Een web van popsongs die naar elkaar verwijzen

Top 2000

Achter ieder liedje in de Top 2000 liggen tien andere liedjes. Waar komt de muziek vandaan en waar gaat ze naartoe? We pluizen de top-5 uit.

Illustratie Roland Blokhuizen

Een onderonsje van witte mannen van middelbare leeftijd – zo luidt de belangrijkste kritiek op de Top 2000. En die kritiek is volkomen terecht, kijk alleen maar eens naar de top 10: nul zwarte artiesten, één vrouw, en zeven liedjes uit de jaren zeventig. Little Richard staat er niet in (de Little River Band wel), John Lee Hooker staat er niet in (Dr. Hook wel), Bessie Smith staat er niet in (Aerosmith wel).

Zo, nu we dat hebben gehad, kunnen we verder luisteren. Want de muziek kan er natuurlijk niets aan doen, en zelfs de meest platgetreden paden in de popmuziek hebben zijweggetjes die leiden naar andere muziek: grote voorgangers, obscure inspiratiebronnen en enthousiaste volgers. Het idee dat popmuziek bestaat uit dit soort vertakkingen, hebben Pieter Steinz (1963-2016) en ik de afgelopen jaren uitgewerkt in Luisteren &Cetera. Want no man is an island, en een popmuzikant al helemaal niet.

En met die blik wordt de Top 2000 al een stuk interessanter. Neem nu nummer 7: David Bowie, die met ‘Heroes’ de Engelse progrock combineerde met de Duitse krautrock van Neu!, en dan gespeeld met een muur aan gitaren die doet denken aan Phil Spectors Wall of Sound.

Of luister naar de nummer 6: Boudewijn de Groots ‘Avond’, en daarna naar Celine Dion („I believe, I believe, I believe in you”). Kenden zij misschien The Four Tops, die al in 1982 zongen: „I Believe in You and Me”? Dankzij zijn tekstschrijver Lennart Nijgh was de muziek van De Groot stevig geworteld in de liedjestraditie. Charles Aznavours ‘Une enfant (de seize ans)’ werd ‘Een meisje van 16’ en Buffy Sainte-Marie’s ‘Universal Soldier’ werd ‘De eeuwige soldaat’. Zo krijgt het web van de popmuziek al snel wat meer kleur op de wangen.

Lees verder in Luisteren &Cetera: Het web van de popmuziek van Pieter Steinz en Bertram Mourits.

1. Queen – Bohemian Rhapsody

Je had de ‘symfonische’ rock van Yes, Genesis aan de ene kant – en de botte hardrock van Black Sabbath aan de andere kant. Queen deed het onmogelijke: gooi er een operasausje overheen en verander om de paar minuten van tempo en sfeer. Een van de onwaarschijnlijkste én grootste hits aller tijden.

Beïnvloed door
Little Richard – Tutti Frutti (niet in de Top 2000). Grootste hit van op vele fronten baanbrekende rock-’n-roller, niet in de laatste plaats vanwege zijn exuberante uitstraling
The Beatles – A Day in the Life (241). Met het idee dat een liedje iets was dat drie minuten duurde en een kop en een staart had, werd op Sgt. Pepper’s Loneley Hearts Club Band korte metten gemaakt.
David Bowie – Changes (540). Androgyne glitterrock met liedjes over mensen op zoek naar hun identiteit. Die was onvindbaar natuurlijk: ch-ch-changes.

Andere liedjes in de Top 2000
Killer Queen (319). Theatrale hardrock, vlijmscherp uitgevoerd. Een hoofdrol voor Brian May.
I Want to Break Free (224). De ironie uit het videofilmpje moet misschien verhullen dat Freddy Mercury het méénde.
We Are The Champions (543). Het nogal onsympathieke volkslied van de sport, net zo groots maar minder geraffineerd dan de Boheemse Rapsodie.

