Meer banen in de detailhandel, maar minder in de winkelstraat

Arbeidsmarkt

Ruim 21.000 mensen verloren dit jaar hun baan in de detailhandel. Vooral verkopers komen lastig weer aan de bak.

Het V&D-filiaal in Utrecht sloot eerder dit jaar zijn deuren. Bij het faillissement van V&D kreeg de werkgelegenheid in de detailhandel een flinke klap: er gingen 10.500 banen verloren. Foto Maarten Hartman

Het is een „rampjaar” voor de detailhandel, zegt Freek Kalkhoven, arbeidsmarktonderzoeker bij uitkeringsinstantie UWV. Door faillissementen in de winkelstraat verloren in 2016 ruim 21.000 mensen hun baan. Het jaar ervoor waren dat er nog geen 8.000.

Ondanks het verdwijnen van traditionele winkelketens en warenhuizen voorziet het UWV voor de komende jaren een „lichte maar gestage groei” van het aantal banen in de detailhandel, zo staat in een zojuist verschenen gepubliceerd rapport over de werkgelegenheid in deze branche. De groei komt echter met name van kleinere winkels en webshops.

Vooral bij het faillissement van warenhuisketen V&D, waarbij de (wél winstgevende) restaurants van La Place werden meegesleept, kreeg de werkgelegenheid in de detailhandel een flinke klap: daarbij gingen 10.500 banen verloren. Formeel ging V&D overigens nog nét in 2015 failliet – op 31 december – maar aangezien het UWV de eerste zes weken na een faillissement de lonen doorbetaalt en werknemers pas daarna een WW-uitkering aanvragen, tellen zij mee in de cijfers van 2016. De situatie was hetzelfde bij het faillissement van Macintosh, het moederbedrijf van schoenenwinkelketens als Dolcis, Manfield, Invito en Scapino, waarbij uiteindelijk de helft van de ruim 5.200 werknemers zijn baan kon houden.

Winkelketens die later in het jaar omvielen waren onder andere Perry Sport, McGregor en MS Mode. Zij maakten in afgeslankte vorm een doorstart en bieden nu fors minder banen dan voorheen.

Minder vraag naar verkopers

In 2015 werkten bijna 870.000 mensen in de detailhandel. De meest voorkomende functie in die branche – door drie op de tien werknemers bekleed – is die van verkoopmedewerker. Juist díé groep wordt het hardst getroffen door alle faillissementen onder de winkels, verklaart UWV-onderzoeker Kalkhoven.

Hij pakt de cijfers erbij. In 2011 werd in meer dan de helft van alle vacatures in de detailhandel gevraagd om verkopers. In 2015 was dat bij minder dan de helft van alle vacatures het geval. „Een verschil van 9 procentpunt in vier jaar tijd.”

Hoewel het totaal aantal banen in de detailhandel toeneemt – in 2017 en 2018 naar schatting met bijna 7.500 per jaar – is een duidelijke verschuiving te zien naar andersoortige banen, constateert Kalkhoven. Webwinkels hebben geen verkoopmedewerkers nodig, maar wel iemand die de sociale media in de gaten houdt. En mensen die op de klantenservice telefoontjes beantwoorden, of in de distributiecentra werken.

De winkels die nog wél op zoek zijn naar verkopers, stellen vaak andere eisen aan de vaardigheden waarover iemand moet beschikken. Als een consument tegenwoordig iets nodig heeft, legt Kalkhoven uit, vraagt hij zich af: kan ik dat ook online kopen? Wat is de meerwaarde als ik naar een fysieke winkel ga? De klant die nog naar de winkel komt heeft „meer dan ooit behoefte aan klantgerichtheid en service”.

De arbeidsmarktonderzoeker illustreert dit met een persoonlijk voorbeeld. Hij heeft deze week nieuwe hardloopschoenen gekocht. „Dat had ik online kunnen doen”, zegt hij, „maar ik wilde graag naar de winkel omdat ze daar een filmpje maken van hoe je rent en zien hoe je je voet neerzet en welke schoen daarbij past. Kijk, dan voegt een bezoek aan de winkel iets toe.” 

Te oud en te duur

Door alle faillissementen in de detailhandel zijn ook veel oudere verkopers hun baan kwijtgeraakt. Zij komen moeilijker opnieuw aan een baan dan hun jongere collega’s, constateert het UWV.

Iemand die hierover kan meepraten is Gideon Terlouw. Hoewel hij „níét oud” is, hij wordt volgende maand 47, heeft hij vaak het gevoel dat hij wordt afgewezen omdat hij te oud en te duur zou zijn.

Sinds hij in augustus werkloos raakte – hij was dertien jaar shopmanager van de Adam-winkel in Tilburg, onderdeel van McGregor – heeft Terlouw zo’n twintig sollicitatiebrieven verstuurd. Het UWV raadde hem aan ook buiten de modebranche te kijken. Hij snapt dat wel, zegt hij: voor de functie van shopmanager bij een kledingwinkel, waarvoor hij interesse had, waren onlangs 239 gegadigden.

En dus solliciteerde hij ook bij Yarden, de uitvaartorganisatie, waar hij koffie wilde schenken na afloop van begrafenissen en crematies. Hij werd niet op gesprek uitgenodigd – ze zochten ‘iemand met hotelervaring’. Ook als filiaalmanager bij Starbucks werd hij niet geschikt bevonden. Terlouw wordt er soms moedeloos van, zegt hij. „Als je maandenlang werkloos bent, bekruipt je het gevoel dat je er niet bij hoort. Je eigenwaarde zakt langzaam weg.” Hij hoort voortdurend dat hij zijn blik moet verruimen en genoegen moet nemen met een wat minder betaalde baan, maar ja, zegt hij: „Je wilt ook niet gigantisch terugvallen in salaris.”

Het „meest frustrerend” vindt hij het nog dat bedrijven bij een doorstart, zoals bij McGregor, schermen met het behoud van werkgelegenheid. „Vervolgens zetten ze de werknemers met veel dienstjaren en fulltime contracten alsnog op straat. Wij worden gewoon ingeruild voor goedkopere krachten met kleine, flexibele contracten.”