Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

Majesteit

Ik hoop dat u mij de vrijpostigheid wilt toestaan, Majesteit, dat ik zonder dat u mij iets heeft gevraagd het woord tot u richt om u te complimenteren met uw kerstrede. U bent lang geleden in de wieg gelegd om thans als vleesgeworden symbool van de natie de eenheid en saamhorigheid te belichamen en ik wil graag geloven dat u het dit jaar moeilijker dan ooit heeft gevonden om het land in die geruststellende en bemoedigende rol toe te spreken. Dat u aan het begin van uw rede thematiseerde dat u ermee heeft geworsteld, was sterk, want een pregnantere waarschuwing dan dat het symbool van de nationale solidariteit moeite heeft te spreken, is nauwelijks denkbaar.

‘Het extreme lijkt het nieuwe normaal te worden,’ zei u. Het is een treffende paradox voor een land dat zich aan het overschreeuwen is. ‘Zoekend naar zekerheid,’ zei u, ‘graven groepen zich in hun eigen gelijk in.’ Uw analyse is voortreffelijk. Alles is een mening geworden. Argumenten en feiten zijn ondergeschikt geworden aan de overtuiging van het eigen gelijk, die de illusie biedt van een zekerheid die de angst beteugelt. ‘Dat maakt een open gesprek vaak onmogelijk,’ zei u. Debatteren op grond van feiten en argumenten wordt als zodanig beschouwd als een vuile truc van de elite. Het volk wenst daar niet meer in te trappen. Uw mooiste zin kwam daarna: ‘Velen hebben het gevoel in een land zonder luisteraars te leven.’ Het gemene volk wordt niet gehoord, zo wordt ons te pas en te onpas verteld. Maar hoeveel beter zou onze samenleving functioneren als mensen in plaats van op hoge toon luisteraars voor zich op te eisen, zouden leren luisteraars te worden.

Ik ben onder de indruk van het feit dat u de aantrekkingskracht van het fascistisch populisme lokaliseert in het sprookje van het nostalgisch conservatisme. U zei dat beter dan ik: ‘Wie twijfelt over de toekomst, idealiseert vaak het verleden.’ Het volk ziet u het liefste als een vorst op Soestdijk, zoals uw grootmoeder, wuivend naar een defilé van streekkoeken en lokale sjoelkampioenen in een tijd dat we ons veilig waanden achter onze dijken en onze bikkelharde gulden, toen de torens nog stonden en er nergens een moslim was te bekennen. U weet dit en u zegt het.

In NRC verscheen deze week een reeks geforceerde artikelen waarin uit alle macht gezocht werd naar iets positiefs. Er waren wat oud-bestuurders gevonden die onder druk bereid waren te zeggen dat het allemaal wel meevalt met de vermeende crisis van de democratie. Het fascistisch populisme moesten we zien als een geschenk in prikkeldraad. In elk geval bewijst het betrokkenheid.

U en ik weten wel beter. We zijn getuigen van het einde van de democratie, hetgeen u als monarch evenveel zorgen baart als mij als uw onderdaan. Het is niet denkbeeldig dat wij de laatste Amerikaanse verkiezingen hebben meegemaakt. En wanneer u in het komend voorjaar het kabinet Wilders - Halbe Zijlstra beëdigt, de Europese Unie uit elkaar valt en de noodtoestand voor onbepaalde tijd wordt afgekondigd, zult u als eenzame koning in uw paleis lange tijd geen politicus meer zien.

Zou ik u mogen vragen wat u dan volgend jaar in uw kerstrede gaat zeggen? Wellicht staat u mij toe te suggereren dat u de enige bent in dit land wiens populariteit die van de populisten moeiteloos overtreft en dat het een koning niet misstaat om het landsbestuur volledig in eigen hand te nemen.

    • Ilja Leonard Pfeijffer