Hoofdprijs

Een glimmende folder had mijn moeder doen besluiten mee te spelen in de Postcodeloterij. Ze was volledig gefocust op die rode truck met kerstverlichting, die begin januari tegenover haar huis kon staan met 49,9 miljoen aan boord. Ze zou haar prijs eerlijk verdelen over kinderen en kleinkinderen en van wat erover was, zou ze een nieuwe boiler kopen want de verwarming had het uitgerekend tijdens de kerstdagen begeven.

„Maar het meeste is voor jullie”, zei ze ruimhartig.

„Ik hoef geen soepkommen”, zei mijn broer die ooit bij dezelfde loterij vier soepkommen had gewonnen. „En ook geen musicalkaartjes.”

„Als ze aan de deur komen, niet opendoen”, zei ik. „Behalve dan als je die truck ziet staan.”

Mijn moeder: „Ik doe nooit open, ik kijk wel uit.”

Dat stelde gerust.

In een ver verleden liep ik voor een reportage een dag mee met Gaston Starreveld, die kale schreeuwer met bril van de Postcodeloterij. We gingen prijzen uitdelen in Amsterdam-Noord en Haarlem. Gaston voelde zich Kerstman en Sinterklaas tegelijk, vooral omdat er nogal wat prijswinnaars tussen zaten die het ‘echt nodig’ hadden.

Na een kwartier had ik al een hekel aan Gaston, die in het echt nog dwingender aanwezig was dan op televisie. Het ging om ‘gewone straatprijzen’: auto’s, televisies en relatief kleine geldbedragen waar de belasting nog vanaf moest, maar Gaston schreeuwde zo hard dat de overvallen prijswinnaars in ieder geval even dachten dat ze miljonair waren geworden.

Ik zag er iets te veel die, ondanks dat ze liever niet op televisie wilden, even later toch maar naast dat blije hoofd van Gaston voor een nieuw plasmascherm hingen. Je vroeg je af of de lol van het winnen opwoog tegen Gaston voor de deur, met z’n ‘Goei-e-mor-gen!!!’

Dat dan toch nooit, nooit, nooit, dacht ik terwijl ik Gaston met een prijswinnaar een toneelstukje zag opvoeren waar of hij zijn nieuwe grote televisie toch neer moest zetten in die kleine woning.

En doorrrr….

Naar de volgende postcode.

En Gaston ondertussen maar lullen over zijn aangeboren blije hoofd, het belastingklimaat in Nederland en dat hij zich Kerstman en Sinterklaas voelde. Het kostte me enige tijd om deze ervaring van me af te schudden, maar nu was hij weer helemaal terug.

In gedachten zag ik Gaston Starreveld tevergeefs aanbellen bij mijn moeder omdat ze met de hele buurt een zomerfeest en voor allemaal een barbecue had gewonnen. Ze kwam pas naar buiten toen Wolter Kroes begon met zingen. Met maar één vraag: of het alsjeblieft wat zachter kon.

Dat ging natuurlijk allemaal niet gebeuren, want het was zoals ze tijdens het gourmetten een paar keer zei: „Papa zei altijd: wij winnen nooit wat.”

Gelukkig niet.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Correctie: in de oorspronkelijke versie van deze column stond de achternaam van Gaston Starreveld aangeduid als ‘Sparreveld’. Dit is aangepast.