Emeli Sandé en Peter Slager in de albums van deze week

Slager, de bassist van Bløf, bewijst dat intieme liedjes goed passen bij de intieme taal van een dialect, in zijn geval het Schouws.

  • ●●●●

    Blitz the Ambassador: Diasporadical

    Diasporadical Hiphop: ‘From Jo-Burg to Ferguson, it’s all the same system’, rapt Blitz the Ambassador op ‘Heaven’, het sterkste nummer van zijn nieuwe album. Op een hiphopbeat met afrobeatblazers maakt hij zich kwaad over structureel racisme, van Zuid-Afrika tot in Amerika.

    Niet voor niets heet zijn plaat Diasporadical, hij haalt tekstuele en muzikale inspiratie uit alle hoeken van de Afrikaanse diaspora. Net als op zijn vorige platen maakt de in New York woonachtige Ghanees gebruik van een sterk stramien: zijn raps in de stijl van The Roots, Nas en Common worden ondersteund door Afrikaanse en Caribische samples en melodieën. Blitz profileert zich als een centraal figuur in de snel groeiende scene van artiesten met een West-Afrikaanse achtergrond. Van het funky ‘Hello Africa’ tot bonustrack ‘Running’ klinkt Diasporadical als sociaalbewuste rap vol West-Afrikaanse soul. Leendert van der Valk

  • ●●●●●

    Emeli Sandé: Long Live The Angels

    Long Live The Angels Pop: In 2012 verscheen van de Britse zangeres Emeli Sandé het album Our Version Of Events, dat 66 weken in de Engelse hitparade stond. Op dat debuut stonden ballades met galmende instrumentaties en een zangstem op stormkracht; de hoge uithaal van haar ‘Next To Me’ was indrukwekkend.

    Onlangs verscheen haar tweede album, Long Live The Angels, waarop de nummers opvallend bedrukt klinken. Het tempo is langzaam, ze worden gezongen met een brok in de keel. De sfeer is eerder looiig dan ontroerend. Opvallend is dat Sandés stem vaak lijkt op anderen: in ‘I Rather Not’ als Whitney Houston, in ‘Give Me Something’ als singer-songwriter Tracy Chapman. Tegen het eind krijgen de nummers meer schwung, zoals in soulnummer ‘Highs & Lows’. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Peter Slager: Slik

    Slik Pop: Intieme liedjes passen goed bij de intieme taal van een dialect, blijkt op Slik van Peter Slager. De bassist/songschrijver van Bløf koos voor zijn eerste solo-album voor het Schouws, een variant op het Zeeuws.

    Dat hij de voor maar weinigen te doorgronden teksten als ‘Ier Vo Mien’ of ‘Slik Op De Waegt’ combineert met akoestische, ingehouden instrumentaties leidt tot verrassend mooie composities die door het ‘Schouws’ des te mysterieuzer klinken. Slager heeft een bescheiden stem, en die voegt zich hier prachtig naar de spaarzaam uitbottende akkoorden van gitaar, ukelele of banjo. Hoogtepunt is ‘Even Wachten’, dat Slager schreef en uitvoerde met de Amsterdamse Rita Zipora. Hij zingt vriendelijk, zij stoer in hun steeds snellere balts, met een hoofdrol voor de herhaalde titel. Wie kon denken dat het ergerlijke gebod ‘even wachten’ zo aantrekkelijk zou klinken? Hester Carvalho

  • ●●●●

    Musicaeterna/T. Currentzis: Mozart, Don Giovanni

    Mozart, Don Giovanni Opera: Half luisteren? Lukt niet. Eigenzinnigheden en hoekig spel schudden je direct uit je hedonistische sluimer. Daarmee is veel gezegd over dirigent Teodor Currentzis, in wier met prijzen overladen uitvoeringen van de Da Ponte-opera’s van Mozart véél anders klinkt dan anders, dankzij zijn extreme opvattingen en eisen.

    Ter illustratie: alle opnamesessies van Don Giovanni die NRC bijwoonde in Perm, onder andere met sopraan Simone Kermes, verdwenen in de prullenbak. Maar nu is er een Don Giovanni naar Currentzis’ zin. De minder bekende solisten zijn niet allen even overtuigend; de Don is wat te lief. Maar het orkest is messcherp en fris. En overal is er die voelbare, hoog-dramatische urgentie, omdat Currentzis geen woord/noot voor lief neemt. Het werkt niet overal. Maar het is niet te missen, omdat je Mozart nooit meer hoort als tevoren. Mischa Spel

  • ●●●●●

    Meredith Monk: On behalf of nature

    On behalf of nature Experimenteel: Componist en stemkunstenares Meredith Monk (1942) spreekt op haar nieuwste cd namens de natuur. Dat zou pretentieus zijn, als Monk niet al een halve eeuw gezichtsbepalend was voor een experimentele richting in de Amerikaanse muziek.

    On behalf of nature is een hartstochtelijk pleidooi tegen ecologische roofbouw, in de vorm van Monks eigenzinnige vocale theater. Met vier instrumentalisten (percussie, houtblazer, toetsen, harp) en haar eigen zeskoppige Vocal Ensemble brengt ze een intrigerende cantate van zoem- en zanggeluiden, percussiepatronen en bezwerende basklarinetmelodieën. Bij vlagen klinkt deze natuurmuziek zweverig en sjamanistisch, en sommige nummers lijken rechtstreeks van de bandrecorder van een etnomusicoloog te komen, maar Monk verklankt een ruwe schoonheid. Joep Stapel