Pietenpact, plascontract & Pokémonterreur

Jaartaal 2016 Wat waren de nieuwe woorden van het jaar? Welke bepaalden het aanzien van 2016? Traditiegetrouw maakte taalhistoricus Ewoud Sanders een selectie. Kamagurka illustreerde die.

Boze Witte Man

Tot twee keer toe maakte de Boze Witte Man in 2016 iets mogelijk dat velen voor onmogelijk hadden gehouden: het vertrek van Engeland uit de EU en de verkiezing van ‘The Donald’ tot president van de VS. Over het profiel van de Boze Witte Man – soms afgekort tot BWM – bestaan meningsverschillen. Volgens sommigen is hij een laagopgeleide blanke man zonder baan – en daarom boos – maar Trump is ook gekozen door hoogopgeleide blanke mannen mét een baan. De Boze Witte Man is niet altijd wit en zelfs niet altijd een man – want ook vrouwen kozen voor Trump en Brexit.

Sociologisch gezien is de Boze Witte Man dus problematisch, maar taalkundig gezien is hij een groot succes. Op radio en televisie, maar ook elders, wordt „Boze Witte Man” momenteel volop gebruikt om kritische mannen de mond te snoeren. Bij de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland zal de Boze Witte Man (m/v) een grote rol gaan spelen. Daarom verkies ik Boze Witte Man tot vaste verbinding van het jaar 2016.

Brexodus

Het boek Exodus is het tweede boek van het Oude Testament en gaat over het vertrek van het Joodse volk uit Egypte naar het Beloofde Land. Brexodus is een woordspeling die voortborduurt op een oudere woordspeling, namelijk Brexit (de exit van Groot-Brittannië uit de EU). Half november kopte De Morgen: „Begint de ‘brexodus’? Citigroup plant verhuizing 900 jobs uit Londen”. Het tot nu voor onmogelijk gehouden vertrek van Nederland uit de EU wordt Nexit genoemd. Mocht het ooit zover komen dan zal het woord nexodus worden gevormd.

Inwoner met een migratieachtergrond

Al jarenlang gaan er stemmen op om de woorden autochtoon en allochtoon te vervangen, want allochtoon werkt stigmatiserend. Dit najaar kondigden de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Centraal Bureau voor de Statistiek aan om allochtoon „per direct” te vervangen door inwoner met een migratieachtergrond. De autochtoon heet voortaan inwoner met een Nederlandse achtergrond. Dat is tweemaal een mondvol, maar aangezien het gezaghebbende overheidsinstellingen zijn, zullen deze aanduidingen geen eendagsvliegen blijken te zijn, zoals zoveel andere neologismen.

Landarrest

Het woord landarrest maakte in 2016 opgang doordat Ebru Umar, een Nederlandse columniste van Turkse afkomst, in april in haar vakantiehuis in Turkije werd gearresteerd omdat zij zich in tweets kritisch had uitgelaten over de Turkse president Erdogan. Zij noemde hem onder meer „de megalomaanste dictator die Turkije sinds de oprichting van de republiek in 1923 kent”.

Twee weken lang mocht Umar Turkije niet verlaten. Meestal wordt dit een uitreisverbod genoemd, maar in deze kwestie gebruikten veel media het woord landarrest. Zo schreef de Volkskrant: „Alle aandacht is deze week gevestigd op de Turks-Nederlandse columniste Ebru Umar, die vorig weekeinde werd aangehouden in haar vakantiehuis in Kusadasi en ‘landarrest’ heeft wegens beledigende tweets.”

In feite beleefde landarrest een bescheiden wederopstanding: het komt al vanaf het begin van de 20ste eeuw in het Nederlands voor, maar was in onbruik aan het raken.

Losersvlucht

Het was een domme PR-fout van de sportkoepel NOC*NSF: Nederlandse sporters die bij de Olympische Spelen geen medailles hadden gewonnen, waren volgens hun contract verplicht om terug te vliegen naar Nederland, zelfs als bijvoorbeeld hun partner nog moest presteren. Achterliggende gedachte: hun verlies zou wellicht een negatieve invloed kunnen hebben op de sporters die nog moesten deelnemen.

Lees ook deze column van Youp van ’t Hek: Losersbus

De verplichte terugvlucht werd in de media losersvlucht genoemd, een genadeloze frame die de sporters totaal geen recht deed, want wie deelneemt aan sport op het allerhoogste niveau is per definitie geen loser. Chef de mission Maurits Hendriks vond de verplichte terugvlucht bij nader inzien ook een waardeloos idee. Enkele nieuwskoppen: „Hendriks heeft spijt van ‘losersvlucht’ tijdens Spelen in Rio” (NOS), „Hendriks: ‘Losersvlucht’ Rio 2016 pakte desastreus uit” (Algemeen Dagblad) en „Judoka Van ’t End niet naar huldiging na ‘vernederende losersvlucht” (de Volkskrant). Voor de Nederlandse deelnemers aan de Paralympische Spelen was er geen losersvlucht.

