Beeld VN

Koken voor Syrische rebellen? Dan ga je de cel in

Anwar Albuni, Syrische advocaat

Toen hij zelf onder Assad in de cel zat, was er nog kans het te overleven, zegt de Syrische advocaat Anwar Albuni. Nu schat hij dat 60.000 mensen zijn gestorven in gevangenschap.

De Syrische advocaat Anwar Albuni heeft nog in de ‘goede tijd’ vijf jaar in de gevangenis gezeten van het regime van president Assad. „Dat was van 2006 tot 2011, voor de opstand begon”, zegt hij tijdens een interview in het kantoor van Amnesty International in Amsterdam.

„Toen had je nog een kans om het te overleven. Als je nu in de gevangenis belandt, ben je ten dode opgeschreven.”

Albuni, een man van halverwege de vijftig wiens specialiteit burgerrechten is, is hoofd van het Syrische centrum voor juridische studies en onderzoek in zijn huidige woonplaats Berlijn. Het probeert zich in te zetten voor de ongelukkigen die door Assads mensen worden opgepakt en in de gevangenis gegooid. Albuni houdt vanuit Berlijn contact met advocaten en juristen die ter plaatse discreet verdachten proberen te helpen.

Iedereen die ook maar de minste sympathie laat blijken voor de opstandelingen, wordt door het regime als ‘terrorist’ gebrandmerkt. Albuni noemt het voorbeeld van een moeder die eten had gekookt voor haar zoons die in het Vrije Syrische Leger zaten, een gematigde rebellengroep. Prompt werd ze gearresteerd en als terrorist in de cel gegooid. Ook artsen die rebellen behandelen, gelden als terroristen. Het advocatenbestaan is eveneens hachelijk. Zeventien van hen zijn spoorloos verdwenen, mogelijk al dood.

Sinds 2011 zijn er – voor zover Albuni kan nagaan – ruim 200.000 mensen gevangen genomen. Van hen zijn 30.000 verdachten berecht voor anti-terrorismerechtbanken, en 20.000 voor militaire rechtbanken. Van de overige 150.000 is sinds hun arrestatie niets meer vernomen. Albuni: „We gaan ervan uit dat 60.000 van hen inmiddels dood zijn.”

Albuni baseert die cijfers deels op officiële gegevens en op wat zijn contacten in Syrië vernemen, ook uit de mond van de schaarse mensen die worden vrijgelaten. Vooral de afgelopen twee jaar zijn dat er heel weinig. Soms komen mensen ook vrij door omkoping of via een gevangenenruil met de rebellen.

Zijn schattingen zijn beduidend hoger dan die van Amnesty International. Dat schatte in augustus dat sinds het begin van de opstand in 2011 ruim 17.500 mensen aan hun einde zijn gekomen in Syrische gevangenissen. De organisatie sprak echter van een zeer voorzichtige schatting en erkende dat dit aantal in werkelijkheid veel hoger kan zijn.

Een video van Amnesty over de beruchte gevangenis Saydnaya, uit augustus:

Pure uitputting

Het leven in een Syrische gevangenis is hoe dan ook een hel. Sommigen sterven door martelingen, anderen door de mensonterende omstandigheden. „Die zijn onbeschrijflijk slecht”, zegt Albuni.

„Er worden soms wel honderd mensen in een smerig klein vertrek opgesloten. Ze hebben nauwelijks kleding of te eten. Wie ziek wordt, hoeft niet op medische hulp te rekenen. Soms zakken de mensen van pure uitputting gewoon in de cel in elkaar.”

Albuni hoopt westerse regeringen ertoe te bewegen hun rechtbanken te laten oordelen over oorlogsmisdaden begaan in Syrië. Door het internationaal recht breed te interpreteren, zoals dat in België en Spanje enige tijd gebeurde, zou dat volgens hem mogelijk zijn. „Als de mensen van het regime weten dat ze in het buitenland berecht kunnen worden, zullen ze zich voorzichtiger gedragen. Tegelijk zou het een hoopvol signaal voor de Syrische bevolking betekenen.” Albuni is alvast begonnen met het aanleggen van dossiers.

In het algemeen is Albuni diep teleurgesteld in de lijdzame opstelling van de VS en Europa in het Syrische conflict. „Ze staan erbij en doen helemaal niets, terwijl Europa nota bene de eerste is die de gevolgen ondervindt van het conflict”, zegt de advocaat, doelend op zowel de vluchtelingenstroom als op een toenemend aantal terroristische aanslagen.

„Het Westen dacht dat er een politieke oplossing mogelijk was zonder rechtvaardigheid, zonder de schuldigen te bestraffen. Maar dat is een verkeerde boodschap. Besef dat de geschiedenis uiteindelijk ook over jullie zal oordelen.”