Opinie

    • Jutta Chorus

En om alle Nederlanders een randje

Ik ben veel kiezers tegengekomen zoals Perry van Steenveldt, de programmeur uit Rotterdam-Zuid die politiek danig was gaan zweven omdat hij geen partij meer kon vinden die „het helemaal met mij eens is”.

CDA-leider Buma pleit voor „gezonde vaderlandsliefde”. PvdA’er Asscher predikt „progressief patriottisme”. En de koning spreekt zijn landgenoten op hun Nederlanderschap aan. „Als er één land verbondenheid en solidariteit kent, is het wel Nederland.”

Manmoedige pogingen om de redelijkheid van het maatschappelijke midden aan de man te brengen. Dit wordt de grote vraag van verkiezingsjaar 2017: valt er nog een verbinding te leggen tussen alle deelbelangen en het gedeelde belang?

In de Utrechtse wijk Lombok sprak ik een Iraanse winkelier. Hij heeft een delicatessenwinkel in de Kanaalstraat, zestien leveranciers, veel Nederlandse klanten. Een winkel als een sterrenhemel: hoe langer je rondkijkt, hoe meer etenswaren je ziet.

Klanten vragen soms of hij niet wil uitbreiden. Nee, zegt hij steevast. Deze winkel is precies groot genoeg voor hem. Als hij een filiaal zou openen, zou hij zijn familie nauwelijks meer zien.

Zijn overtuiging: „mensen willen altijd een randje voelen”. Als je een embryo bent, sluit de baarmoeder knus om je heen. Eenmaal geboren word je stevig ingebakerd. Dan kom je in de wieg te liggen, daarna in het ledikant, en lange tijd met de armen van je ouders om je heen. En als je ouders er niet meer zijn, zei hij, kun je hetzelfde doen voor je kinderen. „Bij alles wat je in het leven doet, moet je het randje kunnen blijven zien.”

Ik dacht aan andere randjes van het afgelopen jaar. Trump die een muur wil bouwen tegen de Mexicanen. Wilders die de grenzen wil sluiten. De meeste ervan vervulden me met afschuw; ze zijn geen uitdrukking van kracht, ondernemingslust en energie, maar van oude voorrechten en de angst die te verliezen, omdat je het zelfvertrouwen niet meer hebt om te ondernemen. Het is de bezwering van degeneratie.

Het randje van Morteza Alizadeh uit Lombok is geen verdedigingslinie, maar een zelf getrokken grens om zijn leven. Om niet te verdrinken in de oceaan van mogelijkheden. Het getuigt van moed en levenszin om dat te doen – van burgers, maar ook van instituties.

De Europese Unie hoeft niet te groeien tot-ie uit z’n voegen barst. Het zou politieke partijen, zeker de middenpartijen, sieren als die niet iedereen proberen te vertegenwoordigen met lijmwoorden als ‘patriottisme’ en ‘vaderland’. Ontwerp liever een equivalent van de stormvloedkering in de Oosterschelde: een die open staat voor de wereld en dicht kan als er gevaar dreigt.

    • Jutta Chorus