Opkomende neonazi’s ‘verdedigen’ de belaagde blanke Hongaar

Politiek klimaat

Ze zijn tegen Roma, vluchtelingen en homo’s: in Hongarije en omstreken bloeien neofascistische knokploegen en politieke partijen. Er zijn aanwijzingen dat ze steun hebben van het Kremlin.

Actievoerders in Budapest bij een demonstratie tegen asielzoekers, begin oktober Foto AP

Waren de rechercheurs die eind oktober het huis van István Györkös wilden inspecteren op verboden wapentuig zich bewust van de dreiging? Met zijn witte walrussnor en gedateerde, overmaatse brilmontuur, maakte de 76-jarige stamvader van de Hongaarse neonazi-scene niet langer de vervaarlijke indruk van weleer. Buurtbewoners zagen wel eens bezoekers in camouflagepakken opduiken, maar omschrijven hun dorpsgenoot als een „vredig” en voorkomend man.

Maar toen agenten zijn woning in het dorp Böny wilden doorzoeken, opende de leider van het paramilitaire Hongaarse Nationale Front (MNA) het vuur met zijn automatische geweer, aldus de Hongaarse aanklager. In het vuurgevecht dat volgde, trof een dodelijke kogel een 46-jarige majoor in het hoofd. Györkos werd gewond afgevoerd naar het ziekenhuis.

De schietpartij in Böny is tekenend. Terwijl in Amerika de alt right fascistoïde gedachtegoed herverpakt voor de digitale generatie, is in Midden-Europa het oude extreemrechts aan een opmars bezig. MNA-leider Györkös pleegde wellicht zijn laatste dramatische wapenfeit. Maar in Hongarije en omstreken werven neonazistische paramilitairen met succes leden en worden ze steeds assertiever. Extreemrechtse partijen groeien in de peilingen. Er zijn aanwijzingen dat Rusland deze trend probeert de bevorderen.

Extreme vechtsporten

Zsolt Tyirityán. Foto Roeland Termote

Györkös’ leerling Zsolt Tyirityán staat aan het hoofd van de Betyársereg, het Leger van de Vogelvrijen: een van de grootste neofascistische organisaties van Hongarije. De spierbundel met ringbaard en capuchontrui kan „in een oogwenk” 400 voetsoldaten mobiliseren, zegt hij in een gesprek met NRC in een koffiebar in Boedapest: dat zijn er dubbel zoveel als twee jaar geleden. ‘Vogelvrijen’, zoals de kortgeknipte bodyguard die zwijgend naast hem zit, vormen een „familie” gebaseerd op „rassenbewustzijn” en afkeer voor het „zionistische geopolitieke beleid” van de VS. In afwachting van een nakende wereldoorlog oefenen ze op extreme vechtsporten en rukken ze uit naar uithoeken van het land om blanke Hongaren te verdedigen tegen „anti-sociale leden van de Roma-minderheid”.

Ook in andere landen zijn er tekenen van een Extreemrechtse Lente. In Warschau liepen in november 75.000 mensen mee in een mars voor de Poolse Onafhankelijkheidsdag, georganiseerd door ultranationalisten onder de slogan ‘Polen, bastion van Europa’. In buurland Slowakije won de Volkspartij Ons Slowakije (L’SNS), die het met de nazi’s heulende oorlogsregime van priester Jozef Tiso vereert, bij de parlementsverkiezingen in maart meer dan 8 procent van de stemmen. Collega-volksvertegenwoordigers zagen zich later gedwongen een verbod uit te vaardigen op de geüniformeerde burgerpatrouilles die partijleden organiseerden om ‘zigeuner-extremisten’ op de trein aan te pakken. In een recente peiling steeg de partij verder.

