Recensie

Getekende levensverhalen

Internationale strips

Nederlandse uitgevers als Sherpa en Soul Food Comics brengen met toewijding buitenlandse strips van hoge kwaliteit uit. De oplages zijn vaak klein, want de markt is niet groot. Stuk voor stuk zijn het getekende levensverhalen, een belangrijke trend in de strip dit jaar.

Pagina uit de strip De eerste reis van de Franse tekenaar Edmond Baudoin

Uit zijn hoofd stromen letters, kussende stelletjes en clowns. Een andere keer vervloeit het hoofd met de omgeving. Het wordt één met meeuwen, struiken, tunnels en de horizon. In het verhaal De eerste reis toont de Franse tekenaar Edmond Baudoin een fascinerende manier om denken en dromen weer te geven. Het hoofd van zijn peinzende hoofdpersoon Mathieu staat open naar de wereld.

Het effect is poëtisch en biedt een sterk grafisch tegenwicht aan de stem van de verteller, die de maalstroom van zijn gedachten verwoordt. In De eerste reis bezoekt Mathieu op een hete dag de zee en terwijl hij naar twee meisjes op het strand kijkt, gebeurt er achter hem op de boulevard een ongeluk. Baudoin tekent zijn schrik: zijn hoofd ‘ontploft’. Maar de meisjes merken niets en spelen nietsvermoedend door. Dat raakt hem, alsof de natuurlijke orde zich omkeert en verdwijnt: ‘De stenen krijgen vleugels en vliegen naar de hemel….’

Baudoin creëert op bijna elke pagina van dit boek grafische hoogstandjes

Opgejaagd doorkruist Mathieu de stad. Even trekt hij op met een Duitse toeriste, maar zijn hoofd loopt over. Hij is belast geraakt met het idee te zien en te weten wat anderen niet zien. ‘Wanneer ben ik opgehouden kind te zijn’, vraagt hij zich af. Als hij eindelijk tot rust komt, besluit hij zijn leven om te gooien.

Die beslissing heeft, zoals veel van het werk van Baudoin (1942), een autobiografische achtergrond. In het voorwoord van de bundeling van vier verhalen, De eerste reis en andere verhalen, zegt hij een ‘innerlijke reis’ te hebben beschreven, omdat hij tot zijn 32ste boekhouder was en toen besloot alles achter zich te laten en zich op het tekenen te storten.

De vrijheid was hem lief, kun je vaststellen bij zijn ruige stijl, die fladdert van verfijnd realistisch naar grove penseelvegen. Met zijn afwisseling van subtiel dunne en volvette zwarte lijnen creëert Baudoin op bijna elke pagina van dit boek grafische hoogstandjes. Waar anderen zouden arceren of details zouden tekenen, smeert hij het zwart pasteus op. In combinatie met het onthechte levensgevoel van zijn personages geeft het zijn strip noir de vervreemdende en weemoedige sfeer van oude Franse films.

Legende in Frankrijk

Van de inmiddels 74-jarige Baudoin, in Frankrijk een legende, is al aardig wat werk in het Nederlands verschenen. Des te prijzenswaardiger dat uitgeverij Sherpa deze verhalen beschikbaar maakt. Zo zijn er meer Nederlandse uitgevers die met toewijding en zorg buitenlandse strips van hoge kwaliteit uitgeven: in kleine oplages, want de markt is niet groot. Vorig jaar begon Guus van Sonsbeek in Nijmegen zelfs een nieuwe stripuitgeverij, Soul Food Comics. Dit jaar onderscheidt de nieuwe uitgever zich met het uitbrengen van drie eigenzinnige en bijzondere strips. Stuk voor stuk zijn het getekende levensverhalen, een belangrijke trend in de strip dit jaar.

In de eerste, het autobiografische Teleurstellen vergt lef, vertelt Özge Samana over opgroeien in Turkije. Gedreven door hun vader, die niet wil dat zijn dochters later hun onafhankelijkheid aan een echtgenoot verliezen, staan school en studeren centraal in de jeugd van Özge en haar zus. Want een vrouw zonder baan is niks in dit land, stelt haar vader.

Maar Özge heeft te veel fantasie om te slagen. En de gelovige leerlingen en leraren zitten haar dwars omdat ze vrijgevochten is. Ze stelt haar ouders teleur, maar tragisch of tobberig wordt het verhaal niet. Samana houdt de toon licht, ook in haar kaderloze tekeningen in jeugdstripstijl, waarin ze gedoseerd met kleur speelt.

