Opinie

    • Mieke van der Linden

De huid van de slang

Meestal zijn het de medicijnmannen uit het Caraïbisch gebied of Afrikaanse landen als Nigeria en Eritrea die voor slangenhuid naar dierenwinkel de Rimboe komen. Esdra houdt de huidjes ook achter voor kinderen uit de buurt om aan de juf op school te laten zien, of voor een spannende spreekbeurt over het leven van reptielen. De slangen in de terraria van de Rimboe, rattenslangen en koningspythons, ontdoen zich één keer in de twee maanden van hun huid.

„Je ziet het van tevoren aankomen”, zegt Esdra, „hun ogen worden dan dof en wittig als melk, het lijkt wel of ze blind worden. Slangen groeien hun hele leven lang door, maar hun huid groeit niet mee. Zodra er een nieuwe huid is aangemaakt gaat die bovenste laag dus vervellen. En dat begint altijd bij de kop.”

Op een gegeven moment gaan de slangen gekruld in een bak met drinkwater liggen alsof ze hun huid willen weken. Na een tijdje kruipen ze weer naar het droge en schuren met hun lijf langs een tak of een steen. De huid komt er dan meestal in één keer af. „Alsof ze zo een jas uittrekken, prachtig om te zien.”

De vervelde slangenhuid is hard, wit-beige van kleur en meet soms wel 50 centimeter in lengte. Het schubbenpatroon is nog goed zichtbaar, en soms kun je zelfs de afdruk van de ogen nog zien. Esdra verzamelt de huidjes in doorzichtige plastic zakjes die hij een beetje opblaast en afsluit. Daarop schrijft hij met een viltstift: „Slangenhuid 2 euro.” Om de zoveel tijd zijn de gebolde zakjes op de toonbank te vinden, naast de hondenbonbons en het kattenkruid. Ze worden door de buurtkinderen met een mengeling van angst en bewondering bekeken.

„Ooit kwamen klanten uit alle windstreken er speciaal om vragen, en nu ik dat weet bewaar ik die vellen natuurlijk voor ze. Het is een heel specifiek product dat mij niet veel oplevert, maar wel interessant is.” Hij vermoedt dat de medicijnmannen er mengsels van brouwen die gebruikt worden als medicijnen en voor voodoo-rituelen. „Ik vraag er eerlijk gezegd nooit naar wat ze precies met die vellen gaan doen, anders komen ze misschien nooit meer naar de Rimboe terug. In seksshops vraag je toch ook niet wat iemand met een speeltje van plan is als hij dat bij je koopt?”

Journaliste Mieke van der Linden schrijft over stadsfauna.
    • Mieke van der Linden