Verlieflijking van Jobbik

Het Hongaarse Jobbik staat nog veel hoger in de peilingen. De tweede partij van het land kwam lange tijd vooral in het nieuws met racistische uitlatingen en de innige band met de – inmiddels verboden – Magyar Garda (Hongaarse Garde), die in Roma-wijken intimiderende marsen in zwart-witte uniformen hield. Nu is Jobbik de voornaamste uitdager voor de rechts-populistische regering van Viktor Orbán, bij de parlementsverkiezingen van 2018.

De leiders hebben inmiddels hun „jeugdige” gedrag afgezworen, verzekert partijvoorzitter Gabor Vona op een onderhoud met buitenlandse journalisten. Vona, in zwart begrafenisondernemerspak met vaalkleurige streepjesdas, wil praten over de vernieuwing in de partij die hij groot maakte. Een bezadigd betoog: anno 2016 is Jobbik niet links of rechts, maar een „conservatieve volkspartij” die corrupte elites gaat aanpakken ten gunste van de armen. Zo gematigd lijkt zijn exposé, dat de man die in 2010 in Garda-uniform de parlementaire eed aflegde, moet benadrukken dat hij „geen liberale partij” leidt.

Maar hoe waarachtig is die cukikampany, de verlieflijking van Jobbik? In het topkader zitten nog steeds notoire extremisten. Vogelvrijen-leider Tyirityán, die op foto’s staat met zijn arm om Vona’s schouder, omschrijft zijn relatie met hem alvast als „vriendelijk” en „gebaseerd op wederzijds respect”.

Vona zelf ontwijkt vragen over banden met skinheads. „Indien Jobbik in 2018 de macht krijgt,” zegt hij, „zullen we hetzelfde beleid voeren ten opzichte van alle ngo’s en burgerbewegingen, ongeacht hun ideologische standpunt. Ik wil helder stellen dat we willen verzekeren dat alle minderheden de rechten genieten die hen wettelijk toekomen.”

Excentrieke fascist

De nieuwe Jobbik-retoriek maakt weinig indruk op een inwoonster van een Roma-wijk in Tiszavasvári. Die stad in het verarmde oosten, wordt geleid door Jobbik-burgemeester Erik Fülöp. Voor de partij is Tiszavasvári een miniatuurmodel van hoe de hele Hongaarse samenleving eruit zou kunnen zien. Prominent aandachtspunt is „zigeuner-Hongaarse coëxistentie”. Dat betekent: orde op zaken in de telep: de Roma-nederzetting waar nette woningen zij aan zij staan met krakkemikkige leemhuisjes en clandestiene vuilnishopen.

Om dat te verwezenlijken, riep Fülöp de expertise in van de burgemeester van het nabijgelegen Érpatak: een excentrieke fascist die nu eens in kozakkenuniform met bontmuts verschijnt en dan weer in camouflagepak met helm. Met zijn mannen patrouilleert Mihály Zoltán Orosz langs de huizen van Roma, op zoek naar gezinnen die elektriciteit aftappen of illegaal brandhout verzamelen.

„Ze probeerden ons te intimideren,” zegt de Roma-inwoonster, die niet haar naam wil geven uit angst voor represailles. Ze wijst door het raam, naar de plek waar Orosz en zijn metgezellen plots opdaagden met een witte bus en hen met camera’s in het oog hielden. „De kinderen zijn nu bang zodra ze witte bussen zien.” Mensenrechtenactivisten beschuldigen Orosz ervan de bevoegdheden van de kinderbescherming, geleid door zijn vrouw, te gebruiken om ouders schrik aan te jagen. Het gerucht dat hij in Tiszavasvári kinderen wilde weghalen uit hun huizen, spoorde Roma-ouders aan om in paniek hun kinderen van school te halen. Angst van Roma is in deze streek niet irrationeel: in 2008 en 2009 brachten vier neonazistische seriemoordenaars hier zes Roma om het leven en verwondden 55 anderen.