Verder luisteren
George Michael – Somebody to Love (1054). De overtuigendste gastvocalist toen Queen zonder Mercury verder moest was al net zo exuberant in leven en werk.
Kate Bush – Wuthering Heights (118). Kate Bush kon ook veel kwijt in één liedje. Een roman van 400 pagina’s bijvoorbeeld. Het liedje schreef ze op haar zeventiende.
Mika – Grace Kelly (niet in de Top 2000). Hij noemde zijn plaat Life in Cartoon Motion,dus al te serieus hoeven we deze aanstekelijke Queen-pastiche niet te nemen.

2. Eagles – Hotel California

“U kunt uitchecken wanneer u wilt/ Maar u komt hier nooit meer weg.” Sommigen denken dat dit gaat over een spookhotel à la The Shining. Anderen denken dat het over heroïne gaat, of over een sekte, of over “de onderbuik van de American Dream”. Maar The Eagles zelf zagen het zonniger: popmusici die naar Californië trokken, vonden het er zo paradijslijk, dat ze nooit meer wegwilden. Daarom noemden ze hun eldorado ‘Hotel Calfornia’.

Beïnvloed door
Linda Ronstadt – Rock me on the water (niet in de top 2000). Ronstadt had zoveel talent om zich heen verzameld, dat ze zelf een bandje begonnen. Dat werd de Eagles.
The Byrds – Turn! Turn! Turn! (1940). Een van de eerste bands die echt groot succes hadden met country-invloeden in de popmuziek.
Poco – A Good Feelin’ to Know (niet in de Top 2000). Sommige leden uit deze band zouden in de Eagles terecht komen, en dat is niet verbazend, als je dit hoort.

Andere liedjes in de Top 2000
Desperado (103). Door velen gecoverd, dit indrukwekkende titelnummer van een album over het Wilde Westen.
Take it Easy (355). Een countrygeluid op deze autoklassieker uit de pen van Jackson Browne.
Witchy Woman (1828). Was het de frustratie met een ex-vriendin, of had Don Henley net de biografie van Zelda Fitzgerald gelezen?

Verder luisteren
Ilse DeLange – World of Hurt (1576). Ilse DeLange zit met haar geluid tussen Nashville en het zonnige California van de Eagles.
Fleetwood Mac – Dreams (341). Begonnen als Britse bluesband, maar ze verschoven (zowel fysiek als wat hun geluid betreft) steeds verder naar het Amerikaanse westen.
Bonnie Raitt – I Can’t Make You Love Me (1352). Prachtige, melancholieke westcoast-muziek.

3. Led Zeppelin – Stairway to Heaven

Zo’n liedje dat je onmogelijk als nieuw kunt beluisteren, maar toen het verscheen was het iets heel bijzonders. ‘Stairway to Heaven’ begint fragiel, een folksong in de traditie van Richard Thompson en Sandy Denny, die met Plant duetteerde op het magische ‘The Battle of Evermore’. Alsof Enya met Metallica zou meezingen.

Beïnvloed door
Jimi Hendrix – Hey Joe (428). Hendrix maakt zich de oude bluesklassieker helemaal eigen.
Fairport Convention – Who Knows Where the Time Goes (niet in de Top 2000). Al snel bleek dat de hardrockers van Led Zeppelin een brede smaak hadden. Dit ontroerende liedje inspireerde tot ‘Stairway’.
Bob Marley – Get Up Stand Up (1669). Later zou Led Zeppelin zelfs nog een reggaepastiche opnemen (‘D’yer Mak’er’ – een titel die pas begrijpelijk is als je hem hardop voorleest).

Andere liedjes in de Top 2000
Since I’ve Been Loving You (921). Een simpel bluesliedje, opgerekt tot 7 minuten. En het wordt steeds spannender.
The Immigrant Song (803). Van hun derde album begonnen ze met verbreden. Voorloper van Stairway – vol Ierse folk.
Kashmir (258). Wereldmuziek avant-la-lettre met invloeden uit India, Marokko en Egypte. Gecovered door Ofra Haza, gesampled door Sean Combs (Puff Daddy): een miniweb op zichzelf.

