2016 was het jaar van de teflon-beurs

Financiële markten Alles wat niet had mogen gebeuren, vond toch plaats in 2016. Maar de beurzen trokken zich er verrassend weinig van aan. Waarom?

Een turbulent jaar was het, 2016, met de uittocht van de Britten uit de Europese Unie en de verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten. Maar aan de economie was dat niet af te lezen, en aan de beurzen ook niet. Beide trokken zich uiteindelijk weinig aan van de commotie in de wereld: het beeld van de politieke werkelijkheid week zelden zo sterk af van het beeld van de economie. Liepen de financiële markten in het afgelopen jaar vooruit op een hoogtij dat we zelf nog niet kunnen, of durven, waarnemen?

Aan het begin van het jaar leek het van niet. De eerste drie maanden werden gekenmerkt door een aan paniek grenzende onzekerheid, die met name overwaaide uit China. De Shanghai Composite duikelde met een kwart, en bracht de al langer sluimerende zorgen over China tot een ruw ontwaken. De grootste zorg: hoge schulden, een vertragende groei en stagnerende welvaart zouden het ongeschreven contract tussen staat en bevolking ondermijnen. Samen te vatten als: wij de macht, jullie welvaartsgroei. Wankelde de kapitalistische dictatuur, de maatschappijvorm die in het Westen altijd onhoudbaar is geacht, nu eindelijk? Dat bleek prematuur. Shanghai eindigt 2016 weliswaar 12 procent lager dan het begon, maar wist gedurende het jaar toch flink te herstellen.

Brexit, Trump, Renzi

Na de Chinese zenuwen kwam de nervositeit rond het Britse referendum van 23 juni, over het lidmaatschap van de EU. De beurzen zaten er, net als de opiniepeilers, finaal naast. Maar de chaos die was voorspeld bij een stem tegen Europa bleef uit. Het Britse pond kelderde met 8 procent, van 1,31 euro naar 1,20 op de dag na de uitslag. Maar het was, vooruitlopend op een ja, eerst al fors gestegen, van 1,26 naar 1,31.

De werkelijke reactie op het ‘nee’ was dus een eigenlijk stuk milder, met nog geen 5 procent. De munt eindigt dit jaar op 1,17 euro – hoewel de flash crash die de munt begin oktober nog in Azië om de oren kreeg nog steeds niet geheel verklaard is. En de beurzen? De FTSE-index viel aanvankelijk met 3 procent, en eindigde 2016 vervolgens bijna 20 procent hoger dan het dieptepunt na de Brexit.

Volgende uitdaging: de Amerikaanse verkiezingen. Hier liepen de politieke verwachtingen en de uiteindelijke marktreacties het sterkst uiteen. Een winst van Donald Trump, op 8 november, zou volgens veel analisten resulteren in een beurskrach van 15 procent. Er gebeurde niets. Sterker nog: de winst van The Donald bleek het startschot voor een flinke rally die het Dow Jones-gemiddelde dichtbij de 20.000 punten bracht. De aandelen die het meest profiteerden op de beurs? Veelzeggend: de energiesector en de financiële sector, beide met een gemiddelde koerswinst van 15 procent.

Zo werd het bijna voorspelbaar wat de beursreacties zouden worden op de laatste hobbel: het grondwetreferendum op 4 december in Italië. De toekomst van Italië in Europa zou op het spel staan. Premier Renzi verloor en ruimde het veld. Het bleef kalm.

Zo kwamen alle zwarte scenario’s voor analisten voor 2016 uit, maar trokken de beurzen zich er niets van aan. Al het onheil gleed af van de teflon-laag van de financiële markten.

Wie dus, al doemdenkend, begin dit jaar zijn toevlucht had gezocht in goud, moet licht teleurgesteld zijn. Van een waarde van 1.061 dollar per ounce steeg goud enorm, tot 1.366 dollar op 7 juli. Daarna daalde het vrijwel even hard weer. Een koerswinst van 8 procent resteert, hoewel dat in euro’s een paar procent hoger uitvalt.

De realiteitscheck van 2017

Zo staan analisten aan de vooravond van 2017 voor een belangrijke vraag. Er is de lijn van de financiële markten, die het afgelopen jaar gestaag omhoog liep. En er is de, denkbeeldige, lijn van het internationale politieke klimaat, die gestaag omlaag ging. De meeste economen zijn het er wel over eens dat de dreigende fragmentatie van de internationale economie meestal niet goed uitpakt voor de groeivooruitzichten, en dat ruzie en conflict de risico’s voor beleggers mogelijk opdrijven.

Het gat tussen de twee lijnen is in 2016 sterk opgelopen. Welke gaat zich nu schikken naar de andere? Zijn de politieke gebeurtenissen overdreven? Na de Brexit was de lezing dat het met de economische gevolgen allemaal best mee bleek te vallen. Maar economische gebeurtenissen voltrekken zich trager dan in een paar weken, of maanden tijd. De klap voor de Britten, en de EU, kan nog komen.

De verkiezing van Trump viel goed, omdat verwacht wordt dat hij de belastingen verlaagt, de beteugeling van de financiële sector deels terugdraait en de infrastructuur een stimulans geeft met grootschalige investeringsprogramma’s. Dat moet allemaal nog worden uitgevoerd, en het zal wel ten koste gaan van de houdbaarheid van de Amerikaanse overheidsfinanciën.

Renzi’s referendum werd uiteindelijk als betekenisloos ontvangen op de financiële markten. Maar het kan later ook de opmaat zijn gebleken naar de deconfiture van de euro. Of de ‘politieke’ lijn veel te pessimistisch is, valt dus nog te bezien. En de financiële lijn, is die dan te optimistisch? Dat kan. De beurzen worden nog steeds gesteund door een zeer ruimhartig monetair beleid dat, zeker in Europa, met zijn lage rentes en ingrepen een vangnet vormt en de beurswaarderingen opdrijft.

Bovendien is de winstgroei van bedrijven voor een belangrijk deel het gevolg van een grotere hefboom op het eigen vermogen. De schulden lopen sterk op: bedrijven gingen, volgens de Financial Times die zich baseert op cijfers van Dealogic, in 2016 wereldwijd voor 6.620 miljard dollar schulden aan. Dit formidabele bedrag breekt het record uit 2006.

Blijkt de politiek mee te vallen, of storten de markten ter aarde? Dat wordt voor beleggers de belangrijkste kwestie. 2017, met Franse en Duitse verkiezingen, heeft alles in zich om dit uit te testen.