Burgemeester Fülöp wil de verslaggever niet te woord staan, Orosz eist geld in ruil voor een gesprek. Maar Tyirityán, leider van de Vogelvrijen, wil wel een toelichting geven. „Stel je voor dat een gezin in problemen komt door een conflict met anti-sociale leden van de lokale Roma-minderheid,” zegt hij. „En ze vragen ons om hulp: wat doen we?” Het gaat erom dat belaagde blanke Hongaren weten „dat ze niet alleen staan”.

Zieltogende regio

Sandor Jászberényi, extreemrechts-expert en journalist bij nieuwswebsite 24.hu, verwoordt dat anders. De Betyársereg komen wel om te „intimideren”. Maar, zegt hij: „Ze genieten de steun van duizenden mensen op het Hongaarse platteland. Niet omdat ze nazi’s zijn: de meeste dorpelingen hebben geen politieke agenda. Wel omdat de politie er vaak niet in slaagt de wet te handhaven in het oosten: ze hebben vaak geen antwoord op kleine criminaliteit gepleegd door leden van gemarginaliseerde groepen, zoals de Roma.” De Betyársereg hebben dat wel. Het bezorgt de neo-nazi’s een heldenstatus.

In buurland Slowakije gaat het net zo, zegt Miroslav Mares, die nationalistische groeperingen bestudeert aan de Masaryk-universiteit van het Tsjechische Brno. Het succes van de patrouillerende neo-fascisten is „grotendeels het oude verhaal” van misnoegde bewoners van een zieltogende regio, die zich zowel tegen het establishment als tegen de Roma keren. De recente vlaag van anti-vluchtelingensentiment bood een extra voedingsbodem.

Het succes van Jobbik toont dat de grenzen aan de groei van dergelijke groepen hoger liggen dan aanvankelijk gedacht. Een netwerk van lokale afdelingen en een nationalistische subcultuur met eigen evenementen en muziek trekt jongeren aan, op zoek naar een groepsgevoel. De belofte het corrupte systeem onderuit te halen, lokt ook gematigde kiezers.

Een greep uit de extreemrechtse organisaties in Hongarije:

Pro-Russische desinformatie

Voor West-Europa lijkt de aanzuigende werking van extreemrechts verontrustend. Kwade burgers van jonge democratieën die autoritair leiderschap omarmen: het laat zien hoe fragiel de EU en de eigen rechtstaat zijn. Voor het Rusland van Poetin biedt het juist perspectief: het is een potentieel breekijzer om invloed te verwerven, het politieke klimaat te destabiliseren en de bevolking in het harnas te jagen tegen de elite, de EU en de NAVO.

Onthullingen die volgden op de schietpartij in Böny, bieden een nieuwe inkijk in de Russische strategie. Bij de oefeningen met airsoft replicawapens die Györkös’ MNA organiseerde op een zelfgebouwd oefenterrein bij de snelweg tussen Boedapest en Wenen, kwamen niet alleen neo-nazi’s uit binnen-en buitenland. Onder de gasten bevonden zich ook Russische diplomatieke attachés, zegt Zsolt Molnár, hoofd van het parlementaire comité dat toegang heeft tot informatie van de inlichtingendiensten. „Tussen vier en zes jaar geleden waren er regelmatig contacten tussen de Russen en de MNA”, zegt de socialistische volksvertegenwoordiger, „tot vijf keer per jaar”.

Het echte belang van de MNA school niet in hun potentieel als paramilitairen, zegt Molnár. Waar het echt om ging, was hun internetportaal Hidfo (Bruggenhoofd). Dat veranderde de afgelopen jaren in een site voor pro-Russische desinformatie en angstaanjagende berichten over de toestand van Hongarije en Europa. Bovendien publiceerde Hidfo opvallend gespecialiseerde en accurate data over het conflict in de Oekraïense Donbas. Russische agenten ontmoetten de websitemakers op openbare plaatsen en leverden hen informatie, aldus Molnár.

