Door de wijk fietsen tegen vuurwerkoverlast, dat werkt ook

vuurwerk

Vuurwerkvrije zones, beperkte verkoop- en afsteektijden. Utrecht voert de strijd tegen overlast nu ook met ‘knalsensoren’.

Handhavers Frans en Marcel zoeken in de Utrechtse wijk Hoograven naar overlastgevers die voortijdig vuurwerk afsteken. Foto’s Gino Kleisen

„Hoorde je dat?” Buitengewoon opsporingsambtenaar Frans (45) ving zojuist een luide knal op in het Utrechtse Hoograven. Collega Marcel (34, beide handhavers willen om privacyredenen niet met hun achternaam in de krant) tuurt op zijn iPhone. Op het schermpje verschijnt normaal gesproken bij een knal als deze een rood bolletje. Deze keer gebeurt er niets. Marcel: „Ik zie helemaal niks.” En dus fietst het tweetal dieper de wijk in.

Dit is een vuurwerkteam van de gemeente Utrecht. Die plaatste eerder deze maand detectiesystemen in de top-3 van ‘vuurwerkoverlastwijken’: Overvecht, Lunetten en Hoograven. Deze sensoren registreren knallen van boven de 100 decibel, die direct, met exacte locatie, aan de handhaver worden gemeld. Frans: „We kunnen zelfs zien of iemand in zijn voortuin vuurwerk afsteekt.”

Daarvan is op deze mistige woensdagmiddag nauwelijks sprake. Geen rotjes. Geen vuurwerkpijlen. Geen grondbloemen. Bij vuurwerk-hotspots als tunnels of nisjes hangen geen jongeren rond. Zelfs jonge kinderen met trektouwtjes of sterretjes (legaal) worden niet gesignaleerd. En dus fietsen Frans en Marcel vooral rondjes. Buiten hun wijk wordt wel geknald, ziet Marcel op de app. „Weer eentje aan de overkant.”

Als je zo’n ding op het dak van een auto plakt, krijg je een cabriolet.

Vinden ze die rust erg? Saai misschien? Frans resoluut: „Nee hoor, dit werkt preventief. Zag je die jochies net? Ze renden meteen weg toen wij aan kwamen fietsen.”

Want dat hoort ook bij de handhaving, zegt Frans, aanwezig zijn om rottigheid te voorkomen. Rondfietsen, praatje maken, vragen wat de jeugd doet, ouders aanspreken.

Minder verkoop- en afsteektijd

Helemaal nieuw zijn de ‘knalsensoren’ niet. Utrecht en andere steden experimenteerden er vorig jaar al mee. Dit jaar worden ze ook in Leeuwarden, Rotterdam, Amersfoort, Maassluis en Veenendaal gebruikt.

Het is maar een van de methoden van gemeenten om overlast door vuurwerk terug te dringen. Al veel eerder werd het aantal verkoopdagen van vuurwerk teruggeschroefd, en de tijden waartussen het mocht worden afgestoken. Mocht in het verleden drie dagen voor oudejaarsnacht al geknald worden, nu is dat pas vanaf zes uur ’s avonds op de laatste dag van het jaar. Steek je eerder vuurwerk af, dan krijg je 80 tot 100 euro boete.

Sinds de jaarwisseling van 2013 op 2014 zijn er ook vuurwerkvrijezones gekomen. In die gebieden, meestal dicht bij een bejaardenhuis of een kinderboerderij, mag geen vuurwerk worden afgestoken. Dit jaar hebben zo’n zestig gemeentes vuurwerkvrije gebieden.

Of het allemaal helpt? Volgens cijfers van Stichting Halt is het aantal jongeren dat door afsteken van vuurwerk in de problemen is gekomen de laatste jaren flink gedaald. Van 1.641 in 2013 via 1.251 in 2014 naar 965 vorig jaar.

Laat je zo’n ding in je hand ontploffen, dan lig je honderd meter verderop in duizend kleine stukjes.

Komt dat door de regelgeving? Eveline Huisman, woordvoerder van Halt: „Misschien wel. Het kan komen door de latere afsteektijden of door de vele voorlichting die we geven. We gaan jaarlijks naar honderden scholen in het hele land.” Maar, voegt ze eraan toe, het zou ook kunnen dat in sommige gemeenten handhavers de jongeren liever een boete geven dan een Halt-straf.

Ad van Nieuwdorp, vuurwerkspecialist bij de politie, is positief over de strengere vuurwerkregels. Hij denkt dat kinderen door die regelgeving en voorlichting op scholen later de straat op gaan om vuurwerk af te steken. Daarnaast heeft hij de indruk dat ouders hun kinderen beter in de gaten houden.

Cabriolet

Nieuwdorp ziet wel een groeiend ander probleem: extreem zwaar en gevaarlijk vuurwerk. In vuurwerktermen: „Spul met 100 milligram flitspoeder.” Dan moet je denken aan een „aanvalsgranaat”, zegt Nieuwdorp, en dat wordt gewoon verstuurd over de post. „Als je zo’n ding op het dak van een auto plakt, krijg je een cabriolet. Laat je zo’n ding in je hand ontploffen, dan lig je honderd meter verderop in duizend kleine stukjes.”

Ook handhaver Frans hoort jongens uit Hoograven soms stoere praatjes ophangen over Cobra’s en ander zwaar vuurwerk. Maar die onder zijn neus afsteken, dat doen ze niet.

Hoeveel bekeuringen de mannen de afgelopen dagen hebben uitgedeeld? Nul. Voor zover zij weten schreef pas één collega een boete uit. Wel ligt het aantal meldingen van vuurwerkoverlast dit jaar een paar honderd onder het vorige.

Missie geslaagd? Frans: „Ja, de overlast is afgenomen en dat was ons doel. En de buurt vindt het geweldig dat we hier zijn.”