De fanatieke afsteker woont op het platteland

Jaarwisseling

Vuurwerk wordt de laatste jaren minder gewaardeerd. Maar voor bijna half Nederland is het nog steeds een vreugdevolle traditie.

Een medewerker in een opslagbunker van de Vuurwerkhal. Het bedrijf heeft de opslag vol liggen met vuurwerk voor de jaarwisseling. Robin van Lonkhuijsen / ANP

De meest onrustige jaarwisseling was die van 2007 op 2008. Die nacht verwelkomde de eerst hulp een recordaantal van 1.100 mensen met letsel en ontving de politie 2.613 aangiftes en 22.433 meldingen. Sindsdien werd de regelgeving strenger en liet Binnenlandse Zaken driemaal onderzoek uitvoeren naar het draagvlak onder de bevolking voor het afsteken van consumentenvuurwerk. Die steun blijkt stilaan te dalen, concluderen de onderzoekers in de jongste peiling, uitgevoerd onder 1.122 burgers. In 2008 was 52 procent van de burgers vóór afsteken, dit jaar is dat nog 47 procent. Een meerderheid is dus vóór een algeheel verbod op consumentenvuurwerk. Míts, aldus velen, de gemeente zelf een vuurwerkshow organiseert.

Ongeveer de helft van de bevolking vindt vuurwerk afsteken een ‘vreugdevolle traditie’ die gepaard gaat met ‘gezelligheid’. Maar onder oudere mensen zijn er minder voorstanders van vuurwerk dan onder jongere, en ook tussen regio’s zijn de verschillen groot, concluderen de onderzoekers. Draagvlak voor vuurwerk is laag in de Randstad en hoog in het oosten van het land. En onder links-progressieven is het draagvlak minder dan onder liberalen.

Aangezwengeld door massamedia

De groep die ‘altijd’ of ‘meestal’ vuurwerk afsteekt, zo’n 20 procent, is sinds 2008 stabiel gebleven. De meest fanatieke afstekers vind je in de plattelandsregio’s en onder mannen. Wel is de groep die nooit vuurwerk afsteekt licht in omvang toegenomen, van 64 naar 69 procent. Een meerderheid vindt het prima dat de afsteektijden sinds 2014 flink zijn bekort, van 16 naar 8 uur. De strengere regels hebben volgens de onderzoekers mogelijk een positief effect gehad op de ‘veiligheidsbeleving’. Het aandeel mensen dat vuurwerk op straat als bedreigend ervaart, is gedaald van 55 procent in 2012 naar 43 procent nu.

De onderzoekers bekeken ook hoe vaak op sociale media over vuurwerk wordt gediscussieerd. Meestal gebeurt dat na een ‘rel’, waarbij vaker gesproken werd over potentiële gevaren dan over echte gebeurtenissen. Negatieve sentimenten voeren er de boventoon, maar ook voorstanders van vuurwerk laten zich horen. De maatschappelijke discussie bleek vaak te worden aangezwengeld door massamedia.