Een nieuw bestand, maar vrede is het in Syrië nog lang niet

De Syrische regering en Syrische oppositiegroepen zijn een wapenstilstand overeengekomen, die donderdagnacht ingaat. Rusland en Turkije staan garant voor het bestand. Vijf vragen over hoe het er nu voor staat in Syrië.

Syrische regeringstroepen kijken naar een mobiele raketlanceerinstallatie die achtergelaten is door rebellen in Aleppo, vlak voor Kerst. Foto AFP

1. Wat betekent de Turks-Russische deal over een staakt-het-vuren?

Er zijn nog veel onbekende factoren. Het Syrische leger heeft gezegd dat het donderdag om middernacht de vijandelijkheden zal staken. Turkije en Rusland stellen zich garant voor het naleven van het bestand.

Maar het is niet bekend welke van de rebellengroepen precies akkoord zijn gegaan met het bestand. Zoals bij eerdere bestanden zijn Islamitische Staat, Al-Qaeda en ‘geaffilieerde groepen’ uitgesloten. Tegen hen wordt verder gevochten.

Maar Moskou en Damascus hebben een heel brede definitie van welke rebellen het als terroristen beschouwt. In Aleppo werden alle rebellen als terroristen bestempeld. Die zijn nu geëvacueerd naar Idlib, waar Al-Qaeda nog sterker staat.

2. Wat is de kans dat dit bestand in een echt vredesakkoord uitmondt?

Het nieuws van het staakt-het-vuren volgt op een Turks-Russisch-Iraans voorstel eerder deze week om Syrië op te delen in drie invloedssferen. Syrië zou dan een federale staat worden met drie autonome regio’s. President Assad zou aan het hoofd blijven van de federatie, maar op termijn zou hem en zijn familie een eervol vertrek worden aangeboden.

Meer details zijn niet bekendgemaakt. Maar vermoedelijk gaat het om het gebied dat momenteel onder regeringscontrole staat, een sunnitische regio in gebied dat nu door de rebellen wordt gecontroleerd en een Koerdische regio.

Opvallend is dat de Verenigde Staten geheel buiten de onderhandelingen zijn gehouden. Om kans van slagen te hebben, zullen ook de buitenlandse mogendheden die de rebellen steunen moeten worden betrokken. Dat zijn – behalve Amerika – Saoedi-Arabië en Qatar.

Een nieuwe ontwikkeling is de toenadering tussen Turkije en Rusland. Turkije was altijd anti-Assad en de twee landen stonden op voet van oorlog nadat Turkije op 24 november 2015 een Russisch gevechtsvliegtuig neerschoot op zijn grens met Syrië. Maar voor Ankara is het van nog groter belang om het Koerdisch onafhankelijkheidsstreven een halt toe te roepen. Turkije gaf eerder deze maand de rebellen in Aleppo op, vermoedelijk in ruil voor meer manoeuvreerruimte in Noord-Syrië. Turkije vecht daar met eigen soldaten en met bevriende sunnitische rebellengroepen tegen IS.

Maar het is ook een strijd tegen de Koerdische YPG, die daar met Amerikaanse hulp tegen IS vecht. Turkije wil voorkomen dat gebied dat IS moet prijsgeven, Koerdisch wordt. Het wil een bufferzone in Noord-Syrië om vluchtelingen te huisvesten, en om IS en de Koerden van de Turkse grens weg te houden. In die zin kan de derde autonome regio ook een Turkse regio worden, of de frontlijn van een nieuwe oorlog.

3. Had Assad de oorlog eigenlijk niet al gewonnen na de val van Aleppo?

Op korte termijn wel. De rebellen controleren nog slechts zo’n 15 procent van het Syrische grondgebied. Het ‘nuttige’ Syrië – de grootste steden – is nu grotendeels in regeringshanden, behalve de olievelden in het noordoosten die in IS-gebied liggen.

De rebellen zijn militair niet meer in de mogelijkheid om het regime ten val te brengen. Maar dat wil niet zeggen dat de oorlog ophoudt, wel dat de rebellen van strategie moeten veranderen willen ze overleven.

„De gewapende oppositie is geen partij voor de superieure vuurkracht van de regering en haar bondgenoten”, zei de Amerikaanse oud-ambassadeur in Syrië Robert Ford eerder deze maand. „Ze zullen nieuwe tactieken moeten ontwikkelen, meer in de stijl van een guerrilla-opstand.”

Volgens Syrië-expert Charles Lister is dat proces al langer aan de gang.

