Column

Hoe Europa de crises en aanslagen te boven kwam

Na al het geweld van het afgelopen jaar waarbij zoveel mensen het leven lieten, snakte iedereen naar rust en vrede. Zo keken de Europeanen in 1816 tegen het nieuwe jaar 1817 aan.

De slag bij Waterloo was het jaar daarvoor al beslist, maar tuberculose en pest hadden hun dodelijke strooptocht door Europa nog niet gestaakt. De uitbarsting van de vulkaan Tambora in april 1815 had in 1816 tot buitensporig kille zomers geleid en had op veel plaatsen de oogsten volledig vernietigd.

Maar er waren ook voortekenen van een vreedzame lente. Er was voor het eerst een Europese veiligheidsraad opgericht, in juli 1815, met de Hertog van Wellington als voorzitter. Een officieel verbod op slavernij was uitgevaardigd. De gezamenlijke vredesmissies die in 1816 waren ondernomen tegen de Noord-Afrikaanse warlords die Europese schepen kaapten en de passagiers als slaven verkochten, waren succesvol verlopen. Handel en economie trokken eind 1816 aan. Om Frankrijk voor een failliet te behoeden schreven de Europese bankiers gezamenlijke leningen uit en creëerden een grensoverschrijdende, omvangrijke nieuwe kapitaalmarkt, waarop iedereen kon inschrijven. Een lange periode van vrede en voorspoed op het continent stond voor de deur.

Waar ik zin in heb, is dit verhaal af te maken. Mijn onderzoeksgroep is halverwege de eindstreep. Met steun van de European Research Council onderzoeken we hoe Europa na grote, ingrijpende crises, aanslagen en oorlogen de vrede herstelde. In 1815, na de Napoleontische oorlogen, in 1860, nadat er in Syrië een burgeroorlog uitbrak, en na grote aanslagen rond 1890 sloegen Europese landen de handen ineen om de rust en orde te herstellen, op het land en op de wateren.

Overigens niet voor iedereen. Piraten, radicalen, bonapartisten, anarchisten en publicisten, Turken en buiten-Europeanen werden daarvan de dupe. In 2017 staan voor ons team een paar mijlpalen op het programma: een congres, boeken, artikelen, en belangrijke presentaties.

Onderzoek naar terrorisme en politiek geweld anno nu is acuut en actueel. Al dat lastige, gevoelige en moeizame werk in het heden is nodig, het is belangrijk en relevant. We worstelen er ons dagelijks doorheen met onze onderzoeksgroep en dat geeft voldoening. Maar zin heb ik pas echt in het verleden. Dat kun je door je vingers laten glijden, erbij griezelen, en er een mooi kaft om doen. Je kunt je er ook door laten troosten, door al die ellende, oorlogen en gevechten waar (tenminste even) een einde aan kwam doordat mensen van goede wil zich gezamenlijk inspanden om recht en rede te laten zegevieren.

Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht, schrijft een maandelijkse column in Wetenschap