Opinie

    • Ellen Deckwitz

Bal aan de rand van het ravijn

In benarde tijden floreert de woordkunst, schrijft Ellen Deckwitz. Dus kijkt ze uit naar 2017.

Goed mensen, het ziet er niet naar uit dat het nieuwe jaar één grote polonaise wordt. Ons land is momenteel een archipel van groeperingen die elkaar erg stom vinden en de verwachting is dat dat in 2017 alleen nog maar toeneemt. Als we de peilingen mogen geloven zal de uitslag van de verkiezingen voor veel Nederlanders een bittere pil worden. Om over wat er het komende jaar in het buitenland dreigt te gebeuren nog maar te zwijgen.

Maar nu we ons dan toch in een dal bevinden, moeten we het er ook maar van nemen. De zonzijde van zo’n wereldwijde malaise is dat er in dit soort tijden razend interessant wordt geschreven. Dus als ik ergens naar uitzie, is het wel wat er komend jaar aan boeken, columns en dichtwerk zal verschijnen.

Een hoogtepunt van 2016 waren natuurlijk de columns van Bas Heijne. Hij heeft met de P.C. Hooft-prijs al een veer tot aan de slokdarm gekregen, maar ik heb het afgelopen jaar enorm genoten van zijn analyses. Dat kan in 2017 alleen nog maar meer hoogtepunten opleveren.

Daarnaast komen er romans aan waarin auteurs niet het eigen navelpluis onder de loep nemen, maar de wereld in al haar facetten uiteenzetten. Ik zie bijzonder uit naar Duizend vaders, het debuut van theatermaakster Nhung Dam, over een meisje dat in de jaren tachtig als Vietnamese bootvluchteling in Groningen belandt.

Ook de poëzie die komend jaar zal verschijnen, doet me bij voorbaat watertanden. Zo is daar in mei Vonkt, de langverwachte nieuwe bundel van de briljante Marije Langelaar met regels als „Wat zijn wij toch eenvoudig mompelde ik,/ terug op de achterbank/ we verdrinken in water/ en gaan dood aan de zon”. Met de bundel Röntgenfotomodel zal dichteres Vicky Francken debuteren en verbazen met beelden als „de slapen zijn een tempel/ waarin een chagrijnige godheid/ op de wanden slaat”. Het aanstaande debuut van Joost Baars, Binnenplaats, zit eveneens vol overdonderende regels: „Je/ blijft een vraag waarop ik/ van mijn tenen tot mijn kruin/ een antwoord schuldig blijf”.

In benarde tijden floreert de woordkunst. Dus ook al is het aannemelijk dat 2017 niet het vrolijkste jaar van de mensheid gaat worden, qua letteren wordt het een feest. Ja, de wereld bevindt zich boven de afgrond, maar de literatuur houdt ondertussen aan de rand van dit ravijn een schitterend bal. Ik zet me schrap om het komend jaar flink te worden verpletterd.

Dichter Ellen Deckwitz is columnist van NRC
    • Ellen Deckwitz