„In februari had ik een ontmoeting met de voornaamste militaire leiders uit Aleppo en omstreken. Ze zeiden mij toen al dat ze nieuwe rekruten trainen in guerrilla-technieken: bermbommen, hit-and-run-aanslagen, gerichte moordaanslagen.”

Hoewel president Assad regelmatig heeft gezegd dat hij heel Syrië wil heroveren, weet iedereen dat zijn eigen leger niet in staat is om dat te doen. De recente militaire successen waren alleen mogelijk dankzij de massale steun van Rusland, Iran en shi’itische milities uit Libanon, Irak en Afghanistan. Terrein veroveren is één ding, het behouden is een ander. Dat bleek nog toen IS zonder slag of stoot Palmyra wist te heroveren terwijl Assads leger en bondgenoten druk waren in Aleppo.

4. Als de oppositie zo extremistisch is geworden, kan men dan niet beter ophouden die oppositie te steunen?

Het valt niet te ontkennen dat het Vrije Syrische Leger steeds meer terrein heeft verloren aan de extremistische groeperingen. Er is ook sprake van een normalisering van dat extremisme. Jabhat al-Nusra, het filiaal van Al-Qaeda in Syrië, heet nu Jabhat Fatah al-Sham en heeft officieel de banden met Al-Qaeda verbroken om aanvaardbaarder te worden. Ahrar al-Sham, minder extreem maar wel fundamentalistisch, zat aan tafel tijdens de laatste vredesgesprekken in Genève.

Het is belangrijk om te begrijpen hoe dat zo is gekomen. De voornaamste schuldigen zijn Assad zelf en de VS. Journalist Roy Gutman van de Amerikaanse nieuwssite The Daily Beast publiceerde onlangs een driedelige serie die aantoont hoe Assad de jihadisten voor zijn eigen kar heeft gespannen.

De Syrische inlichtingendiensten waren voor de oorlog goed ingevoerd in jihadistische kringen: zij moedigden hen aan naar Irak te gaan en daar de Amerikaanse bezetter te jennen. Bij hun terugkeer werden ze gevangen gezet.

Toen in Syrië de opstand uitbrak, liet Assad echter meer dan duizend Al-Qaeda-strijders vrij uit de Sednaya-gevangenis. Dat paste in zijn verhaal dat hij vocht tegen terroristen, niet tegen een volksopstand.

Maar ook de VS dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Washington heeft miljarden dollars militaire hulp gegeven aan de Syrische rebellen. Maar die hulp was bijzonder inefficiënt. Een poging om een geheel nieuw rebellenleger uit de grond te stampen kostte 500 miljoen dollar, maar de meeste soldaten vielen met hun wapens in handen van Al-Qaeda.

Gaandeweg werd duidelijk dat de VS wel een overwinning door Assad wilden voorkomen, maar ook niet echt wilden dat de rebellen zouden winnen. Dat heeft de rebellen in de armen van Saoedi-Arabië en Qatar gedreven, die bij voorkeur geld gaven aan groepen die de islam hoog in het vaandel voeren.

Dat de strijd tegen IS nu prioriteit is voor Washington, terwijl de rebellen in de eerste plaats tegen Assad willen vechten, compliceert de zaak nog verder.

Volgens expert Joshua Landis heeft Washington zo alleen de oorlog nodeloos verlengd.

„De VS zijn er niet in geslaagd Assad te verslaan, het enige wat ze hebben bereikt is het destabiliseren van de regio.”

5. Zijn de Syriërs nu blij met de overwinning van het regeringsleger zoals de beelden van feestende mensen in Aleppo suggereerden?

Sommigen doen de beelden van feestvreugde over de val van Oost-Aleppo af als propaganda, anderen zeggen dat mensen in regeringsgebied geen andere keuze hebben dan het regime te bejubelen. Dat is wat kort door de bocht. Voor de mensen in West-Aleppo betekent de regeringsoverwinning dat de beschietingen vanuit Oost-Aleppo ophouden. Na vijf jaar oorlog is het ook niet gek dat mensen zich achter de winnende partij scharen. Bovendien heeft president Assad de steun van een groot deel van de bevolking. Dat de gewapende oppositie steeds extremistischer is geworden, speelt dat in de hand.

Tegelijk zijn 4,6 miljoen Syriërs hun land ontvlucht en de meeste deden dat juist omwille van het optreden van Assad. Als het Turks-Russisch plan een kans van slagen wil hebben, moeten ook die mensen het gevoel hebben dat zij veilig kunnen terugkeren naar hun land.

Correctie: in een eerdere versie stond dat Turkije op 24 december (in plaats van november) een Russisch vliegtuig neerhaalde.