Column

De kabinetsformatie: het klapstuk van 2017

Verkiezingswinnaars worden in Nederland alleen premier als ze in de formatie grootmoedig durven inleveren. De vraag is of Geert Wilders op die wet een uitzondering zal zijn.

Ik kan niet zeggen dat ik me op de verkiezingscampagne verheug. Campagnes zijn nu eenmaal niet zo verheffend. De leuzen, de beloften, de debatten: ze hebben de waarachtigheid van zo’n voorbedrukte nieuwjaarswens: onwaar zijn ze niet, maar gemeend zijn ze ook zelden.

Echt interessant – helemaal dit jaar, vermoed ik – wordt het de dag na de verkiezingen, als alle ballonnen opgeborgen zijn. De kabinetsformatie.

Die belooft, afgaande op de huidige verhoudingen in de peilingen, een van de spannendste en meeslependste in decennia te worden. Het klapstuk van 2017.

Laten we, om de gedachten te bepalen, even aannemen dat de PVV alle andere partijen wegblaast, en op verkiezingsavond op ruime afstand wordt gevolgd door VVD, CDA en PvdA, D66, 50Plus en de SP.

Wilders krijgt van de Kamer het voortouw in de formatie. Vrijwel alle fractievoorzitters zeggen: na deze overtuigende overwinning heeft de kiezer er recht op dat de mogelijkheid van een kabinet-Wilders wordt onderzocht. Als de kiezer een premier Wilders wil, moeten we weten of Wilders premier kan worden.

Er komt een verkenner uit PVV-kring, die in kaart brengt welke partijen in principe bereid zijn met Wilders te onderhandelen. Enkele partijen, onder wie VVD, 50Plus en SGP, zeggen, ten dele uit tactische overwegingen, dat ze met de PVV om tafel willen.

Een alternatieve coalitie ontbreekt. Zodoende benoemt de Kamer een informateur die de kansen op een kabinet-Wilders I in kaart moet brengen.

Dan begint het echt. VVD en 50Plus vragen Wilders wat hij bereid is in te leveren om een coalitie mogelijk te maken.

De PVV-leider moet dus meteen kiezen, naar goed Hollands gebruik: verkiezingswinnaars worden hier alleen premier als zij in staat zijn tot grootmoedig inleveren in de eerste dagen van de formatie. Lubbers gaf in 1982 driekwart van het CDA-programma weg. Kok accepteerde in 1994 uit PvdA-oogpunt megabezuinigingen en meer marktwerking bij overheidsdiensten. Rutte accepteerde in 2012 inkomensafhankelijke zorgpremie en minder hypotheekrenteaftrek.

Zo is Nederland, land van minderheden en bescheiden winnaars: wie hier bij verkiezingen iedereen ruim achter zich laat, bereikt alleen een werkelijke machtspositie als hij bereid is daarna zichzelf te klein te maken.

En de grote vraag na 15 maart is dus: weet Wilders zijn imago van compromisloosheid overboord te zetten en kan hij zichzelf omtoveren tot een man van het midden? Kán hij, kortom, echt premier zijn?

Je kunt wel uittekenen wat de VVD zo’n beetje van hem vraagt om in het kabinet-Wilders I aan te schuiven. Verbod op de koran en sluiten van alle moskeeën: kan niet doorgaan. Een Nexit: helaas pindakaas – al zijn de liberalen mogelijk bereid een studiegroep naar een neuro te laten instellen. Syriëgangers het recht op terugkeer ontzeggen omarmt de VVD. Schrappen van alle ontwikkelingssamenwerking, beëindiging van het asielrecht, een studie naar opzegging van het Vluchtelingenverdrag, lagere inkomstenbelasting: allemaal akkoord.

Maar in ruil moet Wilders plechtig beloven dat hij nooit meer pleit voor minder Marokkanen, ophoudt rechters te bekritiseren, nooit meer spreekt van een nepparlement, en, niet te vergeten, de vrijheid van godsdienst respecteert, ook voor moslims.

Het is zijn eerste en vermoedelijk laatste kans op het premierschap. Hij kan de boot afhouden – dan verdwijnt hij met een te grote fractie van vooral amateurs alweer in de oppositie. Hij kan denken: ik probeer het.

Dan dreigt hij te worden uitgekleed. Het CDA is aanvankelijk gaan meepraten in de formatie. Fractievoorzitter Buma voelde er niets voor. Hij toonde zich na aarzelen ontvankelijk voor het democratie-argument: openstaan voor de wil van de kiezer.

Maar het PVV-trauma van 2010 en 2012 zit diep in zijn partij, en bij Buma. Dus nu duidelijk wordt wat de contouren van een akkoord met Wilders zullen zijn, besluiten de partij en zijn leider voor de eer te bedanken.

Als gevolg heroverweegt ook de VVD zijn steun. Die partij heeft zich na Rutte II voorgenomen niet meer in een coalitie te stappen die geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft, en zonder de twaalf senaatszetels van de christendemocraten is het domweg onmogelijk een meerderheid in de Eerste Kamer voor een kabinet-Wilders I te vinden.

Dit is kortom het enorme dilemma waarvoor kandidaat-premier Wilders na zijn schitterende overwinning staat: of partijen kleden hem inhoudelijk uit, of ze kleden hem tactisch uit, maar uitkleden zullen ze hem. Niet alleen omdat ze neerkijken op zijn overwinning, maar vooral omdat ze hem voor één keer willen laten kennismaken met de gevolgen van de gratis oppositie die hij jaren voerde. Als hij dan weet hoe je wél regeert in een land van minderheden, moet hij dat maar laten zien.

En waar ik me werkelijk op kan verheugen is hoe de politieke kopstukken met deze dilemma’s omgaan. Voor bijna alle betrokkenen zitten hier risico’s aan. Voor Wilders, maar óók voor Rutte, Buma, Krol en Nagel (50Plus), Van der Staaij (SGP) en Segers (CU). Voor de meesten is iedere keuze ongemakkelijk zo niet bedreigend. Het zijn de momenten waarop ware politieke kwaliteit blijkt – ware politieke grootheid.

Dit kan ons dus in 2017 te wachten staan, en ik zal erbij zeggen hoe ik verwacht dat het afloopt. Wilders maakt alleen kans premier te worden als zijn zege zodanig groot is dat, als gevolg daarvan, zowel Rutte als Buma het leiderschap van hun beide partijen neer moeten leggen. In dat geval laten zij onzekere en fragiele partijen achter, en alleen in dat scenario kunnen zij, mits Wilders enorme onderdelen van zijn programma durft in te leveren, kiezen voor een kabinet-Wilders I.

Maar als VVD óf CDA de verkiezingen niet zwaar verliest, en een zeteltal van dertig of hoger haalt, wordt het nog steeds een lange, gecompliceerde formatie met een overvloed aan existentiële dilemma’s en cliffhangers. Ook dat zal een genot voor politieke junkies zijn, resulterend in een vier- of vijfpartijenkabinet zonder de PVV, waarbij vooral de laatste partner, de ChristenUnie, alleen met de grootst mogelijke moeite overgehaald kan worden.

En uiteindelijk haalt de nieuwe coalitie het bordes, omdat één man ten slotte in staat is alle partijen bij elkaar te praten. Wie? Domme vraag. Rutte natuurlijk.

Tom-Jan Meeus

Tom-Jan Meeus schrijft elke zaterdag de column Haagse invloeden, over de werkelijkheid áchter de Haagse werkelijkheid