! Een antidotum tegen het defaitisme

De sloopkogels van de geschiedenis slingeren, een omwenteling is begonnen. Populisme versus liberalisme. De populisten staan ruim voor. Maar in het stadion is troost te vinden.

Het Feyenoord-publiek in de Kuip. Foto ANP

Je bent al in de Kuip lang voor je er bent. Die man met een muts in de metro, die vrouw op straat met een sjaaltje, dat jochie in de Feyenoord Fanshop op Rotterdam Centraal: stukjes stadion, op weg naar de assemblage.

Het jochie in de Feyenoord-winkel mag van zijn vader een thuisshirt uitkiezen.

„Toornstra”, fluistert hij tegen de vrouw achter de toonbank. De vrouw pakt het shirt en legt het op een machine om de spelersnaam erop te persen. Ze haalt een hendel over. En wacht.

De traagheid van die hele handeling irriteert me. Maar de anderen in de rij ergeren zich niet: ze zien dat hier geen shirt, maar een nieuw Feyenoord-zieltje wordt geperst.

Ook ik ben op weg naar mijn eerste competitiewedstrijd van Feyenoord. Ik ben in Rotterdam geboren, maar toen ik klein was ging ik op zondag naar de kerk, de Kuip was taboe. Toen ik eenmaal oud genoeg was om zelf wel te bepalen wat ik op zondag deed, vond ik voetbal al niet meer interessant. Dom massagedoe.

Pas een paar jaar terug zag ik Feyenoord eens spelen, dat was voor de beker, in een vergeten seizoen. Dit seizoen is anders, Feyenoord staat ruim bovenaan. Toch koop ik niet eens een sjaaltje, alleen een cadeautje. Voelt niet goed, dat groepsgevoel, zo’n sjaal zou me langzaam wurgen. Identiteit is voor anderen.

Een vriend leende me een seizoenskaart. We zitten in vak D, voor bedaarde fans, de hooligans met pensioen. Het is de laatste wedstrijd voor de winter, tegen Vitesse.

Wat ze je op televisie nooit vertellen is hoe antiek die Kuip aanvoelt. Ik bedoel niet dat het stadion uit 1938 komt, maar de ambiance. Die Feyenoord-fans komen vooral in beeld als ze, zeg, een fontein slopen in Rome. Maar hier zie ik vooral veel wijdbeense mannen in kleurloze jassen met hun handen diep in de zakken. Ze blazen nerveus wolkjes die in zwart-wit wegdrijven in de stadionlampen.

Een man achter me slaat een paar keer van puur geluk op mijn schouder. Een ander roept verwensingen als: „Kom op nou man!” De Kuip voelt aan als een amateurclub.

Je mag er trouwens gewoon nog roken. Bij het binnentreden werd ik niet gefouilleerd of gescand. Je loopt gewoon een tijdscapsule binnen.

Commerciële fratsen zijn er ook al nauwelijks, vergeleken met honkbalwedstrijden bijvoorbeeld, die om de haverklap gestaakt worden voor een show. Dit is zuiver voetbal, geen gedoe. Alleen tijdens de rust deelt de stadionspeaker mede dat de wedstrijdbal is gewonnen door Job den Ouden uit Hilvarenbeek uit vak Z. Het klinkt alsof iedereen hem kent.

De tijd staat stil en niet omdat Dirk Kuijt hier honderd jaar geleden ook al speelde. Dit Feyenoord lijkt zo mijlenver weg te staan van de verrotte wereld van vedetten en matchfixing. Giovanni van Bronckhorst: niemand kan zo lief en fier en integer tegelijk langs de zijlijn staan als hij. Een zuivere ziel, kan ik niet checken, moet wel. Buitentijds.

Ze hebben niet eens een cultheld in het team. Jørgensen scoort veel en lult niet. Saai, bijna. Zeker vergeleken bij al die individualistische volkssporten die nu bloeien: Formule 1 of kickboksen. De Johan Cruyff van nu heet Max Verstappen. Kickbokser Rico Verhoeven is de nieuwe John de Wolf.

