Opinie

Politici van het midden, durf te oordelen

Opinie De term post-truth impliceert dat gevestigde politici beschikken over de feiten en dat hun tegenstanders leugens verkondigen. Maar politiek is niet het domein van kennen en weten, betoogt . Het is het domein van oordeel en overtuiging. „Feiten moeten in een verhaal worden geplaatst.”

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Is er nog ruimte voor debat als de feiten niet meer tellen? Hoe moet het verder met de democratie als de politiek en de waarheid gescheiden wegen ingaan? Aan het einde van dit jaar van Donald Trump, de Brexit en social bots is dit de grote zorg. De Oxford Dictionaries verkozen post-truth tot woord van 2016 en in Duitsland won postfaktisch. Ruwweg duidt deze eigenschap erop dat de emotie overheerst in plaats van de rede, en dat woorden losraken van de werkelijkheid: ‘feitenvrij’ in het Nederlands (al mist daarin de tijdsaanduiding ‘post’).

Toch bevalt deze analyse mij niet. Gemakzuchtig en bevoogdend verhult ze het eigen falen van gevestigde spelers in de politiek en de media. Alsof zij de feiten hebben en de tegenstanders de leugens. Onthutste Britse opiniemakers omhelsden de notie van post-truth politics als subtiele manier om de Leave-stemmende massa domheid toe te schrijven. Dat is erg genoeg, maar erger nog is dat de analyse ons qua antwoorden de verkeerde kant opstuurt. Hard roepen dat ieder zich aan de feiten moet houden, zal de populistische storm niet temmen – integendeel. In het grote Europese verkiezingsjaar 2017 is het ook de verkeerde strategie tegen Wilders, Le Pen en de AfD. Kiezers willen geen feiten, kiezers (het woord zegt het al) willen keuzes. Ook daaraan heeft het ontbroken.

Natuurlijk is er reden tot zorg over de ontwikkeling in het medialandschap, met nepnieuws en de algoritmische verkaveling van de openbare ruimte in steeds kleinere perkjes, die door Google & Co allemaal hun eigen wereldbeeld krijgen opgediend. Maar voor je het weet blijven we hangen in cultuurpessimistisch gesomber over het einde van twee eeuwen Verlichting en van de redelijkheid bij de burgers. Bovendien is zo het succes van Farage of Trump niet verklaard. Terecht schreef de Duitse politicoloog Jan-Werner Müller onlangs: „Was het werkelijk de valse belofte dat het Verenigd Koninkrijk 350 miljoen pond per week kon besparen die de doorslag gaf in het Brexit-referendum? Of toch eerder de eigenlijk oer-democratische en niet zo makkelijk met feiten te falsifiëren slogan Take back control?” (Süddeutsche Zeitung, 7/12). Feiten (en zelfs leugens) spreken niet voor zich. Ze moeten in een verhaal worden geplaatst.

In de kern is de verhouding tussen de politiek en de waarheid niet zo eenvoudig als de notie ‘post-truth politics’ doet voorkomen. In haar klassieke tekst Waarheid en politiek (1967) fileert Hannah Arendt het diepe conflict tussen beide. De filosoof wijst erop hoe machthebbers van alle tijden poogden om waarheden die hun onwelgevallig waren te ontkennen of te verdraaien. Tegelijk benadrukt zij dat de democratie leeft van debat, conflict en pluralisme: in het politieke domein is de aanspraak de absolute waarheid te verkondigen gevaarlijk, totalitair. Een fiks dilemma dus: zoals de waarheid bescherming behoeft tegen politieke macht, zo behoeft de democratie bescherming tegen de ‘absolute’ waarheid.

Arendt zoekt de uitweg in een strikte scheiding van feitelijke waarheden en meningen. Op grond van dezelfde feiten kunnen twee personen – andere waarden, andere ervaringen – tot een ander oordeel komen, en dat is volgens haar volkomen legitiem. Ze haalt de Franse staatsman Georges Clemenceau aan die na de Eerste Wereldoorlog de vraag kreeg voorgelegd hoe latere historici over de schuldvraag zouden oordelen. „Dat weet ik niet”, antwoordde hij, „maar ik weet wel dat België in 1914 niet Duitsland is binnengevallen.” Interpretatie is een kwestie van keuze en selectie, van mening en oordeel, maar daaronder liggen onomstotelijke feiten.

