Zo zoekt de politie een aanslagpleger

Na de aanslag in Berlijn

De verdachte van de Berlijnse aanslag ontkwam via Nederland. Door het vrije verkeer in Europa is het lastig zoeken voor de politie.

Brandweermannen bij de vrachtwagen die inreed op de kerstmarkt in Berlijn, 20 december. Foto Tobias Schwartz / AFP

Rechercheurs van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie zijn al dagenlang druk bezig met het in kaart brengen van het netwerk van Anis Amri. De politie, aldus een hooggeplaatste opsporingsambtenaar, wil weten waarom de Tunesiër die ervan wordt verdacht vorige week in Berlijn een aanslag te hebben gepleegd, via Nederland naar Italië vluchtte, en of hij hier handlangers had.

Twee dagen na de aanslag in Berlijn stond de vermoedelijke dader op een station in Nijmegen. Anis Amri liep uiteindelijk na drie dagen bij toeval tegen twee agenten op in Milaan. Kan een aanslagpleger zo gemakkelijk duizenden kilometers afleggen door vijf verschillende Europese landen?

Klik op de vlaggen voor meer informatie:

Bij de politie vinden ze de kritiek onterecht. Een bron bij de Nationale Politie zegt:

„Pas als heel Nederland onder cameratoezicht zou staan, alle grenzen gesloten zijn en er geen prepaid-telefoonkaarten meer verkrijgbaar zijn, kun je kritiek uiten op de bewegingsvrijheid van internationaal gezochte verdachten. Nu niet.”

Anders gezegd: door het vrije verkeer binnen de Schengenlanden, is het vrijwel onmogelijk om personen effectief te controleren. Maar de politie probéért het wel. Op een aantal manieren gaat de politie na een aanslag in het buitenland op zoek naar een voortvluchtige dader:

Informatie opvragen

Na een aanslag zoals in Berlijn wordt door de Landelijke Eenheid een rechercheteam bijeen geroepen. Die vragen bij hun Duitse collega’s alle beschikbare informatie op over de mogelijke dader(s). Amri kwam pas een dag na de aanslag in beeld.

Martijn van de Beek, voormalig hoofd opsporing van de Nationale Recherche en nu directeur van recherchebureau Hoffman, zegt:

„Vervolgens ga je kijken of er relevante links naar Nederland zijn. Je maakt een belrondje met teamleiders van de lopende terrorismeonderzoeken: zijn er links naar Duitsland die mogelijk iets te maken hebben met de verdachte?”

Ook wordt uit Duitsland verkregen informatie nagelopen. Hebben telefoonnummers van de verdachte verbinding gemaakt met Nederlandse zendmasten? Is zijn rekeningnummer gebruikt om ergens te pinnen? Bij Amri lijkt geen van beide het geval: hij gebruikte anonieme simkaarten en had 150 euro op zak.

„De vondst van de simkaart was aanleiding voor opvragen en analyseren van camerabeelden op de stations van Zwolle en Nijmegen”, aldus minister Van der Steur, die de Kamer donderdagavond schreef sinds dinsdag op de hoogte te zijn van de Nederlandse link.

De grenzen controleren

Amri werd al langere tijd gevolgd door de Duitse inlichtingendienst, dus mogelijk waren er kentekens bekend van auto’s waar hij eerder gebruik van heeft gemaakt. In dat geval worden die ook aan buurlanden verstrekt. Het camerasysteem @MIGO-BORAS van de Koninklijke Marechaussee fotografeert iedere auto die de Nederlandse grens passeert. Als daar een kenteken van de terreurverdachte bij zit, gaat er meteen een signaal uit.

Lastiger te controleren is het openbaar vervoer. Vanaf het asielzoekerscentrum in Emmerich, waar de Tunesiër stond ingeschreven, rijdt een rechtstreekse bus in een uur naar Nijmegen. Reizigers hoeven zich niet te legitimeren in de bus, zegt een woordvoerder van busbedrijf Connexxion. Ook in de treinen van Duitsland naar Nederland worden paspoorten doorgaans niet gecontroleerd.

Zoeken op straat

Nadat het opsporingsbericht is vrijgegeven, verschijnt Amri’s foto in alle media. Politieagenten op straat kijken uit naar de verdachte. Ook camera’s die in veel stations en winkelcentra hangen kunnen worden ingezet. In zogeheten ‘regionale uitkijkcentra’ worden de beelden bekeken. Maar dat is volgens Martijn van de Beek niet de meest efficiënte manier. „Hoe ga je zo’n man eruit pikken tussen duizenden mensen die over een perron lopen?” De camera’s zijn volgens hem waardevoller wanneer er een aanwijzing is dat de verdachte op een bepaalde plek is geweest.

„Dan ga je die beelden helemaal uitpluizen, en als je hem vindt, kun je met behulp van andere camera’s meteen het verdere verloop van zijn reis nagaan. Zo kun je bijvoorbeeld ook vaststellen of hij in Nederland iemand heeft ontmoet.”

Een profiel opstellen

Bij het nagaan van de vluchtroute, wordt vaak een profiel van de verdachte terrorist gemaakt. „Iemand die op de vlucht is, valt vaak terug op gewoontes en routines”, zegt Elsine van Os, psycholoog en voormalig analist van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Haar bedrijf Signpost Six helpt overheden en bedrijven bij het inschatten van terreurdreiging. „Vaak valt dit type voortvluchtigen terug op een schil van kennissen om zich heen”, zegt ze. „Bij die mensen moet je dus meteen langsgaan.”

Van Os is niet verbaasd over de vluchtroute die Amri heeft genomen.

„Het lijkt erop dat hij een omgekeerde migratieroute heeft gevolgd. Hij is op voor hem semi-bekende plekken geweest. Nijmegen ligt vlak bij Kleef, waar hij eerder asiel heeft aangevraagd. En hij kwam uit in Italië, waar hij als asielzoeker aan land is gekomen en heel wat jaren heeft doorgebracht. Het is goed mogelijk dat hij daar mensen kende.”