Feyenoord is trouwens ook een prima draaiende multiculturele samenleving, ook zoiets voorwerelds, met de Marokkaan Karim El Ahmadi als motor. De enige herkomst die hier telt lijkt de grond van kweekvijver Varkenoord. Meritocratie.

Ik weet ook wel dat er onder de fans vast idioten zitten of erger. En de club zelf kent zijn geschiedenis van megalomane voorzitters en dubieuze aankopen. Sowieso lijkt sinds die Football Leaks elk schot op doel besmet, maar deze winternacht oogt voetbal negentiende-eeuws en uit de speakers klinken trage liederen, oud als psalmen:

Feyenoord, Feyenoord, wat gaan we doen vandaag/ Wij gaan winnen, alleen met hoeveel is de vraag/ We zullen ze laten beven, ze zullen wat beleven/ Feyenoord, Feyenoord, Feyenoord, olé.

De laatste keer dat Feyenoord kampioen werd, was in 1999. Maar intussen zijn die mensen hier kennelijk blijven zingen, die lange winter door. Dat is het mooie. Er bestaat nauwelijks een koppiger optimisme dan dat van Feyenoorders. Ik had er wel wat over gelezen in dat fraaie boek De Coolsingel bleef leeg van Hugo Borst, maar het is wat anders om het zelf te zien, die tienduizenden orthodoxe dromers.

Ze zijn principieel, zo kun je het ook noemen.

Het werd 1-0 en toen 1-1 en daarna weer 2-1 en toen 3-1, ik weet niet meer door wie, maar ergens daartussen had ik een helder gevoel dat alles hier al eeuwen hetzelfde was gebleven. En toen kwam ook de vrees dat die wereld rap verdwijnen zal.

Ik bedoel niet eens dat er pal naast die Kuip een nieuw stadion zal komen (verbijsterend op zichzelf, alsof je een tweede Eiffeltoren bouwt naast de oude, omdat die een beetje roest – maar dat is een ander verhaal). Nee, dit ging niet eens over voetbal.

Ik dacht aan onze antieke wereld die het in het afgelopen jaar zo zwaar te verduren kreeg. De sloopkogels van de geschiedenis gingen slingeren, een omwenteling is begonnen, de winter komt. Populisme versus liberalisme, de macht van de massa versus de vrijheid van het individu. De populisten staan ruim voor en zijn begeesterd, zijn besmettelijk – het is nu menens. Er is alle reden voor kalme paniek.

Ik vond wat dat betreft 2016 een klotejaar met als lichtpuntje dat je nu weet waar je voor moet strijden in 2017. Dat abstracties als ‘liberale waarden’ überhaupt iets zijn wat je moet verdedigen, anders verdwijnt het.

Lastig verdedigen wordt het, individuen hebben nu eenmaal allemaal verschillende sjaaltjes, allemaal hun eigen liedje, ze ontberen een You’ll never walk alone. Dat alleen lopen, je eigen ding mogen doen, is juist het hele idee.

In de Kuip vond ik een sterk antidotum tegen defaitisme. Niet alleen omdat die Feyenoord-fans aantonen dat niet ieder groepsgevoel giftig hoeft te zijn. Maar ze laten vooral zien hoe je lange winters doorkomt: ze weten wat incasseren is, ze weten wat volhouden is, ze zingen al bijna twintig jaar dat ze kampioen worden.

Aandoenlijke sukkels, ware het niet dat ze komend jaar gelijk krijgen. Er is niet zo veel waar ik naar uitkijk in 2017, behalve het aanstaande kampioenschap van Feyenoord, in dat stokoude stadion met die stokoude Kuijt en die stokoude principes. Het is wensdenken, maar soit, deze tijd heeft wensdenken nodig en Feyenoord-fans zijn de beste wensdenkers.

Ik gun ze een einde aan hun lange winter. En ik gun het de mensen in het algemeen die ook in de winter blijven zingen.

We zullen ze laten beven, ze zullen wat beleven.

Arjen van Veelen schrijft de rubriek ‘Foto van de Week’, een wekelijks commentaar bij een nieuwsfoto