Cultuur

Interview

Interview

Ola Mafaalani

Foto Ivo van der Bent

Ola Mafaalani: ‘Alles wat je zegt of doet laat iets achter’

Ola Mafaalani (48) neemt afscheid van het Noord Nederlands Toneel. „Toneel gaat altijd over die ene mens die het verhaal vertelt van de hele mensheid.”

Feestelijke premières, acht jaar lang, veertien keer, bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen: regisseur en artistiek leider Ola Mafaalani (Syrië, 1968) houdt ontvangst bij entree van de Stadsschouwburg of de Machinefabriek, het eigen gebouw van het gezelschap.

Mafaalani was van januari 2009 tot december 2016 artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel in Groningen. Ze heette elke bezoeker persoonlijk welkom. Nu vertrekt ze; haar benoemingstijd is officieel voorbij. Zaterdag 10 december nam ze afscheid. Het publiek vormde een erehaag van fakkels naar de schouwburg.

Samen met toneelschrijver Ko van den Bosch, decorontwerper André Joosten en een uitgelezen cast aan acteurs bracht ze in Groningen droomvoorstellingen, bovendien altijd geëngageerd, zoals een adembenemende Medea over een kindermoordenares, een flamboyant-circusachtige Fellini en als kroon de theatermarathon Borgen, naar de gelijknamige Deense tv-serie.

„Gastvrij en genereus, dat zijn voor mij wezenlijke voorwaarden van theater”, zegt Mafaalani tijdens een gesprek in Amsterdam. „Een tijdlang hebben we aan een voorstelling gewerkt, en dan nodig ik het publiek uit te kijken met hun ogen, te luisteren met hun oren, hun hart open te zetten. Een première betekent voor mij zoiets als een verjaardagsfeest: iedereen is je gast.”

Niet gastvrij

Op tweejarige leeftijd kwam Mafalaani met haar ouders uit haar geboorteland Syrië aan in Duitsland. Na haar studie politicologie en theaterwetenschappen in Bochum vertrok ze naar Nederland, om hier verder te studeren en vooral te regisseren. Eén keer is ze niet gastvrij in Nederland ontvangen. Een receptioniste van een hotel aan de Amsterdamse Rozengracht weigerde haar een kamer. „Als ik eraan terugdenk, sta ik te trillen op mijn benen. Zo voelt het dus om onwelkom te zijn, als een vluchteling, gediscrimineerd te worden vanwege uiterlijk of taal. Ik wist dat er een kamer in dat hotel vrij was. Dat maakte het extra pijnlijk.”

Borgen was de toneelhit van 2016. Hoe is die voorstelling ontstaan?

„Tijdens een bespreking met het artistieke team zei ik dat ik een stuk zocht over een vrouw in de politiek of anderszins met grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze vrouw is ook moeder. Ze werkt vierentwintig uur per dag. Bestaat er een toneelstuk over dit onderwerp, een roman misschien? We zochten en zochten, vonden niets. Schrijvers en vooral schrijfsters dachten we, waar zijn jullie nu? We overwogen de klassieke mythologie te herschrijven op dit onderwerp, maar dat was een grote omweg. Totdat actrice Malou Gorter vroeg: ‘Ola, ken je de serie Borgen?’ Nee, die kende ik niet. Ik was meteen verrast: dát was het. En Malou was de ideale hoofdrolspeelster, premier Birgitte Nyborg.

„Ik nam contact op met schrijver Adam Price. Hij had aanvankelijk geen vertrouwen in een theatervoorstelling die tien uur duurt. Dat kent het Deense toneel niet. Maar hij gaf me krediet vanwege mijn passie. Ik overtuigde hem: ‘I’m Birgitte!’”

Uw Birgitte is sensueler dan de Deense actrice. Waarom?

„Ik wilde het in de voorstelling fifty-fifty. Het stuk gaat over de verwevenheid van privéleven en openbaar leven. Ik stelde me voor dat Birgitte ’s avonds thuiskomt, haar werkkleren van zich laat afglijden en sexy ondergoed toont. In de Deense serie is Birgittes persoonlijke leven minder sterk aanwezig, op gezag van de Deense televisie. Daarom was Price zo gelukkig met onze versie: sommige scènes waren zoals hij wilde, maar niet kon verwezenlijken.

