Verdiepingen stapelen voor 361 studenten

Woningbouw

Opeens is de bouw weer de sterkst groeiende bedrijfstak van Nederland, vooral door de vraag naar woningen. Modulair bouwen gaat lekker snel.

Foto Olivier Middendorp

Op de parkeerplaats van bouwbedrijf Ursem staan twee vrachtwagens klaar voor vertrek. De vracht weegt 30 ton, is stevig ingepakt in blauw plastic en heeft als bestemming de Laan van Spartaan, een nieuwe woonwijk in Amsterdam-West, net buiten de ring. Vroeger lagen hier voetbalvelden, tot 2019 moeten er ruim duizend nieuwe woningen verrijzen.

In het complex dat Ursem hier met enkele partners bouwt, nemen in september 361 studenten hun intrek. Aan de bouw van de zestien verdiepingen komt geen steiger te pas. Dat komt door de modulaire bouwtechniek die Ursem toepast: alle woningen worden een voor een geproduceerd in de fabriek en naar de bouwlocatie gereden, waar ze als betonnen legoblokjes op elkaar worden gestapeld. Sinds oktober rollen in Wognum vier woningen per dag van de lopende band. Iedere week krijgt de nieuwbouw er een verdieping bij.

De Laan van Spartaan is een van de tientallen nieuwbouwprojecten in en rond Amsterdam. Deze maand maakte de hoofdstad de laatste bouwcijfers bekend: voor het derde jaar op rij zijn meer dan 5.000 woningen in aanbouw genomen. Ook elders gaat het na jaren van crisis weer beter met de bouw. Het was afgelopen kwartaal de sterkst groeiende bedrijfstak in Nederland. De omzet stijgt al acht kwartalen op rij. Belangrijkste aanjager: de toenemende vraag naar woningen.

Dat merken ze ook bij Ursem. Het familiebedrijf ging in 2012 failliet en maakte met de modulaire tak direct een doorstart. Na een paar magere jaren begint het nu flink drukker te worden, zegt commercieel manager Rob Ursem. „We zien een grote toename van de interesse in modulair bouwen. Vrijwel alle grote landelijke bouwbedrijven zijn bezig met prefab woningconcepten. Het komt voor dat we aan drie projecten tegelijk werken.”

Nieuw record

Bouwen met modules wordt ook wel het ‘nieuwe bouwen’ genoemd, maar nieuw is het concept niet. Ursem: „Neem containerbouw. Iedereen heeft wel eens in een noodlokaal van een school gezeten.” Het bouwbedrijf uit Noord-Holland richt zich op meer permanente oplossingen. „Onze gebouwen hebben een levensduur van zo’n vijftig jaar, net als in de traditionele bouw. We gebruiken dezelfde materialen en grondstoffen.”

Met het gebouw op de Laan van Spartaan wordt een nieuw record gevestigd. Twee jaar geleden stapelde Ursem al elf verdiepingen op elkaar voor een woontoren op de Amstelveense studentencampus Uilenstede. Dankzij voortschrijdende techniek kan dat nu nog hoger. Doordat de modules betonkolommen op de hoeken hebben, kunnen ze direct op elkaar worden gestapeld.

Dat levert veel tijdwinst op. De parallelle processen in de fabriek en op de bouwplaats zorgen ervoor dat de productietijd in sommige gevallen kan worden gehalveerd, zegt Ursem. Ook worden minder fouten gemaakt. „We eindigen standaard met het ontwikkelen van een prototype. Op papier kun je soms eindeloos discussiëren over de plek van een stopcontact, met zo’n prototype is vaak meteen duidelijk wat werkt. Dat geeft een heel voorspelbaar bouwproces.”

Een studentenwoning vervaardigen gebeurt geautomatiseerd en in 22 stappen. In de fabriek in Wognum worden eerst de houten frames voor muren en plafonds in elkaar gezet. Via rails op de grond rollen ze naar het volgende station, waar ze van folie en gipsplaten worden voorzien. Rob Ursem vergelijkt het met een assemblagelijn zoals je die ziet in de auto-industrie: om verspilling tegen te gaan moeten alle ‘handelingen’ zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.

Vacuümheffer

Bij het station waar de gipsen wandjes worden gezet, bedient een medewerker in trui met bedrijfslogo een vacuümheffer. Vier nappen zuigen zich vast op de gipsplaat. De machine tilt de plaat op alsof het een A4’tje is. Hier gaat het wel even anders toe dan op een traditionele bouwplaats, zegt Ursem. „Er heerst veel meer rust, we hoeven geen rekening te houden met het weer en onze medewerkers hoeven niet met trappen en emmertjes te zeulen. Al moeten ze wel tegen seriematig werk kunnen.”

Niet ieder bouwproject leent zich voor deze aanpak. Zo moet een gebouw een bepaald volume hebben. Ursem: „Het heeft geen zin tien woningen te bestellen terwijl onze fabriek er twintig per week kan produceren. Dan prijzen we onszelf uit de markt.” Daarnaast moet in het ontwerp een zekere herhaling zitten. Dat is vaak zo met huisvesting voor starters en studenten, net als met gevangenissen en hotels.

Leidt massaproductie niet tot eenheidsworst? Dat hoeft helemaal niet, aldus Ursem. „ Je kunt nog steeds unieke gebouwen maken. De modules zijn weliswaar hetzelfde, de manier waarop je ze opstapelt verschilt.”

Verderop in de fabriekshal staan twintig woningen op de lopende band, in verschillende stadia van voltooiing. Het meest linkse huis mist nog deuren en ramen, het rechter is ingepakt in waterdicht plastic en zo goed als klaar voor transport. Kijk, zegt Ursem, de badkamer is al gedweild. De deur van de kamer wordt in de fabriek gesloten en pas weer geopend als de eerste bewoner de sleutel in het slot steekt, vertelt hij.

Toen het bouwbedrijf in 2013 260 woningen leverde aan het Amsterdamse project The Student Hotel, werden die zelfs inclusief bureaus, kasten, gordijnen en opgemaakte bedden opgeleverd. „Alleen de student stopten we er nog niet in.”