Commentaar

Groei werkgelegenheid maskeert vreugdeloze race naar de bodem

Een jaar na het faillissement van de warenhuisketen V&D zijn de gevolgen voor de werknemers zichtbaar. Hun ervaringen stemmen op hoofdlijnen overeen met die van andere werkzoekenden. Nieuwe vaste arbeidscontracten zijn ver in de minderheid, los-vaste verbintenissen zijn de norm.

Het UWV, dat de werkloosheidsregelingen uitvoert, heeft onlangs in kaart gebracht hoe het de V&D-werknemers tot aan de zomer is vergaan. De kop bij het UWV-verslag zegt het in één zin: ‘Merendeel ex-V&D’ers weer aan de slag, maar voor oudere werknemers is het lastig.’

Van de ruim 10.000 werknemers van V&D (inclusief La Place restaurants) had 67 procent na een halfjaar weer een baan. Hoe jonger, hoe groter de kans op werk. Van de mensen met een nieuwe baan had 14 procent een vast contract. De andere 86 procent had een tijdelijk contract, een oproepcontract of een uitzendcontract. Zij zitten in de flexibele schil, zoals dat is gaan heten. Dat is een lelijk woord, dat de suggestie wekt dat zij misbaar zijn, zoals je een appel van zijn schil ontdoet. Dat is in strijd met de realiteit.

Het goede nieuws op de arbeidsmarkt dit jaar was dat V&D het laatste grote faillissement was in de economische crisis die begon met de ondergang van de Amerikaanse zakenbank Lehman op 15 september 2008. De Nederlandse economie heeft zich de afgelopen kwartalen stevig hersteld. De werkgelegenheid is gegroeid tot bijna 10 miljoen banen (gecorrigeerd voor seizoensfluctuaties) en de werkloosheid is zelfs spectaculair gedaald. In februari 2014 piekte de werkloosheid op 699.000 mensen, eind november dit jaar was het 499.000.

Achter deze opbeurende getallen gaat een bonte verzameling van arbeidsrelaties schuil. Somber stemmend is dat op diverse segmenten van de arbeidsmarkt sprake is van een race naar de bodem. Verslechterde arbeidsomstandigheden. Verschraling van het sociale vangnet.

In een internationaal perspectief is Nederland uitzonderlijk in zijn hoge aantallen zelfstandigen en werknemers met flexibele arbeidscontracten. Dat is een teken van ondernemerschap, maar ook van ruime fiscale faciliteiten. Een groot deel van de zelfstandigen is er dolblij mee, een groot deel van de flexwerkers verlangt juist naar een vast contract.

De vraag dringt zich op of de flexibiliteit inmiddels over zijn optimale punt heen is. Als de arbeidsmarkt voor grotere groepen niet meer voldoet aan hun voorkeuren liggen onzekerheid en vervreemding in het verschiet. Een economie heeft flexibiliteit nodig, ook op de arbeidsmarkt, om zich te kunnen aanpassen aan economische fluctuaties. Maar de samenleving en de economie zijn op dit moment meer gebaat bij zekerheden zodat ondernemers en werknemers bereid zijn tot investeringen op een langere termijn dan een paar maanden.