Nieuwe natuur: geulen, slikken en rietkragen

Binnenland

Dankzij het overheidsproject Ruimte voor de Rivier krijgt Nederland er een schat aan natuur bij. Planten en dieren zijn dol op ‘dynamisch landschap’ waar water komt en gaat. Neem de Biesbosch. Ook elders ontstaat, met nieuwe technieken, natuurgebied – zoals de Marker Wadden.

Aanleg van de Marker Wadden – een van de nieuwe eilanden die Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis in het Markermeer creëren. Foto MARTEN VAN DIJL / NATUURMONUMENTEN

Google Maps is achterhaald. Wie inzoomt op de Biesbosch, ziet in het noordelijke gedeelte de aanzienlijke Noordwaardpolder. Dat klopt niet. Die Noordwaard is geen polder meer. Aardappelen en suikerbieten maakten er plaats voor ruig rivierlandschap met geulen, slikken en rietkragen, drassige oevers en grasland dat geregeld onderstroomt. Hier rustten in het startjaar 2016 meteen al 4.000 grutto’s en foerageerden 8.000 wintertalingen. Hier zweefden zeearenden, paaiden vissen en werd de allereerste Nederlandse visarend grootgebracht.

Voor Thomas van der Es, boswachter voor Staatsbosbeheer in de Biesbosch, was 2016 daarom een topjaar. „Absoluut!”, zegt hij. „Er zijn prachtige dingen gebeurd!”

De Noordwaard is een van de voorbeelden van kersverse ‘nieuwe natuur’: natuur op een plek waar eerst geen natuur was, maar bijvoorbeeld landbouwgrond, productiebos, een zandafgraving of zelfs alleen maar water. De Noordwaard is voorlopig het grootschaligste voorbeeld. Zo’n 4.500 hectare natuur kwam erbij: ruim 6.000 voetbalvelden.

„Formeel mogen we het geen natuur noemen”, nuanceert Van der Es, „want de herinrichting van de Noordwaard was een waterstaatkundig project, uitgevoerd samen met Rijkswaterstaat.” Het gebied maakt deel uit van het landelijke programma Ruimte voor de Rivier, waarbij het landschap opnieuw wordt ingericht om Nederland te beschermen tegen te hoge waterstanden in de grote rivieren. Harde dijken maken plaats voor geleidelijke overgangen tussen land en water. Polders worden uiterwaarden. Maar in de marges krijgt Nederland er een schat aan nieuwe natuur bij, want planten en dieren zijn dol op een ‘dynamisch’ landschap waar water komt en gaat.

Ook Munnikenland, bij Slot Loevestein tussen Zaltbommel en Gorinchem, is een recente aanwinst dankzij Ruimte voor de Rivier. „Monniken begonnen hier al in de 13de eeuw met landbouw”, vertelt Dianne Renders, boswachter voor Staatsbosbeheer. „De rivier had eeuwenlang nog veel invloed, maar in de jaren 70 is een grote dijk aangelegd die daar een einde aan maakte.”

Tussenstop

Door veertig jaar intensieve landbouw gingen de meeste natuurwaarden verloren. Maar in 2016 werd de dijk een stuk verplaatst en ging de schop in het nieuwe buitendijkse gebied. Nu ontwikkelt zich daar een rietmoeras waar soorten als roerdomp, bruine kiekendief en blauwborst een leefgebied kunnen vinden. „Er zijn ook nieuwe nevengeulen gegraven”, vertelt Renders, „waar water van de Waal in en uit kan stromen. Vissen kunnen zich daar voortplanten en voedsel zoeken.”

En zoek nu eens op Google Maps naar het Markermeer. Alleen maar water langs de dijk Enkhuizen-Lelystad? Klopt niet meer! Links van deze Houtribdijk ligt nu een eiland, het eerste in een serie van vijf die samen 500 hectare zullen omspannen. In de toekomst wellicht zelfs 10.000 hectare, als alle plannen doorgaan. Hier verrijzen de Marker Wadden, een paradepaardje van Natuurmonumenten. In september dit jaar zette staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken, PvdA) er officieel voet aan wal. Een maand later doorstond het eiland zijn eerste herfststorm „met glans”, aldus Natuurmonumenten. Twintig vogelsoorten werden er al geteld, van meeuwen en sterns tot kemphaan, witgatje en slechtvalk.

„Maar het gaat hier niet zozeer om individuele soorten”, legt projectdirecteur Roel Posthoorn uit. „De Marker Wadden worden aangelegd om de natuurkwaliteit in het hele Markermeer te verbeteren.”

Het Markermeer, zo legt hij uit, is in 1976 ontstaan door aanleg van de Houtribdijk. Het heeft nauwelijks natuurlijke oevers en is niet meer verbonden met een rivier of zee. „In de loop van de jaren is er een probleem ontstaan met de slibhuishouding”, vertelt Posthoorn. „Een deken van slib bedekt de bodem, waardoor schelpdieren en ander bodemleven sterk achteruit zijn gegaan. En bij harde wind maakt het omgewoelde slib het water troebel. Waterplanten, vissen en vogels zijn grotendeels verdwenen.” En dat is niet alleen een Nederlands probleem, benadrukt hij. „Het Markermeer is een belangrijke tussenstop voor trekvogels die in het hoge noorden broeden en in het zuiden overwinteren.”

Hightech

Hoe kunnen die Marker Wadden dat slibprobleem dan verhelpen? „In de luwte van de eilanden zal slib neerslaan”, zegt Posthoorn. „En ook rietmoerassen en andere geleidelijke land-waterovergangen zullen veel slib vasthouden. In een gegraven geul van twee kilometer lang zal extra slib bezinken. Dat gebruiken we weer voor aanleg van nieuwe eilanden.”

Het is een hightech ingenieursproject, benadrukt hij. Computermodellen rekenden uit hoe de eilanden de waterstromen en slibhuishouding zullen veranderen. De nieuwste technieken worden ingezet om uit zand, klei en slib nieuw land te maken, middenin een open waterplas. „Ontzettend spannend om te zien wat er nu gaat gebeuren”, zegt Posthoorn. „Eén eiland in dat enorme Markermeer gaat natuurlijk niet zoveel doen. Het is zaak dat we zo snel mogelijk verder gaan.”

Geld is nog een beperkende factor, maar Posthoorn heeft er alle vertrouwen in dat dat goed komt. Natuurmonumenten, Rijk, omliggende provincies en particulieren betaalden al mee. „En zullen dat hopelijk blijven doen”, zegt Posthoorn. „Nu is het zaak dat we goed gaan monitoren wat er gebeurt.” Biologen en ingenieurs van een zestal universiteiten zullen de zaak nauwlettend volgen. Posthoorn: „Ja, 2016 was superbijzonder. Van niets naar iets gaan, dat is toch wel heel uniek.”