Die donkere toon heeft wel Ontaard verklaard, een ijselijke getuigenis van een in Engeland woonachtige tekenares die zich Una noemt en die vertelt over haar verkrachting in haar jeugd in de jaren zeventig. De onthutsende feiten van wat haar in alle stilte werd aangedaan, mengt ze met de mislukkende jacht op de Yorkshire Ripper in die tijd. Het zijn twee onvergelijkbare zaken, die samen een pijnlijk beeld schetsen van de nonchalance en tegenwerking waar vrouwen mee kampten. Het tekenwerk van Una is spartaans: simpel en doelmatig, met veel tekst, wat bijdraagt aan het ongemakkelijke gevoel dat dit boek oproept.

Droevig stemmend

Veel warmer van toon, maar evengoed een droevig stemmend gedenkschrift is Irmina van de Duitse Barbara Yelin. In deze liefdestragedie beschrijft Yelin het leven van Irmina, haar oma, die midden jaren dertig als uitwisselingsstudent in Londen Howard ontmoet, een beursstudent in Oxford uit Barbados. Elk op hun manier zijn ze buitenstaander en ze worden vrienden. Hun gevoelens voor elkaar zijn wel sterker, maar hij is een zwarte man en zij een blanke vrouw, en ze passen ervoor aanstoot te geven, zo lijkt Yelin te suggereren.

Geldgebrek noopt Irmina terug te keren naar Duitsland, waar haar leven een bizarre wending neemt. Dat is het mysterie van dit boek: hoe een rebelse, zelfstandige vrouw die droomt van reizen en varen een onderdanige, stille medewerkster wordt van het naziregime. Yelin doet geen poging tot psychologiseren, maar laat het contrast voor zichzelf spreken. Na honderd bladzijden waarin ze een gevoelvol portret van Howard en Irmina samen tekende is de schrik van de overgang emotionerend genoeg. Irmina overleeft de oorlog en dat leidt tot nog een verrassing. Waarmee dit boek een mooi mengsel biedt van de raadselachtige keuzes die mensen maken om te overleven en in de liefde.

Yelin drenkt haar verhaal in precieze tekeningen in overheersend grijsblauw, met de zachte uitstraling van krijt en kleurpotlood. Daar past een kalm ritme bij, die frappante gebeurtenissen zoals het opdringende, alledaagse nazigeweld alleen maar pregnanter maakt. Dat Irmina de veranderingen niet kan bevatten en steeds verder in zichzelf gekeerd raakt, suggereert Yelin slechts, door haar geregeld met een starende, lege blik te tekenen.

Graphic novel

Een prachtig boek als Irmina stemt optimistisch over het niveau van de hedendaagse strip. Dat zal ook de reden zijn dat dit jaar opnieuw een nieuwe Nederlandse stripuitgever zich meldde: SubQ, een samenwerking van animatiebedrijf Submarine en uitgeverij Q, die opereert onder de vlag van de Singel Uitgevers. De eerste uitgave was Deserteur van de Deen Halfdan Pisket. Ook deze graphic novel is een familiegetuigenis: Pisket vertelt over de jeugd van zijn Turkse vader.

Deserteur leest als één lange nachtmerrie, die begint in de gevangenis waar een jonge man wordt gemarteld. Hij vertelt over zijn jeugd in een dorpje, waar meerdere nationaliteiten met elkaar leven en waar hij opgroeit als de zoon van een Russisch Armeense moeder en Turkse vader. Als zijn beste vriend wordt vermoord door soldaten maken woede en verdriet hem radeloos en inert. Hij krijgt bovendien last van epilepsie. Zijn situatie verslechtert als hij wordt opgeroepen door het leger en zelf een van de ‘gezichtslozen’ wordt – de naam voor de soldaten die kappen dragen waarin alleen de ogen uitgespaard zijn. Zijn collega’s zien in hem een ‘buitenlander’ en mishandelen hem.

Aan het slot van Deserteur, het eerste deel van een trilogie, wordt duidelijk waarom hij gevangen zit. Dan krijgt zijn lot een politieke lading. Pisket haalt ‘de genocide’ aan, als een ‘gemeenschappelijke herinnering’, waarin de familie van zijn moeder slachtoffer had kunnen zijn.

Het duistere tekenwerk is even benauwend als het verhaal. Pisket hanteert een grid van kleine vakjes dat hij vult met veel zwart en scherpe, dunne lijntekeningen, waarin hij vrijelijk met perspectief stoeit. Er is geen ontsnappen aan, zelfs de zon is zwart. De beukende monotonie waarin Pisket de gruwelen opdient, de mompelende toon van de jonge man en het kunstmatig taalgebruik maken murw. En dat al heel snel. Pisket biedt geen hoop waar er geen hoop is.