Een medewerker van Eneco klimt in een windmolen van windpark Luchterduinen.

Foto Remko de Waal/ANP

‘Beleggers staan in de rij om te investeren in windparken’

Jeroen de Haas, topman Eneco

Het gaat ondanks de gedwongen splitsing goed met energiebedrijf Eneco, zegt topman Jeroen de Haas.

‘Alle seinen staan op groei”, zegt Eneco-topman Jeroen de Haas met enige opluchting in zijn stem. „De productie van duurzame energie is de snelst groeiende industrie in de wereld. Het tij is definitief gekeerd, het perspectief is groots.”

We zitten in een strandtent in Scheveningen. Over het strand waait een gure winterwind, op zee versmelt het grijs van de zee met het grijs van de lucht.

Honderden zeemijlen achter de horizon ligt de Doggersbank, de droom van de offshore-windindustrie. Dit ondiepe deel van de Noordzee ligt op de grens van de Britse, Deense en Nederlandse wateren. Een ideale plek om een enorm windpark neer te zetten dat als schakel kan dienen tussen de elektriciteitsnetten van de drie landen. Een futuristische droom waar op regeringsniveau serieus over wordt gesproken.

Als Doggersbank inderdaad wordt verbouwd tot één groot windpark, wil Eneco erbij zijn, zegt De Haas vastberaden. „Dat gaat straks om vele duizenden megawatts (MW), daar willen wij ook een rol in spelen, samen met anderen.”

Een opmerkelijk geluid van de man die een jaar geleden nog luidkeels protesteerde tegen de splitsing die de minister zijn bedrijf – en Delta in Zeeland – had opgelegd. Eneco had tot 1 februari 2017 de tijd gekregen om het netwerkbedrijf Stedin af te splitsen.

De Haas betoogde toen dat de kredietwaardigheid van zijn bedrijf zou verslechteren. Duurzame investeringen stonden op het spel.

Maar dat laatste blijkt aan het eind van 2016 heel anders uit te pakken. Eneco heeft samen met Shell, Van Oord en de Japanse investeerder Mitsubishi net de aanbesteding gewonnen voor het tweede grote windpark op zee voor de kust van Walcheren, Borssele 3 en 4. Een paar kilometer zuidelijker in de Noordzee gaat Eneco binnenkort ook aan de slag met het Belgische windpark Norther.

Was al dat protest een verkeerde inschatting, of was het toneel?

„Het effect van de splitsing is inderdaad niet zo negatief als ik voorzien had. Maar het is wel negatief. Onze kredietbeoordeling is met een punt gedaald naar BBB+, dat heeft consequenties voor de financiering. Bovendien houden we een fors nadeel ten opzichte van energiebedrijven die nog wel netwerken hebben. Neem RWE, dat heeft net een onderdeel, Innogy, naar de beurs gebracht. Daar zitten ook de netten in. Daar halen ze nu geld mee op.”

Maar kennelijk houdt u ook voldoende over om op zee mee te doen?

„We hebben nagedacht hoe we een list konden verzinnen om met wind op zee, ondanks de negatieve gevolgen van de splitsing, toch een positie te kunnen houden. En dat doen we dus via deelnames. In België zitten we er voor 25 procent in, in Borssele 3 en 4 voor 20 procent.”

Zou dat zonder de splitsing meer zijn geweest? 50 procent?

„Ja, dat scheelt echt wel. Maar het gaat me een stap te ver om te zeggen hoeveel.”

In 2015 kwam het grootste deel van de winst van 208 miljoen euro uit jullie netwerkbedrijf Stedin.

„Ik verwacht dat de optelsom van de twee bedrijven volgend jaar eenzelfde resultaat zal laten zien.”

Een diplomatiek antwoord?

„Ja, ik kan daar nu geen reactie op geven. We zijn nog bezig met het jaarverslag, dat komt eind januari.”

We moeten wel maat houden, we kunnen niet het ene windpark na het andere neerzetten.

Maar het is duidelijk dat u ook zonder de garantie van het geld dat door Stedin wordt verdiend, kunt opereren. Heeft u niet een beetje te hard moord en brand geschreeuwd?

„Nee, de belangrijkste reden dat wij dat deden was dat de splitsing principieel fout is. Het verzwakt je balans hoe dan ook. Het gaat om de helft van onze balans met een heel voorspelbare, gereguleerde cashflow. Die heb je nodig om te kunnen investeren. Maar, zoals gezegd, het effect is minder sterk dan ik had verwacht.”

Nu zit u samen met Shell in het nieuwe Borssele-windpark, en u gaat allebei stroom verkopen.

„We doen dat fiftyfifty. Ik kan niet voor Shell spreken, maar wij leveren groene stroom aan Unilever, NS en andere grote bedrijven. Een kleine 10 procent gaat naar consumenten, de rest naar zakelijke klanten.”

