Bellocchio’s ontmaskering van kerk en staat

retrospectief

Het engagement van regisseur Marco Bellocchio is nog steeds ongebroken, blijkt uit een retrospectief.

Fai bei sogni, droom zacht, zegt de moeder van de kleine Massimo elke avond voor het slapengaan tegen haar zoontje in de gelijknamige, meest recente film van de Italiaanse regisseur Marco Bellocchio (1939). Het jochie koestert zich met verliefde ogen in haar zorgen. Dit is geen gewone moederliefde, maar die van een Italiaanse mamma voor haar zoon. Adjunct-hoofdredacteur Massimo Grammelini van La Stampa baarde opzien toen hij de memoires schreef waarop Fai bei sogni is gebaseerd. Het in flashbacks vertelde melodrama is niet alleen semi-biografisch, maar zoals altijd bij Bellocchio, ook een sociale schets. Grammelini’s moeder is de moeder van alle Italianen.

Ook Bellocchio zelf groeide op in de ban van zijn moeder. Hoe autobiografisch zijn onlangs gerestaureerde debuut I pugni in tasca (Vuisten in de zak, 1965) dan ook is, laat zich raden. Het verhaal over de geagiteerde Alessandro die zich van zijn familie en in het bijzonder zijn katholieke moeder probeert los te worstelen veroorzaakte een schandaal bij zijn première op het Filmfestival Locarno. De film is de kroon op een miniretrospectief dat naast Fai bei sogni ook uit het nog niet in Nederland uitgebrachte Sangue del mio sangue (2015) bestaat. I pugni in tasca plaatste Bellocchio op gelijke hoogte met grote Italiaanse filmauteurs als Antonioni en Pasolini. De film wordt nu vaak als profetisch gezien voor de studentenopstanden van 1968. Vandaag de dag laat hij zich bekijken als een ijzersterk Dostojevski-achtig verhaal over de ondergang van moraal en burgerij.

Bellocchio’s werk is vaak een mix tussen de gestileerde existentialistische ‘ennui’ van Antonioni en de energieke politiek geïnspireerde films van Pasolini, al is het minder opzienbarend. Zijn auteurschap ligt in de manier waarop hij persoonlijke verhalen altijd een politieke insteek geeft, en in al zijn films de hypocrisie van de macht van kerk, staat en gezin ontmaskert. Behalve kroniekschrijver is hij ook psycholoog: er zit met name in zijn latere werk een freudiaanse inspiratie in het onderzoek naar de trias van seksualiteit, neurose en macht.

Heel duidelijk is dat in Sangue del mio sangue (Bloed van mijn bloed, met een hoofdrol voor zijn zoon Pier Giorgio, die in meer van zijn films te zien is), waarvoor hij terugkeerde naar het Noord-Italiaanse landschap van zijn jeugd. Het is een spookachtig tweeluik dat een zeventiende-eeuws heksenproces in het klooster van Bobbio koppelt aan een hedendaagse parabel over vampirisme en kapitalisme. Een communist noemt Bellocchio zich al lang niet meer, maar zijn engagement is ongebroken.

Momenteel werkt de onvermoeibare Bellocchio aan een film over Tommaso Buscetta, de eerste Siciliaanse maffialeider die de zwijgplicht doorbrak en daarmee hielp honderden maffiosi achter de tralies te krijgen. Het moet net als zijn films Buongiorno, notte (2003, over de moord op premier Aldo Moro) en Vincere (2009, over de eerste vrouw van Musolini) zoals hij dat noemt een ‘humaan portret’ worden en betekent een terugkeer naar het meer politieke werk dat Bellocchio groot maakte.

Een miniretrospectief met de twee laatste onuitgebrachte films van Marco Bellocchio en de gerestaureerde versie van zijn debuut I pugni in tasca is vanaf deze week te zien in de filmtheaters.
    • Dana Linssen