Opinie

‘Gelukkig was Armand nooit in therapie’

Als zanger Armand met zijn gevoelens van minderwaardigheid naar een psycholoog was gestapt, had hij misschien nooit ‘Ben ik te min’ (706 in Top 2000) gezongen, aldus .

Foto Andreas Terlaak

Ook dit jaar staat hij weer in de Top 2000: Ben ik te min van Armand. Ik vergeet nooit meer dat ik hem in 1998 voor het eerst live zag optreden, op Paaspop in Schijndel, mijn allereerste festival. Nog helemaal zonder foodtrucks, maar al wel echt een festival (er was alleen bier en knakworst, en eerlijk gezegd vrees ik dat dat in Schijndel anno 2016 nog steeds zo is). Eigenlijk kwam ik voor Van Dik Hout en voor Junkie XL, maar zoals dat wel vaker gaat bij festivals waren er ook onvoorziene andere hoogtepunten. Dat was in dit geval Armand. Even wist ik niet wie die rare man op het podium was, totdat hij ‘Ben ik te min’ begon te zingen, het liedje dat op het cassettebandje stond dat mijn ouders vroeger altijd in de auto draaiden als we op vakantie gingen.

Direct na zijn dood vorig jaar kocht ik een plaat van hem met daarop ook alle andere hoogtepunten, zoals Want er is niemand en Marijke. Maar als ik daar nu naar luister en de tekst wat beter tot me door laat dringen, betrap ik mezelf erop dat ik steeds denk: Armand had in therapie gemoeten. Neem nou het refrein van Want er is niemand: „Want er is niemand die echt iets om je geeft/Je staat alleen in een wereld die voor zichzelf leeft/Ze zeggen: doe net als een ander, en loop in het gareel/Doe je dat niet, weet je wel beter, krijg je het mes op de keel.”

Je voelt dat een psycholoog hier wel raad mee zou weten. Die zou zeggen: „Dat mes zit in jouw hoofd, Armand. Kijk maar in de spiegel, er is geen mes. En er geven wel degelijk mensen om je: je moeder bijvoorbeeld, ook al heeft ze dat misschien niet altijd voldoende laten blijken.”

Medicatie zou hem uit de negatieve spiraal kunnen halen waarin hij blijkbaar vastzit. Vervolgens zou hij door middel van cognitieve therapie kunnen gaan inzien dat hij irreële aannames doet en kan meditatie hem helpen om zich minder te identificeren met zijn gevoelens.

Ik vind het jammer dat ik daar nu op die manier naar luister. Dan mis ik de saamhorigheid van de jaren zestig, ook al was ik daar nooit bij. Het lijkt me heerlijk om met z’n allen gepassioneerd boos te zijn en dat vooral niet bij onszelf te zoeken, maar de schuld collectief te geven aan ‘het systeem’, de rijken, de burgerlijkheid of desnoods aan Marijke.

Problemen zijn er nog steeds genoeg, daar ligt het niet aan. Maar demonstreren doen we nauwelijks meer. Mij lukt het ook niet. Daarbij zit mijn studie filosofie mij ook in de weg, waar ik geleerd heb alles altijd vanuit meerdere perspectieven te bekijken. Ik zou hooguit mee kunnen met een dubbelzijdig bedrukt spandoek dat de zaak van beide kanten belicht. En dan aan elke kant onderaan een link naar een site met meer informatie over die zienswijze.

Waar ik de overgave die ik mis nog wel terugzie, is bij fanatieke voetbalsupporters. Zij identificeren zich volledig met hun groep, kunnen nog woedend worden op iemand met een bal of de scheids uitschelden voor hondelul. Ik kan dat laatste alleen als ik het daarna nuanceer: „Hondelul! Niet echt natuurlijk, maar die laatste beslissing van u had wel iets hondelul-achtigs, bezien vanuit mijn perspectief dan, hè. Maar ik heb ook een moeilijke jeugd gehad.”

Ons adagium is tegenwoordig: verander wat je niet kunt accepteren en accepteer wat je niet kunt veranderen. Maar wat nou als iets het allebei is, dat je het niet kunt accepteren maar ook niet veranderen? Die mogelijkheid bestaat in deze spreuk niet, zoals zo veel spreuken alleen voor makkelijke situaties werken die je sowieso wel had kunnen oplossen (als ik lekker in mijn vel zit, kan ik ook ontzettend goed ‘omdenken’).

Ik pleit er bij deze voor om het yogamatje en het meditatiekussen aan de kant te gooien, de psycholoog af te bellen en weer te gaan schreeuwen met een groep. Begin een politieke partij, beklieder een spandoek. Ga op zoek naar dat wat je niet kunt accepteren én niet kunt veranderen. Schrijf er een liedje over en laat het ons horen. En o ja, ga niet te vroeg dood.