Onvermoeibaar ijvert dirigent Barenboim voor gelijkheid

Muziek

Dirigent Daniel Barenboim wil mensen uit conflictgebieden bij elkaar brengen. Met muziek.

Foto Klaus-Ditmar Gabbert/dpa

Daniel Barenboim maakt zich geen illusies. De grote pianist en dirigent weet heel goed dat hij de vrede in het Midden-Oosten niet kan bewerkstelligen. Maar dat weerhoudt hem er niet van er onvermoeibaar voor te ijveren. Op zijn eigen manier, met concrete projecten.

Deze maand kwam in Berlijn zijn jongste geesteskind ter wereld: een muziekopleiding voor studenten uit Israël, Palestina en andere landen in het Midden-Oosten. Ook Europeanen kunnen zich aanmelden. Een kleine artistieke gemeenschap, waar muziek de diverse nationale en politieke achtergronden moet overstijgen en moet leiden tot dialoog tussen de studenten.

Het project sluit aan bij een succesvol eerder initiatief, het internationaal bekende West-Eastern Divan Orchestra – genoemd naar een dichtbundel van Goethe, die daarvoor inspiratie vond bij de Perzische dichter Hafis. In het orkest spelen Israëlische, Palestijnse, Syrische, Libanese, Turkse en Iraanse musici. Barenboim richtte het orkest in 1999 op, samen met de Palestijnse-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said (in 2003 overleden).

„Het belangrijkste van het orkest”, zei Barenboim (74) onlangs, „is dat de musici daar iets hebben wat in de regio niet voor hen bestaat: gelijkheid. Of ze nu achterin het orkest zitten of concertmeester zijn, of ze Israëliër zijn of Palestijn, dat speelt hier geen rol.”

Vanuit dezelfde gedachte heeft hij nu de Barenboim-Said Akademie gesticht. Middenin Berlijn, in het voormalige depot voor decorstukken van de Berliner Staatsoper, waar Barenboim muzikaal directeur is. Het gebouw ligt op een steenworp afstand van de Bebelplatz, waar de nazi’s in 1933 boeken verbrandden die als ‘on-Duits’werden beschouwd, bijvoorbeeld omdat de auteurs Joods waren.

Vier nationaliteiten

Barenboim, geboren in Argentinië, is Joods en hij heeft de Israëlische, Palestijnse, Spaanse en Argentijnse nationaliteit. Als hij niet voor concerten onderweg is, woont hij in Berlijn, waar hij bij de Staatskapelle tot ‘dirigent voor het leven’ is benoemd.

De bedoeling van de nieuwe opleiding is niet alleen om een politiek statement te maken en bruggen te slaan tussen mensen uit de conflictregio Midden-Oosten. Het is er Barenboim ook om te doen iets nieuws bij te dragen aan de muziek. Op conservatoria wordt te eenzijdig gewerkt aan muzikale ontwikkeling, met nauwelijks ruimte voor alles daarbuiten, zei hij dit voorjaar in een interview met deze krant. „Als ik het somber stel, krijg je dus concerten van musici die alleen iets van muziek snappen, voor een publiek dat niks weet van muziek.”

Aan beide problemen probeert Barenboim iets te doen. Via Facebook en YouTube vertelt hij, gezeten aan de piano, regelmatig in korte filmpjes over aspecten van de muziek die hij speelt, om zo een breed publiek meer van muziek te laten begrijpen en genieten.

En op zijn academie kan geen student zich tot de muziek beperken. Een kwart van het lesprogramma is gewijd aan westerse en niet-westerse literatuur en filosofie. De studenten moeten niet alleen Beethoven kunnen spelen, maar hem ook kunnen begrijpen, is de achterliggende gedachte.

Nieuwe concertzaal

Ook dat de school in Berlijn staat, is voor Barenboim belangrijk. In die stad kun je er niet omheen na te denken over geschiedenis en politiek. Bovendien is het culturele aanbod er zo rijk dat de studenten zich ook daaraan kunnen laven. De school voegt zelf nog iets belangrijks aan die culturele rijkdom toe: een concertzaal voor kamermuziek, ontworpen door de Amerikaanse architect Frank Gehry, die in maart open gaat.

In de opleiding ligt het accent ook op kamermuziek, vanuit de gedachte dat musici daarin bij uitstek met elkaar samen moeten repeteren en op elkaar aangewezen zijn. „Een utopisch experiment”, noemt Barenboim zijn school. Na een strenge selectie, waarvoor de decaan vorig jaar naar Ramallah, Jeruzalem, Kairo, Beiroet en Amman is gereisd, zijn uit 280 aanmeldingen 37 studenten gekozen. Met een beurs van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn zij aan de vierjarige opleiding begonnen. Uiteindelijk zal er plaats zijn voor 90 studenten. De modernisering van het gebouw kostte 35 miljoen euro. De Duitse regering betaalde 21,4 miljoen, de rest is opgebracht door particuliere donors. De lopende kosten neemt Duitsland voor zijn rekening.

De academie moet internationale orkesten van topmusici gaan voorzien, in de eerste plaats natuurlijk, zoals Barenboim het liefkozend noemt, „de soevereine en onafhankelijke republiek van het West-Eastern Divan Orchestra”. Hij is dankbaar dat Duitsland de academie mogelijk heeft gemaakt. Maar toen een lokale krant vroeg waarom Berlijn er de goede locatie voor is antwoordde hij: „De juiste plaats was Ramallah geweest, Tel Aviv of Damascus. Maar omdat dat niet mogelijk is, is Berlijn tóch de goede plaats.”