Zwitserse wielrenlegende ‘Dolle Ferdi’ Kübler overleden

De voormalige bakkersknecht was bijzonder geliefd in zijn eigen Zwitserland.

Kübler in een eindsprint tijdens de Tour de France van 1954. Foto: AFP

Tot zijn dood, vrijdag op 97-jarige leeftijd, was Ferdi Kübler de oudste nog levende winnaar van de Tour de France.

De Zwitser, nummer één in La Grande Boucle van 1950, had twee bijnamen. Hij heette de Arend van Adliswil vanwege zijn grote kromme neus en zijn uitstekende klimmerskwaliteiten. De wielerwereld noemde hem ook Dolle Ferdi. Niet alleen omdat Kübler zichzelf in de koers met luide stem placht aan te moedigen, óók omdat hij in de afdalingen vaak wat slingerend enorme risico’s durfde te nemen.

In de Tour van 1950, waarin campionissimo Fausto Coppi ontbrak, was de Italiaan Gino Bartali favoriet. Maar in de Pyreneeën verlieten de Italianen de Tour na bedreigingen door Franse supporters en kon de altijd wat nerveuze Kübler de eindzege pakken, vóór grootheden als Stan Ockers en Louison Bobet.

De voormalige bakkersknecht was bijzonder geliefd in eigen land. Dat bleek in 1985 nog eens. Toen hij zijn beroemde haviksneus brak, meldden alle Zwitserse kranten dat. Twee jaar eerder wees een enquête uit dat hij de de populairste Zwitserse sportman van de laatste halve eeuw was.

De legende Kübler, die een Spartaanse levenswijze had, was wereldkampioen in 1951. In datzelfde jaar won hij zowel Luik-Bastenaken-Luik als de Waalse Pijl. In 1953 zegevierde hij in de deels achter motoren gereden monsterklassieker Bordeaux-Parijs, met vijf seconden voorsprong op de Nederlander Wim van Est.

Kübler, die volgens insiders geregeld combines sloot, had volgens Van Est in die race vals spel gespeeld. Van Est is dat nooit vergeten, zo meldde hij in 1986 in NRC Handelsblad.

Kübler, die in 1957 zijn loopbaan beëindigde, was volgens de Brabander uitstekend voorbereid en wilde per se winnen. ,,Hij was met mij vooruit, en toen bood hij me tienduizend Zwitserse franken als ik hem liet winnen. Dat was veel geld. Tout de suite après la course, zei hij, maar Ferdi was weg après la course en het geld heb ik nooit meer gezien.”