Het pistooltje van Jaap van Praag

Wapenvondst Toen filmmaakster Beryl van Praag (44) onlangs haar 74-jarige moeder Pia hielp met het optuigen van de kerstboom, vond zij tot haar schrik een pistool. Waar was dat nu goed voor?

Moeder Pia en vader Jaap van Praag, in 1969. Foto familie Van Praag

Ze had hem gevonden in een Albert Heijn-tas: een pistool. En een zakje kogels en een kogellader. In de kelder, tussen de kerstspullen. „Ik liep naar boven”, vertelt Beryl van Praag. „Ik riep: ‘Mama, er ligt een pistool tussen het engelenhaar!’ Mijn moeder reageerde laconiek. Ze zei dat mijn vader het ooit van iemand had gekregen. Van wie wist ze niet meer. Maar ze wilde er graag vanaf.”

Beryls vader kon zelf geen opheldering meer verschaffen: oud-Ajax-voorzitter Jaap van Praag stierf in 1987, 77 jaar oud. Om haar geheugen op te frissen pakte Beryls moeder zijn oude adressenboekje erbij. „Ik hoorde haar mompelen: ‘Mies Bouwman, nee, die was het niet. Johan Cruijff ook niet. Rinus Michels, nee.’ Opeens stopte ze met bladeren. ‘Die was het! Gerard Toorenaar!’”

Gerard Toorenaar was hoofdinspecteur en commissaris van de Amsterdamse politie tussen 1952 en 1984. Hij leidde onder meer het onderzoek naar de ontvoering van de bekende zakenman Maup Caransa in 1977 door de Rote Armee Fraktion (RAF). De ontvoering die zes jaar later model stond voor die van Alfred Heineken.

Jaap van Praag was bevriend met Caransa. „Zonder Caransa bestond ik niet”, zegt Beryl. Haar moeder was Caransa’s privéverpleegster. „Toen mijn vader eens bij hem op ziekenbezoek kwam, kukelde hij van zijn graatje, zo mooi vond hij haar. Hij viel flauw op de stoep.”

De liefde was wederzijds, ofschoon Pia tweeëndertig jaar jonger was dan Jaap, en daarmee een generatiegenoot van zijn zoon Michael, de huidige KNVB-voorzitter.

Nadat Caransa was ontvoerd, werd ook Jaap van Praag met ontvoering bedreigd, en wel door de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO. Die zag in hem een boegbeeld als Joodse voorzitter van de ‘Jodenclub’.

Dreigbrieven

„Elke maandag kregen mijn ouders een dreigbrief met hakenkruizen. Eerst dachten ze nog dat het te maken had met een overwinning van ‘de jongens’. Zo noemden ze het eerste van Ajax. Maar als de jongens verloren hadden, kwamen de brieven evengoed. Toen er een doos werd bezorgd, gooide mijn moeder hem op straat, uit angst voor een bom. Er bleken schoenen in te zitten die mijn vader in Italië had besteld.”

Nadat een anonieme beller Pia van Praag had gemeld dat de PLO een bloedbad ging aanrichten op Schiphol had commissaris Toorenaar er blijkbaar genoeg van. Hij gaf Jaap het pistool, met het advies: „Je schiet eerst in de lucht, dan op de benen, en daarna bel je ons.”

Beryl: „Het was superlief bedoeld. Maar mijn vader vond het geen veilig idee. Eigenlijk had hij moeten zeggen: ‘Gerard, reuze dat je aan me denkt, maar neem het maar weer mee, want ik vind het eng.’ Maar misschien vond hij dat onaardig.”

Jaap bewaarde het wapen altijd in zijn kluis – waar hij er niets aan had, volgens zijn dochter. „Een wapen heeft alleen nut als je het op zak draagt. Je zegt niet tegen een overvaller: ‘Momentje, ik moet nog even langs de kluis.’”

Na Jaaps dood verhuisde Pia naar een appartement zonder kluis, waar ze het wegmoffelde in de kelder. Uit angst voor arrestatie durfde ze het niet terug te brengen naar de politie. Gerard Toorenaar was al met pensioen.

83 kogels

Beryl bood haar moeder aan haar het wapen dezelfde avond nog mee naar huis te nemen, zodat ze ervan af was. Dan zou ze het de volgende dag namens haar naar de politie brengen. „‘Je hebt toch niks gedaan?’, zei ik. ‘We kunnen het wel uitleggen.’ Mijn moeder was zo opgelucht.”

Eerst telden moeder en dochter de kogels nog even. Het waren er 83. „Hele kleintjes. Zoals dat pistooltje ook schattig klein was.” Maar wel extreem gevaarlijk, bleek later bij de politie. „Die kogels maken hele salto’s in je lichaam.” Zelfs mensen met een wapenvergunning mogen het niet meer gebruiken.

Beryl reed naar huis in Haarlem met het pistool verborgen onder de bijrijdersstoel van haar Suzuki Swift. Uitgezwaaid door haar opgetogen moeder. „Ze zei nog wel: ‘Doe voorzichtig!’ Ik antwoordde: ‘Komt goed, ik heb 83 kogels.’”

Bij de politie

Thuis maakte Beryl haar man wakker, die razend werd: „Je gaat toch niet met een pistool in je auto rijden?” Toen lichtte ze de politie telefonisch in. De volgende dag bracht ze het wapen naar het bureau aan de Amsterdamse Van Leijenberghlaan. „Het eerste wat ze daar deden was het meenemen naar de schietkamer om te kijken of-ie nog geladen was. Ik zei wijsneuzerig: ‘Dat is-ie niet, hoor. De kogellader is eruit.’” Volgens de politie was dat geen garantie: er kon een verdwaalde kogel in de loop zitten. Ik had voor de grap eerder bij mijn moeder nog even op het wijnrek gericht. Ze zeiden dat ik door de muur de buurvrouw had kunnen doodschieten.”

Onderzoek wees uit dat het geen politiepistool betrof. Toorenaar had het waarschijnlijk van de plank met ingenomen wapens gehaald. Welke misdaden ermee zijn gepleegd, bleek niet meer te achterhalen. Toorenaar stierf in 1994.

Tot Beryls opluchting geloofde de politie haar. „Ze vonden het een geweldig verhaal. Daarom kreeg ik geen vermelding ‘wapenbezit’ achter mijn naam. Anders heb je echt een probleem als je op vakantie gaat.”

Beryl hoopte dat ze het pistooltje mocht houden nadat het schietmechanisme was verwijderd. „Ik heb een cool kastje, daar had het mooi gestaan. Maar daar voelde de politie niets voor. Ze zeiden: ‘Ben jij gek! Je hebt geen wapenvergunning, dat komt in ons politiemuseum!’ Ik denk dat ze dachten: toedeloe, het is vast veel geld waard. Deze keer houden we het lekker zelf.”