Geld genoeg

Zijn bouwmarkten de barometers van de tijdgeest? Als dat zo is ziet het er slecht uit voor Amsterdam. Of juist goed. Beide oordelen lieten zich laatst aflezen aan de ogen van de caissière toen het alarm afging. Ze was van middelbare leeftijd en deed dit werk al lang, dat maakte haar oordelen misschien representatief voor wat er gaande is.

Terwijl ik op zoek was naar mijn portemonnee liep er een grote zwarte man achter mij langs. Brede schouders, capuchon, donkere bril. Zodra hij het gangetje tussen de kassa’s had verlaten klonk er een ongenadig piepen door de bouwmarkt. De caissière, een vrouwelijke klant die net had afgerekend en ik keken de man na. Het gepiep maakte niet de geringste reactie in hem los. Volmaakt in balans, zijn hoofd iets vooruit, mogelijk om te voorkomen dat hetgeen hij onder zijn donkerblauwe jas hield op de vloer zou kletteren, liep hij kalm en gedecideerd naar de uitgang.

De glazen deuren openden zich eerbiedig voor wat vermoedelijk een dief was.

Als hij beschikte over een schoon geweten zou hij zich hebben omgedraaid met een houding van: heb ik iets verkeerds gedaan? Enkele passen terug naar de kassa, op zoek naar een blik van verstandhouding met het personeel, zoals nette mensen plegen te doen.

Dat deed de man allemaal niet. Hij deed überhaupt niets behalve onverstoorbaar cool naar buiten lopen.

‘Laat u hem zomaar gaan?” vroeg ik de caissière. Ze keek me aan met een blik alsof ik enkele decennia onder een steen had gelegen. Alsof ik een airbnb-logé uit de provincie was. „Daar ben ik al een tijdje geleden mee gestopt. Ik ben er wel eens achteraan gegaan, maar dat werd het een hele toestand. Ik kreeg bijna een klap.”

Het woord ‘klap’ bleef door het gewicht dat ze eraan hechtte nogal lang hangen. De vrouw die eerder dan ik had afgerekend boog zich met een lichte hunkering naar drama haar kant op.

Over het woord ‘bijna’ had niemand het meer, de klap, daar ging het om.

„Echt waar?” wilde de vrouwelijke klant weten.

Ja, echt waar. En de keer van die klap had de caissière er duidelijk alleen voorgestaan. Daarom treedt de caissière niet meer op. Wie wil doorlopen zonder te betalen in de bouwmarkt loopt maar door.

„Vindt je baas dat wel goed?” vroeg ik en voelde me ineens ontzettend old school.

„Dat zou ik niet weten”, klonk het Amsterdams-beslist onder twee brillenglazen. „Moet ie maar goede beveiligers neerzetten.”

Volgens de oude moraal is het slecht als drie mensen tegelijk apathisch toekijken hoe iemand er met gestolen waar vandoor gaat. Vroeger zou „hallo, wilt u even terugkomen?” toch het minste zijn geweest. Maar vroeger waren we lang niet zo rijk als nu. Amsterdam baadt in weelde, volgens deskundigen beleven we de start van een nieuwe Gouden Eeuw. De kassa’s van de bouwmarkten puilen uit. We laten de dief maar lopen – er is geld genoeg.

Dat zou je het goede kunnen noemen.

Auke Kok is schrijver en journalist.