Verder luisteren
Whitesnake – Hear I Go Again (645). De pose met de lange blonde lokken en dan flink hoog uithalen: het is niet dit deel van zijn erfenis waarop Robert Plant het meest trots is.
Living Colour – Love Rears its Ugly Head (1383). Creatief met hardrock, mede dankzij de virtuoze gitarist Vernon Reid klinkt Living Colour uniek.
White Stripes – Seven Nation Army (137). Uitgebeende bluesrock, sterke riffs, Jack en Meg White klonken samen zoals Led Zeppelin in 1969 met z’n vieren.

4. Billy Joel – Piano Man

Een liedje over de herinneringen en dromen die met muziek zijn verbonden, en dus ook een vlucht uit de werkelijkheid. Dit onuitgesproken motto van de Top 2000 – muziek brengt je terug naar een al dan niet reëel verleden – was de eerste grote hit van de man die vertrouwd was met zowel de popmuziek als easy listening: de barpianist uit het liedje was hij zelf.

Beïnvloed door
Joni Mitchell – Both Sides Now (1412). Gevoelige muziek vanaf de pianokruk: de invloed van Mitchell op singer-songwriters is enorm groot.
James Taylor – You’ve Got a Friend (1010). Softrockklassieker van een van de zoetste stemmen uit de jaren zeventig.
Frank Sinatra – Fly Me To The Moon (1404). Misschien is Joel wel iets te laat geboren, en had hij zich in de tijd van de swing meer op zijn gemak gevoeld.

Andere liedjes in de Top 2000
New York State of Mind (840). Een liedje dat klinkt alsof het klassiek wil zijn. Dat lukt, onder andere dankzij covers van Barbra Streisand, Shirley Bassey en Tony Bennett.
Goodnight Saigon (77). Fatalistisch anti-Vietnam liedje, verscheen toen die oorlog al jaren voorbij was – maar het is tijdloos, net als oorlog.
Just the Way You Are (1964). Een New Yorker aan de Westkust – het resultaat klinkt inderdaad als de typische softrock die in die tijd uit California kwam.

Verder luisteren
Alicia Keys – Empire State of Mind (221). Het liedje van deze piano woman is een vette knipoog naar Joels bijna gelijknamige hit.
Acda en De Munnik – Het regent zonnestralen (63). Hollandse softrock met een theatraal kantje en integere teksten.
A.J. Croce – That’s Me in the Bar (1995). De zoon van Jim Croce zit ook achter de piano, en ook in een bar, droevige muziek te spelen.

5. Deep Purple – Child in Time

Met het feit dat de bandnaam is ontleend aan een jazzklassieker die de oma van gitarist Ritchie Blackmore graag op de piano speelde, hebben we de schattigste details wel gehad. Deep Purple was een van die bands die de bluesmuziek van ‘British Invasion’-bands harder, grootser en psychdelischer maakte.

Beïnvloed door
Sister Rosetta Tharpe – Didn’t It Rain (niet in de Top 2000). Een van de vroegste bespelers van de elektrische gitaar ooit, en een grote invloed op rock-’n-roll, en dus ook hardrock.
Procol Harum – A Whiter Shade of Pale (119). Het orgel als lead-instrument: heel hard rockte deze band niet, maar dát hadden ze toch mooi voor elkaar.
Cream – Sunshine of Your Love. (1580). Ongelooflijk wat een intense herrie een driemansband kan maken.

Andere liedjes in de Top 2000
Smoke on the Water (130). Met die geweldige beginriff die iedere gitarist na een tijdje rommelen zelf ontdekt, deze meditatie over een Zwitsers hotel dat in brand staat.
Black Night (1938). Powerrock zoals Cream of Yardbirds die ook maakte.
Woman from Tokyo (1687). Schaamteloze machorock en een tekst vol clichés die écht niet kunnen: ‘Talk about her like a queen, dancing in an Eastern dream.’ Onweerstaanbaar.

Verder luisteren
Golden Earring – Back Home (1235). Ook zo’n heerlijke openingsriff: de Haagse rockers hadden live-ervaring opgedaan in de VS, als voorprogramma van The Who.
Alice in Chains – Rooster (1492). Grootse, logge, midtempo hardrock. Helemaal in stijl.
Porcupine Tree – Fear of a Blank Planet (niet in Top 2000). Hard, duister, pessimistisch – en ook breed uitgesponnen.