Het Compensatiespel

‘David Bowie”, zegt mijn zus. „Maar Nederland won goud met turnen”, zegt mijn jongste neefje. Ze schudden elkaar de hand. „De Brexit”, zeg ik vervolgens. ”De uitvinding van Pokémon Go!” roept mijn oudste neefje. We doen een high five.

In deze laatste dagen van december speel ik met mijn familie Het Grote Compensatiespel. Ieder slecht bericht van het afgelopen jaar proberen we te koppelen aan iets wat ook gebeurde en juist vrolijk stemt. Maar op een zeker moment zijn er wel erg veel doden, en wanneer we het overlijden van George Michael van lieverlee maar proberen te compenseren met het nieuws dat de NS de treinen voortaan op windenergie laat rijden, worden we toch een beetje moedeloos.

„Draaide de aarde maar wat sneller om de zon, dan zouden er in een jaar tijd niet zoveel mensen overlijden”, zegt mijn jongste neefje vanuit het niets. Mijn zus legt trots haar arm om hem heen en geeft me de dat-heeft-hij-van-onze-kant-van-de-familieblik. „Dan gaan er echt niet minder mensen dood hoor”, zegt zijn oudere broer.

„Nee”, antwoordt mijn jongste neefje, „maar het lijkt minder omdat een jaar korter is, waardoor mensen het beter kunnen verwerken!”

Even zijn we allemaal opgewekt, tot mijn broer zegt dat dit alleen maar een goed idee lijkt omdat het afgelopen jaar zo kut was.

„Misschien zien we enkele blije nieuwsfeiten over het hoofd”, zegt mijn zus hoopvol. En tegen alle spelregels in mag iedereen even zijn mobiel erbij nemen om te kijken wat er dit jaar dan wél leuk was.

Uit mijn Facebookjaaroverzicht blijkt dat ik in 2016 veel berichtjes postte op de pagina van een kennis die in januari meedeelde dat ze (weer) ernstig ziek was. En dat ze geen zin had in steunbetuigingen, maar wel in kattenplaatjes, waardoor er dagelijks tientallen afbeeldingen op haar pagina werden geplakt van snorharigen met hoedjes op. Als ik haar sprak, was ze enorm vrolijk. Maar van de zomer kregen we te horen dat ze was uitbehandeld. „Bedankt voor alle lieve kattenplaatjes”, schreef ze. Ik voelde me uitgehold.

Terwijl ik door de jaaroverzichten scroll, krijg ik een steeds grotere hekel aan dit jaar. Steden werden belegerd, kinderen leden aan hersenstamkanker, de democratie begon te rafelen en elke dag voelden we minder grip op het bestaan. Getuige de stilte kunnen mijn familieleden ook niets vrolijks vinden.

„Ik heb wat goed nieuws bedacht!” roept mijn jongste neefje opeens. „We ademen nog steeds!” Even zijn we stil, en dan begint iedereen te lachen. Er zijn dus nog steeds lichtpuntjes. De dagen worden alweer langer. We gaan een nieuw jaar tegemoet met beton in de beenderen, maar met nieuwe lucht in de longen. Fuck you, 2016, je hebt ons niet vernietigd. Op naar een nieuwe ronde.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.