Mediaweigeraar

Volgens Van Dale is een mediaweigeraar „een burger die de traditionele media niet vertrouwt en daarom elders nieuwsberichten en commentaren daarop leest (weblogs, sociale media)”. De correcte woordvorm is dus eigenlijk: oude-mediaweigeraar, maar Nederlanders hebben een hekel aan lange woorden. Voor veel Amerikanen blijkt Facebook tegenwoordig de belangrijkste nieuwsbron. Ruim acht miljoen Amerikanen liketen het bericht „FBI-agent in Clinton-onderzoek dood gevonden”. Nepnieuws, zo bleek achteraf, net als veel andere verhalen die gunstig waren voor Trump en ongunstig voor Hilary Clinton.

Nepnieuws

Nepnieuws is geen nieuw woord – we kennen het al zeker sinds 1987 – maar wel een woord dat het gezicht van 2016 bepaalde. In de campagne rond de Brexit („Brexit juist goed voor bankensector”) en de Amerikaanse presidentsverkiezing („Paus steunt Trump”) speelde nepnieuws een grote rol. Wel of niet waar, feit of fictie – het leek voor de massa minder van belang dan ooit tevoren. Als het maar aansloot bij de (onderbuik)gevoelens van onder meer de Boze Witte Man. Er moet natuurlijk een leerstoel nepnieuws komen, mede gefinancierd door Facebook en Google, want zij zijn (ongewild, maar toch) de grootste verspreiders van nep- of fakenieuws. Voor de oude vertrouwde media is namaaknieuws goed nieuws, want van de weeromstuit stijgt bij sommige mensen de behoefte aan betrouwbare nieuwsbronnen.

Pietenpact

Hij kon ook dit jaar niet ontbreken, want weinig zaken brengen Nederlanders nu eenmaal zo in beroering als Zwarte Piet. Vrijwel geen enkele Nederlandse gemeente durfde het in 2016 aan om de zwart of bruin geschminkte Piet helemaal af te schaffen, maar het ‘Vlaams-Nederlands Huis deBuren’ kondigde een Pietenpact af. „Het uitgangspunt”, aldus deBuren, „is dat we Sinterklaas vieren zonder raciale stereotyperingen. Voor de rest is de invulling van het feest vrij: de Sint kiest lekker zelf of hij zonder of met pieten – roetveegpieten, regenboogpieten, ongeschminkte pieten – jong en oud komt verblijden.” De reacties op Twitter laten zich raden: „Pietenpact is weg naar dictatuur”, „Het Pietenpact: de zoveelste flater van enkele lokale culturo’s?” enzovoorts. Wordt volgend jaar vervolgd.

Plascontract

Bij een plascontract – met gemak het merkwaardigste neologisme van 2016 – spreekt de directie van een zorginstelling met een bewoner af hoe vaak hij of zij naar het toilet mag gaan. De opwinding over deze afspraak komt duidelijk naar voren in enkele krantenkoppen: „Van Rijn vindt ‘plascontract’ onacceptabel” (ANP), „Kamer: nooit meer plascontract” (De Telegraaf) en „Afgrijzen over ‘plascontract’ in verpleeghuis” (Metro).

Aanleiding voor deze opwinding was een afspraak – geen contract – die het verpleeghuis Grootenhoek in Hellevoetsluis had vastgelegd in het zorgplan voor ernstig demente bewoners. Die waren soms al na vijf minuten vergeten dat zij naar het toilet waren geweest en met „beperkt toiletbezoek” hoopte het verpleeghuis een en ander enigszins te reguleren.

In een debat in de Tweede Kamer zei VVD-Kamerlid Sjoerd Potters: „Ik zag zeer bevlogen medewerkers, die dag en nacht keihard werken om de zorg te leveren en die soms een extra dienst moeten draaien omdat er een personeelstekort is, maar ik zag ook dat er beveiliging voor de deur staat, omdat er volstrekte idioten zijn die, omdat zij iets hebben gelezen over een plascontract, deze mensen bedreigen.” Geert Wilders vond het plascontract „schandalig” („Wel miljarden naar Afrika!”).

Pokémonterreur

Er lopen altijd al veel mensen op straat naar hun mobiel te turen, maar in juli waren dit er opeens extra veel. Bovendien leken zij de omgeving af te speuren via de camera van hun telefoon. Waar waren zij naar op zoek? Naar virtuele figuurtjes die bekendstaan als Pokémons. Via de app Pokémon GO zijn die figuurtjes in de buitenwereld te vinden, vandaar.

De app werd een hype, wat woorden in het leven riep als Pokémonhype en Pokémonrage. Al die speurende mensen leverden hier en daar overlast op, wat neologismen opleverde als Pokémonterreur en Pokémonoverlast. Inmiddels is er sprake van Pokémonmoeheid, want hypes gaan altijd voorbij.

