Column

Roofkunst is even buutvrij in de VS

Opa’s jas door Galina Smirnova (1964) uit de collectie van The Museum of Russian Art in Minneapolis.

Nog voor het einde van het jaar heeft de Amerikaanse kunstliefhebber goed nieuws gekregen. Het Russische kunstembargo is voorbij.

Sinds 2010 leenden Russische musea geen kunst meer uit aan musea in de VS, als reactie op een gerechtelijke uitspraak over twee boekencollecties. Rusland, zo oordeelde de Amerikaanse rechter, moest de twee collecties overdragen aan een chassidische beweging met hoofdkantoor in Brooklyn. Ze waren al bijna honderd jaar geleden onrechtmatig in beslag genomen door de Sovjetautoriteiten, na de Russische revolutie. Dat Rusland er weinig voor voelt de collecties af te staan, is voor te stellen. Als voor het ‘onrechtmatig in overheidsbezit krijgen’ geen verjaring meer geldt, zijn miljoenen werken terug te vorderen, zeker niet alleen uit Russische handen. Vandaar het embargo.

Het Amerikaanse congres heeft nu een oplossing: een wet die het onmogelijk maakt beslag te leggen op kunst uit buitenlandse musea als die op bezoek is in de VS. Die uitgeleende kunst is buutvrij, zeg maar. Tegelijk bevat de wet een uitzondering voor kunst geroofd door nazi’s. De mogelijkheid voor restitutie van die kunst is zelfs iets verruimd.

Russische en Amerikaanse musea hebben verheugd gereageerd. Ze kunnen leven met de uitzondering. Toch is er ook een boze partij. Het Holocaust Art Restitution Project (HARP) is niet blij met de wet. Want die maakt het niet alleen onmogelijk om via de Amerikaanse rechter door bolsjewieken in beslag genomen kunst ‘terug’ te krijgen, maar ook kunst die is geconfisqueerd door de Cubaanse regering in 1959. Nogal wat joodse families waren de dupe van die confiscatie. Dus wat te doen? Nu het opvallende. HARP zet de kaarten op de groeiende argwaan onder Amerikaanse burgers jegens Rusland. De organisatie stuurde een brandbrief naar senatoren. Daarin noemt het de wet een resultaat van ‘ongeoorloofde inmenging van Russen in de Amerikaanse politiek’. Terwijl de kunstwereld opgelucht adem haalt, wil HARP dat de FBI de Amerikaanse museumvereniging onderzoekt. Die heeft al direct gereageerd, net als Mighail Piotrovski, de directeur van de Hermitage in Sint-Petersburg: ja, er is uitvoerig overleg geweest om deze wet van de grond te krijgen.

Wat zegt HARP? Overtreding van de Foreign Agents Registration Act, een wet die voorschrijft dat ‘agenten die de belangen van buitenlandse machten dienen’ altijd ‘helder zijn over hun relatie met een buitenlandse regering’.