Naïef

Klinkt dit hopeloos naïef? Dat is dan precies wat er de afgelopen decennia is misgegaan. Met het onderscheid tussen feiten en meningen is het aan beide zijden misgelopen. Zeker de feiten hadden het zwaar. In het spoor van Friedrich Nietzsche („Er zijn geen feiten, alleen interpretaties”) en 20ste-eeuwse navolgers als Michel Foucault en Jacques Derrida, heeft een deel van de linkse cultuur-wetenschappelijke elite vanaf de jaren zeventig élke waarheid als culturele constructie en machtsaanspraak ontmaskerd. Dit postmoderne sloopwerk inspireerde progressieve identiteitspolitiek: zwart, vrouw, homo, elke groep een eigen perspectief.

De ironie: juist de Russische president Vladimir Poetin en zijn aanstaande Amerikaanse collega Donald Trump opereren vandaag volgens het postmoderne adagium dat macht bepaalt wat waar is. Op zichzelf is dat niet verrassend. Hannah Arendt schreef al in 1967 over „leugenaars die er niet in slagen hun leugen ingang te doen vinden als feit, en dan zeggen dat het een ‘mening’ is”. Het nieuwe en pijnlijke is veeleer dat de intelligentsia door eigen schuld tegenover zulke praktijken met de mond vol tanden staat.

Terwijl in het politieke domein alles aldus ‘mening’ werd, verschanste het politieke handelen zich de afgelopen decennia juist achter de ‘feiten’. Besturen werd een kwestie van techniek en aan de juiste economische knoppen draaien. De keuzes en waardeoordelen achter elk besluit raakten aan het zicht onttrokken. Deze strategie van depolitisering dempte maatschappelijke conflicten, maar allengs gingen politici en beleidsmakers ook zelf geloven dat ze géén keuze hadden. De slogan There is no alternative (TINA), sinds Margaret Thatcher vooral op rechts gebruikt als rechtvaardiging van bezuinigingen, zette veel kwaad bloed. Niet toevallig in 2010, tijdens de banken- en eurocrisis, werd in Duitsland de term alternativlos gekozen tot kwalijkste woord van het jaar; de jury verweet de regering met dit ‘basta’-argument de noodzaak van debat te loochenen en de onvrede onder burgers te voeden.

Aldus plaveide een verbond van relativerend postmodernisme en alternatiefloze technocratie de weg naar post-truth politics: het ene ontwapende de feiten in het debat en de andere verklaarde meningen irrelevant voor het bestuur. Zie daar het immense democratische gat waar de populistische uitdagers inspringen. Zij bieden namelijk wél een keuze, zij beweren dat het anders kan, zij roepen om politiek – en wie durft te zeggen dat het leugens zijn?

Het grote verkiezingsjaar

Met het grote verkiezingsjaar 2017 in aantocht hebben zowel de feitelijke waarheid als de democratische meningenstrijd dus dringend versterking nodig. Dat vraagt lef. Enerzijds het lef om feiten als feiten te verdedigen: niet alles is een mening. Anderzijds het lef om pluraliteit en tegenspraak toe te laten: de toekomst is open en is het resultaat van keuzes.

Waar te beginnen? Misschien met hernieuwde aandacht voor het menselijk vermogen feit en mening te verbinden: de oordeelskracht. De politiek is niet het domein van kennen en weten. Ze is het domein van oordeel en overtuiging. Politici oordelen, zoals rechters en artsen. Zonder houvast aan een wetenschappelijke waarheid doen ze op grond van feiten en ervaringen een voorstel voor een toekomst en pogen daar steun voor te winnen. Hun gebrek aan houvast is geen tekortkoming, maar een erkenning van de open toekomst en dus van de menselijke vrijheid. De kiezer wil kunnen kiezen; ook hij velt een oordeel. Hij kiest in het stemhokje niet tussen feiten of meningen, maar tussen oordelen over wat wenselijk en mogelijk is.

Beste liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten: het politieke midden verloor de slag in 2016 op overtuigingskracht. In 2017 zult u moeten winnen op oordeelskracht. Dit vergt een analyse van de wereld (het hele scala van inkomen, pensioenen en onderwijs tot Trump, terrorisme en energie) en een respons in termen van waarden en keuzes. Verboden te zeggen: omdat het moet van Brussel, van het Genèveverdrag of het vorige regeerakkoord. Nooit meer TINA. Zeg dan: omdat wij staan voor deze waarde en een land zijn met buren en bondgenoten. Zoek de eigen ruimte voor verandering die er wel is – in financiële prioriteiten, in maatschappijbeeld, in symboliek. Roep alleen „u liegt” als u zeker weet dat uw tegenstander fout zit en niet wegkomt met ‘mijn mening’, en houd er dan ferm aan vast. Herstel de verbinding tussen spreken en handelen. Geef ons true politics. Misschien krijgt u dan onze stem.