Samsonseks

Samsonseks betekent seks terwijl de kinderen naar tv kijken, vooral naar het kinderprogramma ‘Samson en Gert’. Kennelijk kunnen de avonturen van Gert en zijn hond Samson, een programma met een speelduur van tussen de 17 en 32 minuten, Vlaamse kinderen meer boeien dan hun ouders. Haastige, stille seks terwijl de kinderen voor de buis zitten („Nu even snel, meer als ze erin liggen”), lijkt eerder een fantasie dan een veelvoorkomende werkelijkheid, maar kennelijk raakte het woord bij veel Vlamingen een snaar want zij verkozen Samsonseks tot woord van 2016. Op allerlei Nederlandse sites is de verschrijving samsoMseks te vinden, zonder twijfel met dank aan Diederik Samsom, die aanvankelijk juist vaak Diederik Samson werd genoemd.

Seniorenpardon

In april van dit jaar schreef Monic Slingerland in het dagblad Trouw: „We gaan in Nederland zeldzaam inconsequent om met oudere werknemers. Dat is een van de conclusies uit het nieuws van deze week, waarbij een pleidooi klonk voor het kwijtschelden van de sollicitatieplicht voor 60-plussers. Uit de mond van enkele vakbondsmensen en wetenschappers klonk hetzelfde geluid. De roep om een seniorenpardon.’’ Een maand later kopte De Telegraaf: ,,Seniorenpardon voor werkloze’’ en Het Parool meldde in augustus, over een voorstel in de Amsterdamse gemeenteraad van de ‘Partij van de Ouderen’: „Ons voorstel voor een seniorenpardon werd door VVD-handjes weggewuifd alsof er geen ouderenwerkloosheid zou bestaan in Amsterdam.”

Taalkundig gezien is seniorenpardon een navolger van kinderpardon, een neologisme uit 2011 („generaal pardon voor jeugdige immigranten aan wie eerder een verblijfsvergunning is geweigerd, maar die niettemin al geruime tijd in het land verblijven”).

Sjoemelzaad

Sjoemelen gaat terug op het Duitse woord schummeln, dat sinds de 18de eeuw wordt gebruikt voor „oneerlijk handelen, bedrog plegen, knoeien”. In het Nederlands komt het sinds het begin van de 20ste eeuw voor. Sinds het schandaal met sjoemelsoftware in auto’s beleeft sjoemel een opmars in samenstellingen voor dingen die niet deugen. Sjoemelverkiezing, sjoemelvlees, sjoemelbrood – ze zijn allemaal te vinden op internet.

Het woord sjoemelzaad dook in september 2016 op, onder meer in het Algemeen Dagblad. „Het zal je als verwekt kind (sic) maar gebeuren”, schreef die krant. „Dat er grote onduidelijkheid is over de herkomst van het donorzaad. (…) Neem het Medisch Centrum Bijdorp in Barendrecht. De verwerking en de registratie was er ondeugdelijk waardoor rustig kan worden gesproken van ‘sjoemelzaad’. Het vermoeden bestaat dat de directeur zelf er lustig, zonder registratie, op los doneerde.”

Zonder twijfel komen er volgend jaar weer allerlei nieuwe sjoemelsamenstellingen bij.

Treitervlogger

Een vlogger is iemand die op internet een blog (een dagboek) bijhoudt in de vorm van video’s. Een treitervlogger is iemand die het leuk vindt om in zijn internetdagboek treitergedrag te laten zien – bijvoorbeeld het uitdagen van politie- of wijkagenten. Deelnemers aan de neologismeverkiezing van uitgeverij Van Dale kozen treitervlogger tot woord van het jaar 2016. Van Dale geeft als definitie: „Iemand die videoblogs maakt van het treitergedrag van zijn vrienden en die zelf, door dit gedrag te filmen en de film te publiceren, ook overlast veroorzaakt”.

Mensen treiteren met een camera in de hand is overigens geen nieuw verschijnsel: op televisie is dit al langer te zien en wordt het doorgaans gepresenteerd als vernieuwende of grensverleggende journalistiek. Het woord treitervlogger kwam in het nieuws door een vlogger uit Zaandam die vanwege zijn treitervlogs werd opgepakt voor opruiing.

Lees ook ‘Ik heb niets tegen de politie’, een interview met Ismail Ilgün

Trumpisme

Donald Trump heeft zo zijn eigen stijl van debatteren en politieke toespraken houden. Korte zinnen zonder ‘moeilijke’ woorden, veel herhalingen, veel simplistische uitspraken (een korte analyse op YouTube heeft als toepasselijke titel: „Linguistic Analysis: Donald Trump Talks Like a 4th Grader„).

Het gaat hier om een vorm van populisme die soms Trumpisme wordt genoemd. „Tussen de Tea Party en het Trumpisme loopt een rechte lijn”, schreef Eelco Bosch van Rosenthal in april in de Volkskrant.

En in NRC schreef Guus Valk in juli: „Deze Republikeinse Conventie wordt anders. Dit wordt geen viering van conservatisme, dit wordt vier dagen Trumpisme. Trumps ideeën staan mijlenver af van de Republikeinse consensus, ze zijn er vaak zelfs mee in tegenspraak.”

Trump moet nog aantreden als president: liefhebbers van trumpistische uitspraken gaan gouden tijden tegemoet.