Vervolging dreigt voor Shell om omstreden oliedeal

Olie

De Italiaanse justitie wil Shell vervolgen vanwege betrokkenheid bij vermeende omkoping bij een oliedeal in Nigeria.

Een verlaten oliebron van Shell in Ogoniland, Nigeria. Foto George Osodi/Bloomberg

Wegens vermeende omkoping bij de toekenning van een oliecontract in Nigeria ter waarde van ruim 1 miljard euro, wil de Italiaanse justitie Shell vervolgen. Dat blijkt uit stukken die het Italiaanse Openbaar Ministerie onlangs bij de rechtbank in Milaan heeft gedeponeerd.

Het gaat om een deal die Shell en het Italiaanse olieconcern ENI in 2011 sloten, melden Italiaanse media. Bij die deal zou een Nigeriaanse minister zijn omgekocht.

De Italiaanse justitie gaat ook ENI en elf personen vervolgen die bij de zaak betrokken zouden zijn.

De aankondiging van het Italiaanse Openbaar Ministerie komt na de afronding van een voorlopig vooronderzoek. Nu hebben betrokken partijen de mogelijkheid om zich te kunnen voorbereiden en om te reageren op de zaak.

Een woordvoerder van Shell zegt dat het oliebedrijf de zaak „serieus” neemt en dat het meewerkt met de autoriteiten. „We hopen bij de aanklager te kunnen aantonen dat er geen basis is om Shell te vervolgen.” Op inhoudelijke vragen wil Shell niet reageren.

In verband met dezelfde zaak loopt in Nederland ook een onderzoek van het Openbaar Ministerie. Een team FIOD-rechercheurs en het Openbaar Ministerie deden in februari van dit jaar een inval bij het hoofdkantoor van Shell in Den Haag.

Olieveld OPL245

Het draait in deze zaak allemaal om een olieveld bij de Nigeriaanse kust, OPL245. Het veld, dat naar schatting ruim 9 miljard vaten ruwe olie bevat, is sinds 2011 in handen van lokale afdelingen van Shell in Nigeria en het Italiaanse oliebedrijf Agip, een dochterbedrijf van de olie- en gasreus ENI.

In 1998 werd een concessie voor het olieveld door de toenmalige Nigeriaanse olieminister Dan Etete toegekend aan Malabu, een bedrijf dat kort daarvoor is opgericht en in verband wordt gebracht met Etete en de zoon van de toenmalige president, Sani Abacha.

Het diepzeeolieveld is op papier zo’n 20 miljoen dollar waard, maar Malabu betaalde nooit meer dan 2 miljoen. Shell en ENI kochten de concessie voor OPL245 in 2011. Ze betaalden er veel meer voor dan Malabu: 1,3 miljard dollar.

Echter, de betaling gaat niet naar Malabu, maar naar de Nigeriaanse overheid, waaraan Malabu de concessie heeft doorverkocht.

Vanwege die verkoop hoeven Shell en ENI geen zaken te doen met voormalig olieminister Etete, de man achter Malabu, die inmiddels in Frankrijk is veroordeeld voor witwassen.

Uitspraken van de omstreden oud-minister Etete zelf hebben uiteindelijk geleid tot gerechtelijk onderzoek. Hij zei dat de verkoopprijs van OPL245 was opgepompt om functionarissen van ENI te laten meeprofiteren. Daarop besloten eerst Italië en vervolgens ook Nederland een onderzoek in te stellen.

Naast Nederland en Italië doen ook het Verenigd Koninkrijk en Nigeria onderzoek in de affaire.