Rusland erkent voor het eerst bestaan dopingnetwerk

In The New York Times geven verschillende hooggeplaatsten binnen de Russische sport toe dat sprake was van een geïnstitutionaliseerd dopingoperatie.

Foto: Issei Kato / Reuters

Voor het eerst geven Russische functionarissen toe dat het land een grootschalig dopingnetwerk kende. In The New York Times erkennen verschillende hooggeplaatsten binnen de Russische sport dat sprake was van een geïnstitutionaliseerd dopingoperatie, waarbij honderden atleten betrokken waren.

De krant sprak voor de onthulling met verschillende Russische functionarissen, waaronder de huidige directeur van het Russisch antidopingagentschap Rusada Anna Antseliovich, die in de krant spreekt over een “geïnstitutionaliseerde samenzwering”. Tijdens Olympische Spelen zorgde een directeur van een laboratorium ervoor dat urinemonsters vervalst werden en sporters verschillende dopingmiddelen tot hun beschikking kregen. De geheime dienst was bij die operatie betrokken. Ook Vitali Smirnov, die vorig jaar door de Russische president Vladimir Poetin werd aangesteld om het antidopingbeleid te hervormen, geeft toe dat er “veel fouten zijn gemaakt”.

Later woensdag ontkende Rusada in een verklaring de uitspraken van directeur Antseliovich weer. Haar woorden zouden uit de context zijn gehaald. Een woordvoerder van het Kremlin zei woensdag dat onderzocht wordt welke woorden Antseliovich daardwerkelijk gebruikt heeft en daarna pas een reactie zal volgen.

Ontkennen

Het is voor het eerst dat Russische functionarissen toegeven dat het land een geïnstitutionaliseerde dopingcultuur kent. Tot voor kort bleven de Russen de internationaal geuite beschuldigingen van dopinggebruik ontkennen of bagatelliseren. Begin deze maand bleek uit een nieuw rapport van wereldantidopingbureau WADA dat meer dan duizend Russische sporters verdeeld over dertig sporten waren betrokken bij dopingfraude op de Olympische Zomer- en Winterspelen en Paralympische Spelen.

Het onderzoek, uitgevoerd door de Canadese onderzoeker, sportjurist Richard McLaren, stelde dat met zekerheid te zeggen is dat dopingfraude plaatsvond in een periode van jaren: tussen 2011 en tot na de Olympische Spelen van Sotsji in 2014. Vorige week startte het het Internationaal Olympisch Comité (IOC) op basis van het onderzoek een tuchtzaak tegen 28 Russische sporters die meededen aan de Olympische Spelen van 2014 in Sotsji.

‘Staat niet betrokken’

Niettemin blijven alle functionarissen ook nu ontkennen dat de Russische staat bij het dopingnetwerk betrokken was, waarbij de definitie van ‘staat’ die gehanteerd wordt tot president Vladimir Poetin en zijn directe kring gereduceerd wordt. De invloed van president Poetin en Vitali Moetko, de toenmalige sportminister en nu plaatsvervangend premier, werd ook in het rapport van McLaren niet aangetoond, maar het wordt alom als onwaarschijnlijk beschouwd dat zij helemaal niet op de hoogte waren.

Ook benadrukken verschillende personen in het artikel dat het dopingnetwerk voortkwam uit frustraties in de Russische sportwereld over bevoordeling van Westerse sporters door internationale sportautoriteiten. Volgens Smirnov blijkt uit gehackte documenten dat Westerse sporters veel eenvoudiger vrijstellingen konden krijgen om bepaalde verboden middelen te mogen gebruiken, terwijl zo’n vrijstelling Russische atleten standaard onthouden werd. “Rusland kreeg nooit dezelfde mogelijkheden als andere landen”, aldus Smirnov in de krant.

De radicale verandering van toon kan er volgens The New York Times mee te maken hebben dat Rusland verzoening zoekt met de internationale sportautoriteiten. Deze maand benadrukte het IOC nog dat het Rusland voorlopig blijft boycotten als het gaat om de toewijzing van grote sportevenementen. In The New York Times reageert onderzoeker McLaren gematigd positief op de bekentenissen.

“Dit is damage control. Je kunt verschillende etiketten op de feiten plakken, en zij definiëren ‘de overheid’ anders dan ik, maar dat is vooral een woordenspel.”