Het jaar van de anti-elite in Hollywood

Hell or High Water biedt inzicht op het Amerika van Trump, maar de meest relevante film komt uit 1941: Citizen Kane.

Beeld uit Hell or High Water. Foto Lorey Sebastian

Als Amerikaanse nieuwsmedia de winst van Donald Trump al niet zagen aankomen, hoe moet het dan in Hollywood zijn? Sterren, van Leonardo DiCaprio tot Robert De Niro, schaarden zich massaal achter Hillary Clinton. Velen trokken ook hun portemonnee: George Clooney organiseerde fundraisers bij hem thuis. Maar al die steun voor Hillary Clinton lijkt vooral averechts te hebben gewerkt: Amerikanen hebben genoeg van verwende sterren die even komen uitleggen wat ze in het stemhokje moeten doen. De opstand tegen de elite gaat ook aan Hollywood niet voorbij.

Zo heeft ook Hollywood een geloofwaardigheidsprobleem. Wie op zoek gaat naar de films van het afgelopen jaar die enig inzicht bieden in de wereld die Donald Trump heeft voortgebracht, komt welgeteld uit bij één film: het magnifieke Hell or High Water, met Jeff Bridges als pensioengerechtigde politieman die jaagt op twee bankrovende broers. In de Amerikaanse filmindustrie gaapt een kloof tussen de Oscarwaardige kwaliteitsfilms die in het najaar uitkomen en slechts een beperkt deel van het publiek aanspreken, en het eenzijdig dieet van superheldenfilms waarmee in de zomermaanden het echte geld wordt verdiend. Oscarwinnaars halen historisch gezien lage bezoekersaantallen. Spotlight, dit jaar winnaar van de Oscar voor beste film, was met een geschatte opbrengst van 45 miljoen dollar commercieel een van de minst succesvolle Oscarwinnaars in de afgelopen veertig jaar.

Zo kan het gebeuren dat de meest relevante Hollywoodfilm in 2016 weleens een film uit 1941 zou kunnen zijn. Citizen Kane, de fameuze debuutfilm van Orson Welles, behoort tot de lievelingsfilms van Trump. Hij vertelde daar tien jaar geleden over, voor de camera van documentairemaker Errol Morris: „Ik denk dat je van Kane kunt leren dat rijkdom niet alles is, want hij had alle rijkdom, maar hij was niet gelukkig.” Trump wees vooral naar de scène waarin Kane, de krantenmagnaat met grote politieke ambities, aan de ontbijttafel zit met zijn eerste echtgenote. Naarmate Kanes roem en rijkdom stijgen, wordt die ontbijttafel steeds groter. En komen Charles Foster Kane en zijn vrouw steeds verder van elkaar af te zitten. „Ik denk dat ik daar iets van begrijp”, zei Trump.

Het is niet vreemd dat Trump veel herkent in de film. Trump heeft zijn eigen Tower in New York, Kane laat een hele kunstmatige berg aanleggen, om daar bovenop zijn kolossale landhuis Xanadu te bouwen. Trump liet zijn penthouse bekleden met bladgoud, Kane koopt links en rechts kunstschatten op in Europa.

Volksmenner Kane ziet zichzelf als de grote beschermer van de gewone man, Trump zegt op te komen voor ‘vergeten’ Amerikanen. Als eigenaar van een reeks tabloidkranten weet Kane ook het een en ander van ‘post-truth’, als het gaat om het bespelen van de Amerikaanse psyche met vette krantenkoppen. Kane deinst in de film tijdens een verkiezingscampagne zelfs niet terug voor dreigementen, dat hij zijn tegenstander achter slot en grendel zal zetten, als hij de verkiezingen eenmaal heeft gewonnen.

Kane belichaamt een Amerikaans archetype: een permanent opgewonden, instinctieve demagoog, die de wereld naar zijn hand wil zetten. Ooit maakte Hollywood onthullende films over zulke mannen – niet om moralistisch met het vingertje te zwaaien, maar wél met intelligentie en verbeeldingskracht, en misschien ook wel een heimelijke fascinatie.