Ook Aung San Suu Kyi doet niks voor de Rohingya

Nieuwe rapporten

Ooggetuigen beschrijven hoe Rohingya uit hun huis worden gesleurd en neergeschoten, vrouwen worden verkracht. Mensenrechtenorganisaties spreken van „een campagne van geweld”.

Gevluchte Rohingya wachten totdat ze water kunnen tappen in een kamp in Teknaf, pakweg 300 km ten zuiden van de Bengaalse hoofdstad Dhaka. Foto AP

Het is vroeg in de ochtend, negen oktober. In het westen van Birma vallen grote groepen mannen politieposten aan. Ze vermoorden negen agenten en slaan met gestolen wapens en munitie op de vlucht. Het luidt het begin in van een gewelddadige periode. De mannen zijn Rohingya, de onderdrukte islamitische minderheid in Birma. Soldaten van het Birmese leger vergolden de aanval en plegen nu volgens mensenrechtenorganisaties op grote schaal geweld tegen de Rohingya-bevolking.

De Rohingya wonen overwegend in Rakhine, een staat aan de westkust die in het noorden grenst aan Bangladesh. Nationalistische, boeddhistische Birmezen zien hen als illegale migranten uit Bangladesh en erkennen hen niet als wettige inwoners van Birma, al wonen sommige families er al eeuwen.

In Rakhine kwam het de afgelopen jaren vaker tot etnische spanningen. Mensenrechtenorganisaties spreken nu van een „campagne van geweld” door Birmese strijdkrachten. In een rapport van Amnesty International beschrijven ooggetuigen hoe mensen uit hun huizen worden gesleurd en neergeschoten, vrouwen worden verkracht en huizen in brand worden gestoken.

Het Amnesty-rapport:

Matthew Smith, oprichter van mensenrechtenorganisatie Fortify Rights, hoorde dezelfde verhalen, vertelt hij telefonisch.

„We horen over vrouwen en kinderen die doelwit zijn van geweld. Dorpen die zijn verwoest. Scholen en moskeeën die in brand zijn gestoken.”

Human Rights Watch analyseerde satellietbeelden van Rakhine uit november en concludeert op basis daarvan dat al meer dan duizend gebouwen zijn vernietigd.

Beelden van Human Rights Watch uit Rakhine, voor en na de verwoesting:

 

Het leger en de Birmese regering ontkennen de beschuldigingen. Te controleren is het niet – sinds begin oktober weert het leger waarnemers en journalisten in het gebied. Ook hulporganisaties worden niet toegelaten.

Het leidt tot een grote vluchtelingenstroom. Veel inwoners waren al afhankelijk van internationale hulp. Ten minste 27.000 moslims zouden volgens de VN gevlucht zijn naar Bangladesh. Die komen bovenop de geschatte twee- tot vijfhonderdduizend vluchtelingen die al in kampen bij de grens verblijven. Het zouden er zomaar meer kunnen zijn: veel vluchtelingen steken ongezien de grens over, gewaarschuwd voor de grensbewaking die vluchtelingen terugstuurt.

Satellietbeelden van voor en na aanvallen van Birmese militairen, in Rakhine:

 

Machtig leger

De Rohingya zijn nergens welkom. Niet in Birma, maar ook niet in Bangladesh, Thailand of Maleisië. Vorig jaar ontspon zich een internationale crisis toen boten vol gevluchte Rohingya op zee bleven dobberen, steeds teruggestuurd door weer een nieuwe kustwacht.

Er was hoop dat de positie van de Rohingya zou verbeteren nu Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi de facto staatshoofd is. Maar tot nog toe heeft zij weinig voor hen gedaan, ze erkent zelfs de naam Rohingya niet. Wel stelde ze een VN-commissie aan, onder leiding van Kofi Annan, die onderzoekt hoe de verhouding tussen moslims en boeddhisten kan normaliseren. Maar die commissie houdt zich niet bezig met de situatie nú.

Smith van Fortify Rights is teleurgesteld over haar positie, maar ziet ook dat de voormalig oppositieleidster niet veel kan. „Het leger is nog steeds erg machtig. Zowel bij wet als in praktijk.” Khin Maung Myint is ook teleurgesteld in Aung San Suu Kyi. Hij is lid van de Nationale Democratische Partij voor Ontwikkeling (NDPD) en zelf een Rohingya. Khin Maung Myint werd geboren in Rakhine maar woont al jaren in Rangoon. „We hoopten échte verandering te zien.”

Een aantal van zijn familieleden zit vast in kampen in Rakhine, waar de situatie volgens getuigen al even miserabel is als in het noorden. Veel Rohingya kwamen, op de vlucht voor geweld of op zoek naar hulp, in die kampen terecht. Khin Maung Myint vergelijkt de situatie er met concentratiekampen.

„Er is te weinig eten, geen zorg. Ze kunnen niet werken, niet naar school. Mijn familie kan niks. Ze hebben geen toekomst. Ze kunnen alleen maar afwachten.”