Berucht voorbeeld zijn foto’s van mysterieuze tanktransporten, ingezonden door ‘anonieme lezers’. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zorgde voor ophef door deze beelden op een obscure Hongaarse website te citeren als aanwijzing voor Hongaarse militaire steun aan Oekraïne. Maar nieuwswebsite index.hu meldde, op gezag van bronnen binnen de Hongaarse inlichtingendiensten, dat Russische geheime diensten zelf de hand hadden in het maken van de foto’s.

Ook met Jobbik hadden de makers van Hidfo contact, suggereert een foto die dagblad Népszava afdrukte van een ontmoeting tussen Jobbik-buitenlandexpert Marton Gyöngyösi en een man die zich volgens Gyöngyösi voorstelde als Hidfo-journalist. De man zelf ontkende dat tegenover journalisten van index.hu.

Gyöngyösi zelf zegt dat hij tweemaal koffie heeft gedronken met de man, die „goed geïnformeerd was over de militaire aspecten van conflicten” in Oekraïne, Syrië en Libië. Volgens Gyöngyösi ging hij daarbij gewoon in op een verzoek van een reporter.

Jobbik-voorzitter Vona (r) en -buitenlandexpert Gyöngyösi. Foto Roeland Termote

Rond het pro-Russische Jobbik, dat het referendum dat leidde tot annexatie van de Krim omschreef als ‘triomf van de zelfbeschikking van een gemeenschap’, hangen al langer verdenkingen van banden met het Kremlin. Zelf was Gyöngyösi onderdeel van een observatiemissie die legitimiteit moest verlenen aan referenda over afscheuring van de Donbas-regio.

En eind 2015 stemden europarlementariërs voor het opheffen van de immuniteit van hun Jobbik-collega Béla Kovács. Kovács, die volgens Hongaarse media optrad als partijfinancier en liaison met Rusland, werd door de Hongaarse autoriteiten beticht van spionage. Het leverde hem de bijnaam ‘KGBéla’ op. Het onderzoek naar Kovács’ vermeende activiteiten is nog steeds gaande.

Bedenker van de grensmuur

Recenter dook Jobbik op in de gelekte e-mails van Kremlin-adviseur Vladislav Surkov. De partij bleek contact met hem persoonlijk te hebben opgenomen met de vraag inreisvisa te leveren voor Russisch-gezinde Jobbik-politici. „Wij hebben geen enkele Russische connectie of financieringsbron,” zegt Gyöngyösi. Volgens hem werd de informatie „gelekt met een politiek doel”. Regeringspartij Fidesz zou er belang bij hebben Jobbik te schaden door verbanden met Rusland bloot te leggen.

Al wordt die strategie volgens politieke analisten bemoeilijkt door Orbáns eigen inschikkelijke houding ten opzichte van het Kremlin. Orbán veroordeelt de Europese sancties tegen Rusland en bezocht Poetin dit jaar nog in Moskou, een jaar na diens eigen bezoek aan Hongarije.

Ook op andere punten is het voor Hongaren steeds moeilijker onderscheid te maken tussen Fidesz en Jobbik. Twee jaar overheidspropaganda tegen migranten – Orbán omschreef migratie als een „gif” – werkte racisme verder in de hand. „De regering neemt mijn ideeën over”, zei Lászlo Toroczkai, de Jobbik-burgemeester van het dorp Assothalom aan de grens met Servië, anderhalf jaar geleden al tegen NRC. Hij kwam als eerste met het idee een grensmuur te bouwen, wat later door de premier werd uitgevoerd. Toroczkai blijft innoveren: zijn nieuwste wapenfeit is een verbod op de bouw van moskeeën, op burka’s en op het „propageren van het homohuwelijk” in het homogene gehucht Asotthalom.

Nu de linkse oppositie in de touwen ligt, lijken de vooruitzichten voor Hongaarse kiezers begrensd. Wordt het politieke toneel in de toekomst gedomineerd door zeer rechts, of door ultra-rechts?