„Birgitte is én moeder én premier én minnares. Als ze werkt, doet ze dat niet voor het geld, maar om iets te betekenen in de wereld, iets achter te laten wat de wereld heeft veranderd. Dat is een van de drijfveren van mijn werk: als je wilt, kun je iets veranderen, hoe klein ook. Alles wat je zegt of doet laat iets achter, daarvan ben ik overtuigd. Het gaat nooit helemaal voorbij. Tijdens mijn rede over de Staat van het Theater, bij de opening van het Theaterfestival 2015, nodigde ik vluchtelingen uit op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ik deed dat voor hen, hoe omstreden het achteraf ook was. Ze kregen een grootse ovatie. Naderhand hoorde ik dat alle theaters op en rondom het Leidseplein de inkomsten van die avond schonken aan vluchtelingenorganisaties. Hartveroverend was ook dat de Syrische vluchtelingen even in de illusie leefden thuis te zijn, in Damascus, want daar staat in het hart van de stad net zo’n schouwburg als hier.”

Uw regies zijn altijd even hedendaags als fantasierijk. Hoe doet u dat? Heftig zijn ze, on-Hollands.

„Toneel gaat altijd over die ene mens die het verhaal vertelt van de hele mensheid, al zijn er zeven miljard mensen op de wereld. Dit citaat is van schrijver Paul Coelho van wie we een toneelversie brachten van zijn prostitutieroman Elf minuten. Om erachter te komen hoe het leven van een prostituee er concreet uitziet, gingen we in Groningen op zoek. Hun man en kinderen weten vaak van niets. Deze vrouwen hebben soms twee namen. Hoe ziet hun dubbelleven eruit? Halen ze hun kinderen af op het schoolplein?”

U maakt het concrete theatraal?

„Ja, dat is mijn inzet. Veel regisseurs brengen Medea als een abstract mythologisch gegeven. Voor de regie van Medea hebben we gesproken met vrouwen die hun kinderen hebben gedood. Ik ben benieuwd naar exacte zaken, zoals: wat zei je die ochtend tegen je man, terwijl jij wist dat hij zijn kinderen nooit meer levend zou zien? Lakte je nog je nagels? Hebben de kinderen gegeten? Deze research zorgt voor krachtige beelden. Van een vrouw die haar kinderen doodde, hoorden we dat ze gif in het pannenkoekbeslag deed.

„Opeens wist ik het: onze Medea bereidt op het toneel dodelijke pannenkoeken voor haar kinderen. Iedereen kent liefde, tederheid en zorg, maar ook haat, wreedheid, zelfs iets van moordzucht. Dat is uiteindelijk het verhaal van ieder mens. Theater maakt mogelijk dat iemand zichzelf herkent, zelfs in Medea.”

U vertrok op tweejarige leeftijd uit Syrië. Grote delen van het land zijn nu verwoest.

„De vernietigingen zijn verschrikkelijk. Even aangrijpend is dat er jarenlang geen onderwijs meer is. Kinderen kunnen nauwelijks boeken lezen, er is geen intellectuele scholing. Syrië, met uitzondering van Damascus, glijdt af in analfabetisme.

„Ik ben bang dat de aanslagen ook Nederland zullen treffen, het is naïef daar niet bang voor te zijn. Amsterdam is nog steeds een onbeschadigde hoofdstad, maar voor hoe lang?”

Wat gaat u missen van Groningen?

„Allereerst het werken met de acteurs. Zij zijn de bijzonderste soort mens die ik ken. Acteurs bezitten een groot telepathisch vermogen, ze voelen precies aan wat er gaat gebeuren. Tijdens repetities maak je dat mee: een speler zegt een tekst, ondertussen geef ik aanwijzingen, de techniek verandert ter plekke het licht en toch zoekt de acteur het licht op, de muzikant maakt muziek, de acteur moet huilen vanwege zijn of haar rol en dat allemaal tegelijk. De wetenschap zou er eens onderzoek naar moeten doen.

„In Groningen heb ik nooit ‘nee’ gekregen. Als ik iemand vroeg mee te denken of mee te kijken naar een voorstelling in wording, dan werd de agenda schoongeveegd. Volgend jaar ga ik in Duitsland werken, in een ‘gerenommeerd theater in een gerenommeerde stad’. Meer mag ik er niet over zeggen, zoals het Duitse theater dat eist. Mijn belangstelling is breed. We hebben bij het Noord Nederlands Toneel veel rock-’n-roll de schouwburg binnengehaald. Rock heeft iets onverzettelijks, maar ook smartlappen zijn me dierbaar. Net als acteurs laat ik me leiden door intuïtie, gevoel en hersenen: ik probeer de combinatie van die drie telkens anders te maken. Ik hoop als kunstenaar out of the box te denken, en daardoor iets veranderen in de wereld.”