Op basis van langeretermijncontracten?

„Ja.”

Dus u zit niet te gokken met een windpark op zee dat extra produceert als de marktprijs hoog is en uit wordt gezet als de prijs laag is?

„Nee. Het grootste deel van het rendement is op de investering zelf. Wat kost het om het park neer te zetten en hoeveel subsidie heb je nodig om die investering rendabel te krijgen?”

En wanneer is het voor u rendabel? U moet natuurlijk ook nog wat verdienen?

„In Borssele hebben we gezegd dat het voor ons rendabel is bij een kostprijs van 5,45 cent per KWh. Wij zitten daar niet tegen de kostprijs, maar het is ook geen windhandel. Wij blijven natuurlijk ondernemers.”

En kennelijk is het op dit moment geen probleem om aan geld te komen. De rente is laag en er zijn veel partijen die willen investeren.

„Niet alleen pensioenfondsen maar alles wat institutioneel belegt, vindt investeren in duurzame productie interessant.”

Nog maar kort geleden waren de pensioenfondsen niet zo happig.

„Buitenlandse pensioenfondsen hebben als eerste ingezien dat wind op zee een aantrekkelijke investering is. Een jaar of twee geleden kregen ook Nederlandse pensioenfondsen in de gaten dat het stabiele investeringen zijn, dat de techniek redelijk onder controle is, en dat de bestaande parken zonder problemen draaien.”

Is er meer geld dan de markt aan kan?

„Stabiele, duurzame assets zijn schaars.”

Dus ze staan in de rij?

„Er is meer dan voldoende belangstelling. Je kunt instappen als het park klaar is en draait, maar je kunt ook in de eerste fase instappen, bij de aanleg. Wij hebben niet te klagen over de belangstelling voor die eerste fase.”

Is dat een gevolg van het Nederlandse subsidiesysteem dat vijftien jaar lang een minimumprijs garandeert?

„Dat heeft zeker gevolgen.”

Heeft minister Henk Kamp de voorwaarden gecreëerd zodat pensioenfondsen nu de stap wagen?

„De minister heeft schaal gecreëerd. Dat is belangrijk. De industrie is zichzelf gaan organiseren, ze zijn grotere turbines gaan bouwen. Een maritiem bedrijf als Van Oord investeert in grotere schepen. Dat maakt dat de industrie volwassen wordt en dat vinden pensioenfondsen weer prettig.”

Gaat het hard genoeg?

„Ik zou willen dat we meer industrie ontwikkelen. Bijvoorbeeld met de fabricage van grote turbines hier in Nederland. Die hoeven niet per se uit het buitenland te komen. Wij hebben bedrijven als Lagerwey en die moeten op de kaart komen. Als Denemarken dat kan met Vestas, dan kunnen wij dat ook.”

Maar dat gaat Eneco niet zelf doen?

„Nee, wij houden ons bij onze leest en die bestaat uit drie zaken: meer duurzame productie; meer klanten, ook internationaal; en meer innovatie.”

Afgelopen jaar had Eneco een omzet van ruim 4 miljard euro. Wat is het doel?

„De ambitie is om het omzetverlies door het vertrek van Stedin binnen niet al te lange tijd weer goed te maken.”

En dat verlies is?

„1,2 miljard. Hoelang dat gaat duren kun je niet helemaal voorspellen. Het zal ook niet alleen uit autonome groei komen.”

Overnames dus?

„Ja, dat gaan we proberen. Maar het moet wel lukken.”

Dat betekent meer geld lenen. Hoe ver kunt u gaan?

„Ik heb de neiging om aan de veilige kant te blijven, het eigen vermogen moet op een verantwoord niveau blijven.”

Dat bepaalt het tempo waarin u gaat uitbreiden?

„Inderdaad. Maar als je eenmaal een project hebt neergezet, dan maak je geld vrij voor nieuwe leningen met het project als onderpand. Dus je maakt telkens geld vrij voor een volgend project. Een bedrijf als Dong doet dat door een deel van het park te verkopen, wij doen dat door een deel van het park te belenen.”

Dus eigenlijk gaat Eneco als een speer en was alle paniek over de splitsing voor niks?

„Wij hebben een heftig jaar achter de rug. Het proces om de administratie van de twee bedrijven uit elkaar te halen was dramatisch. Er moesten nieuwe statuten komen. Maar desondanks hebben we die splitsing redelijk snel kunnen realiseren en tegelijkertijd onze aandacht bij wind op zee kunnen blijven houden.”

The sky is the limit?

„We moeten wel maat houden, we kunnen niet het ene windpark na het andere neerzetten. Alle seinen staan op groei, maar we bepalen zelf ons tempo.”

    • Renée Postma