Stop daarmee!

Jaarlijks ontvang ik van lezers van deze rubriek enkele hartenkreten. Meestal vragen zij of ik een eind wil maken aan een irritant taalverschijnsel. „Zeg dat ze ermee stoppen!” „Verbied dat nonsenswoord!” „Doe iets tegen die slonzige uitspraak!”

Ik vat deze hartenkreten op als een compliment. De inzenders overschatten niet alleen mijn invloed, maar ook die van NRC Handelsblad en NRC Next. Het gaat goed met deze kranten, hun lezersaantal stijgt, maar uiteindelijk worden ze natuurlijk slechts door een zeer klein percentage van de Nederlandse bevolking gelezen. Sowieso is het de vraag of een woordverbod (en nu nooit meer het germanisme sowieso gebruiken!) ook maar enig effect heeft.

Maar goed, voor wat het waard is: Nederland, stop voor eens en voor altijd met misdaden tegen de menselijkheid. Misdaden tegen de mensheid zijn vreselijk, misdaden tegen de menselijkheid treffen net zo weinig mensen als bijvoorbeeld misdaden tegen de medemenselijkheid of tegen de vriendelijkheid of de betweterigheid.

Ik heb deze hartenkreet – een van de populairste onder de lezers van WoordHoek – eerder vermeld, maar de vraag is of dit effect heeft gehad. Hier de cijfers. In de digitale leggers van Nederlandse kranten kwam misdaden tegen de menselijkheid in 2001 731 voor en misdaden tegen de mensheid 157 maal. In 2015 waren de cijfers: menselijkheid 568 keer en mensheid 148 keer. En voor de laatste twaalf maanden zijn de cijfers: menselijkheid 730 maal en mensheid 85 maal. Conclusie: het gebruik van beide woorden blijft vrij stabiel door de jaren heen, hoewel menselijkheid nog altijd veel vaker wordt gebruikt. Ik vrees dus dat het doorgeven van eerdere hartenkreten in dezen geen effect heeft gehad.

Nog een tweede hartenkreet, die door de postbode werd bezorgd en die was geschreven met een typemachine. Het stoorde een oudere lezer hoe hij door zijn verzekeringsmaatschappij werd aangesproken, in dit geval door OHRA. „Beste heer X., Je betaalt je premie (…) via automatische incasso. Wij kunnen ons voorstellen dat je jouw jaarpremie voor 2017…”, enzovoorts.

Toelichting van de lezer: „Het gebruik van jij en jou in plaats van u door bedrijven, banken en instellingen zie ik hoe langer hoe vaker in reclamespotjes op de tv en in reclameteksten elders. Zelfs in aan mij persoonlijk gerichte (standaard)berichten. Dit vind ik een vorm van taalverarming. De jij-vorm drukt een mate van intimiteit uit die in feite ontbreekt.”

Yo gasten van OHRA! Ik hoor dit veel vaker – ook over andere bedrijven. Jullie weten alles over jullie verzekeringsnemers, zeker hun geboortedatum. Dus hoe moeilijk kan het zijn om bijvoorbeeld aan mensen boven de vijftig een standaardbrief te schrijven waarin zij worden aangesproken met u in plaats van met jij? Velen zullen dit waarderen, want vroeger was die aanspreekvorm regel. En het kan ook geen kwaad om brieven te beginnen met geachte in plaats van met beste – want je kent de aangeschrevene niet persoonlijk. Beginnen met hallo of hoi is helemaal uit den boze.

Tot slot nog een hartenkreet over het Van Dale-woord van het jaar 2016: treitervlogger. Laten we dit woord maar heel snel vergeten, schreef iemand, want het beschrijft een onbeschaafd en irritant verschijnsel dat het best zo weinig mogelijk navolging kan krijgen. Nagellakactie was mooier geweest.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders