Recensie

Het jaar van Christo

‘Inpakkunstenaar’ Christo bedacht het kunstwerk The Floating Piers al in 1970. Afgelopen zomer kwam het er eindelijk, in Italië.

Afgaande op de jaarlijstjes van NRC-recensenten was het een goed jaar voor twintigste-eeuwse meesters. Jean Tinguely (Stedelijk Museum) en Constant (Cobra Museum en Gemeentemuseum) bijvoorbeeld. Al was het de tentoonstelling van een onbekende zeventiende-eeuwse meester die de meest onverwacht tophit vormde: de expositie van Hercules Segers in het Rijksmuseum.

De 81-jarige kunstenaar Christo is ook een twintigste-eeuwse meester. Samen met zijn echtgenote Jeanne-Claude vierde hij in de jaren 80 en 90 grote successen, met onder meer het inpakken van de Pont Neuf in Parijs en de Reichstag in Berlijn. Al in 1970 bedacht het echtpaar een plan voor een ander kunstwerk in de buitenlucht: The Floating Piers. Deze kilometers lange drijvende pieren waren bedoeld voor de rivierdelta van Buenos Aires.

Foto Marco Bertorello / AFP

Bijna een halve eeuw bestond het alleen op papier, die vanwege bureaucratische redenen als ontbrekende vergunningen maar geen werkelijkheid mocht worden. Afgelopen zomer kwamen de pieren er dan toch, in het Italiaanse Iseomeer.

Slechts zestien dagen duurde de tentoonstelling, een wandeling van een kleine vijf kilometer over een soort megawaterbed dat van het dorpje Sulzano naar het eilandje Monte Isola en het nog kleinere eilandje San Paolo leidde. In die korte tijd trokken naar schatting 1,2 miljoen mensen over de dahliagele loper. Eventjes vormde Sulzano het centrum van de internationale kunstwereld. Helikopters vlogen rijke verzamelaars in, hotels in de verre omgeving waren volgeboekt. Extra treinen en bussen brachten de massaal toegestroomde kunstpelgrims naar het bergmeer; beelden van het fotogenieke project verspreidden zich snel over de sociale media. The Floating Piers werden zo in één klap een iconisch meesterwerk van de 21ste eeuw en hét kunstevenement van 2016.